Het (halve) Helipad

Het eerste grote avontuur van 2018 gaat beginnen! Op Koningsdag haal ik Salif op om samen naar Limburg af te reizen. Babs heeft helaas vanwege omstandigheden af moeten zeggen.
Als we aankomen bij de Scouting zitten er mensen buiten vla(ai) te eten, want er is iemand jarig. Dat blijkt degene te zijn die heerlijk voor ons aan het koken is. Pasta met zelfgemaakte saus, een zalmmoot met dillesaus en allerlei verse groente waar je je eigen salade van kunt bouwen. Ik eet er net iets teveel van.
Er druppelen wat traillopers binnen, terwijl de scouts bezig gaan om energierepen voor ons te maken, die de volgende dag op de posten zullen liggen. Wat een service!
Ook de organisator Willem komt langs. Het is allemaal prima geregeld en nadat we nog een tijdje gezellig buiten hebben gebivakkeerd met wat andere lopers zoeken we onze luchtbedjes op. Helaas slaap ik nauwelijks, al snap ik niet zo goed waarom. Ik lig prima, heb alles voorbereid, maar ik kan de slaap gewoon niet vatten.

Op zaterdagochtend pak ik op mijn gemak mijn spullen bij elkaar. Ook het ontbijt is prima voor elkaar en ik weet 4 boterhammen weg te werken. Er zijn geen startnummers, want het is niet echt een wedstrijd, maar we krijgen allemaal wel een tracker op ons rugzakje bevestigd. Willem legt aan de hand van een presentatie nog wat uit over de route, wijst ons op de routeboekjes die klaar liggen om meegenomen te worden en dan gaan we naar buiten. Hoewel het inmiddels al 9 uur is geweest (de officiële starttijd), heeft niemand haast. We gaan eerst nog in een kring staan en dan gaat er een camera rond waarbij je je naam moet zeggen, zodat de organisatie bij iedere naam een gezicht heeft. Veel persoonlijker dan dit kan bijna niet!


Uiteindelijk gaan we op straat staan en Willem telt af. Om 9:22 vertrekken we uiteindelijk en zien ook de thuisblijvers via de website onze vlaggetjes gaan bewegen.
We volgen gewoon de groep het eerste stuk, dat door een woonwijkje naar het groen erachter gaat. Als de voorste lopers verkeerd lopen, gaan wij er dus dom achteraan. Gelukkig gaat het maar enkele tientallen meters, maar we moeten dus wel zelf op de route blijven letten.


Al heel snel gaat het lintje lopers voor ons linksaf langs een helder beekje. De lastige oevers zorgen zelfs voor wat kleine opstoppinkjes, iets wat nog nooit eerder is voorgekomen bij het Helipad, omdat het aantal deelnemers vorig jaar slechts 20 was. Vandaag zijn we met ruim 50 lopers van start gegaan, waarvan het merendeel voor de volledige afstand van 148 km gaat.


We lopen nu in Duitsland. Zodra de eerste heuvels zich aandienen gaan er ook wat mensen wandelen om alvast krachten te sparen. Waarom er volle bak tegenop gaan als je weet dat je nog zo’n eind moet? Toch gaan Salif en ik redelijk lang door met hardlopen, want zo heel steil zijn de heuvels nu ook niet. De groep is inmiddels wel uit elkaar gevallen in kleinere groepjes en losse lopers. Bovenop komt de wind ons frisjes tegemoet en ik ben blij dat ik toch voor lange mouwen gekozen heb. De lucht is grijs.
Een smal asfaltweggetje gaat over in een dubbel spoor in het gras. Het uitzicht als we weer naar beneden gaan is prachtig en we zijn niet de enigen die ervan genieten, want ook de twee heren met wie we nu samen op lopen hebben een camera tevoorschijn gehaald.


Het afdalen gaat lekker. De twee heren blijven bij ons in de buurt. Soms lopen zij voorop en soms wij, afhankelijk van eventuele fotostops, een klimmetje of een afdaling. We zien ze even voorbij een beekje rechtsaf gaan, terwijl Salif het idee heeft dat we al eerder rechtsaf moeten. Dat blijkt inderdaad te kloppen en wij gaan de heren nu weer voor door het gras. Dit is een mooi stukje langs bloeiende bomen.


Iets verderop ben  ik zo met Salif aan het kletsen, dat we niet doorhebben dat we net het verkeerde pad hebben gekozen. We hadden het kunnen weten, want we lopen langs een grote weg op een fietspad en de meeste paadjes zijn veel leuker dan dit. Als we achterom kijken, zien we een trailloper naar ons zwaaien. Dat zijn weer wat extra meters dus.
In een dorpje staat een oud gebouw met een binnenplaats. We zijn alweer even in Nederland, maar het doet best Duits aan. Een Duitser met stokken die met ons meeloopt wijst op een bordje van de Amstel Gold Race en wil zo die route volgen. Gelukkig zijn wij in de buurt om hem op het rechte pad te houden. We raken aan de praat terwijl we langzaam maar zeer zeker een heuvel beklimmen. De man vertelt dat hij vorige week nog Olnne-Spa-Olne heeft gefietst en dat hij nog wat marathonplannen heeft voor de komende 4 weken. Ondertussen zien we de traillopers als stipjes over de heuvelrug gaan en niet veel later lopen wij er zelf door het verse hooi te struinen. Wat ruikt dat lekker!


Het uitzicht is super en bovenop gaan wij het bos in, waar smalle paadjes op ons wachten. Het doet me sterk denken aan de Ardennen, maar het verschil is dat de ondergrond hier wat minder technisch is. Nauwelijks boomwortels en geen uitstekende stenen. Wel een diepe kuil waar we even doorheen mogen. We genieten!


De Duitser gaat ineens linksaf en als ik vraag wat hij daar gaat doen, zegt hij iets over een Aussicht. Van het uitzicht genieten? Wij gaan in elk geval rechtdoor, zoals de route aangeeft. We komen het bos uit en het zonnetje schijnt op de heuvels, waar koeien in de wei staan.


Hoge naaldbomen langs het pad wakkeren opnieuw het gevoel van de Trail des Fantômes aan. Zouden we inmiddels al in België zitten? Ik weet het eigenlijk niet eens.


Via een soort es lopen we in de richting van de eerste verzorgingspost. Dikke, zwarte insecten hangen in de lucht en het kost moeite om ze te ontwijken. Aan het einde van deze es zien we lopers naar links lopen, terwijl wij rechtsaf gaan, een stukje heen en terug naar de eerste post. De lopers die ervandaan komen begroeten ons joviaal, alsof iedereen elkaar kent. Dat scheelt trouwens ook niet veel, een groot aantal medelopers ken ik inmiddels wel bij naam. Mijn klokje piept net de 24e kilometer weg als we bij de post aankomen, waardoor ik weet dat we inmiddels bijna één kilometer extra hebben gelopen. De post is ruim voorzien van alles wat je als loper maar nodig zou kunnen hebben: fruit, cake, worst, winegums, kaasstengels, zoutjes, chips, de zelfgemaakte energierepen in 3 smaken en natuurlijk cola.


Ik spiek even op mijn telefoon en zie dat mijn volgers inmiddels ook doorhebben dat ik op de eerste post sta. Dat tracken is toch wel heel leuk. Na een kwartier hebben we weer voldoende bijgetankt en -gekletst dat we weer kunnen gaan.
Achter een groepje lopers gaan we het bos in, waar een stevige klim op ons wacht. Iedereen schakelt over op wandelen. Na de klim komt er ook weer een afdaling. Tussen twee schuine hellingen door hobbelen we in een treintje naar beneden. Het gaat over losse stenen en de voorste loper gaat niet al te hard, dus ik loop enigszins met de rem erop.


De route leidt ons verder over mooie paadjes en langs vakwerkhuisjes. We wandelen nu wel wat meer, want mijn knie begint echt zeer te doen.


Bij een hele lange klim krijgen we gezelschap van een man in een gele jas. De brem bloeit vrolijk langs het pad terwijl wij omhoog zwoegen.
De heren die in het begin met ons meeliepen komen we nu ook weer tegen. Ze hebben de stokken uit de tas gehaald om makkelijker te kunnen klimmen.


De man in de gele jas kijkt constant op zijn GPS, die hij in de hand houdt. Ik vraag hem of het lukt, maar kennelijk is zijn GPS vastgelopen.


We komen na een klim door een boomgaard, waar de appelbomen in bloei staan en de paardenbloemen de rechte rijen nog eens extra opfleuren.


Koeien staan op een steile helling. Hier kun je wel goed zien dat het landschap niet het makkelijkst is om in te lopen, maar het is wel ontzettend mooi.


Terwijl wij lekker naar beneden rollen, komen er vanaf de andere kant ineens hardlopers aan met startnummers op. Een wedstrijdje, en een pittige ook. We moedigen de lopers in het voorbijgaan aan en dat wordt gewaardeerd.


Onderaan steken we een beek over. Ik roep de man in de gele jas even terug, want hij lijkt de verkeerde kant op te gaan. Val de Dieu staat er bij een kasteel met een grote kerk ernaast. Ernaast staat ineens een verzorgingspost, waar ze de bekertjes drinken al klaar hebben staan, net als bananen en sinaasappels. Ik vraag me af of dit bij dat wedstrijdje van net hoort of dat er nog een trail aan de gang is.
Terwijl we de schaduw van de bomen inlopen, zien we gelijk een beek onder ons doorstromen met een watervalletje. Prachtig.


Op het smalle paadje dat we kiezen krijgen we een foutmelding van de route: er is een heel klein hekje waar we doorkunnen en dat paadje is niet meer dan een spoor in het gras. En uiteraard gaat het stevig omhoog. We zien al snel dat de kerk van Val de Dieu beneden een stuk kleiner is geworden.


Over boerenweggetjes komen we langs oude gebouwen met geurige seringen. Koeien kijken ons na als we op een pittoresk dorpje af lopen met een mooie kerk. We hebben inmiddels de marathonafstand gelopen in 5 uur en 21 minuten. Het valt mij eigenlijk reuze mee, want ik weet dat ik in het Nationaal Park de Hoge Veluwe maar 5 minuten sneller was op deze afstand. Toch heb ik het gevoel dat we hier veel meer hebben gewandeld.


Langs het betonpad dat ons rechtstreeks naar een boerderij leidt, staat een bord dat we niet verder mogen. Toch lijkt de route ons hier wel heen te sturen, maar als we beter kijken vinden we een hekje waardoor we de wei in kunnen. Het gras dat een beetje platligt verraadt dat hier wel meer mensen langs zijn geweest. Na een volgend hekje, dat schreeuwt van ellende, gaan we een schijnbaar doodlopende hoek in, maar ook hier kunnen we ontsnappen via een piepend draaihekje.


We krijgen gezelschap van een loper die vraagt hoe het met ons gaat en onze reactie dat we onze benen best voelen (en ik een zere knie heb) aangeeft dat wij helemaal niet hebben uitgerust onderweg. We krijgen de tip om eens helemaal plat te gaan liggen voor een aantal minuten. Daarmee verdeel je je bloed weer netjes door je lichaam en dan doen je benen minder zeer. Ik heb dit al eens eerder gehoord en besluit het bij post 2 eens uit te gaan proberen.
Ergens vinden we nog weer wat energie, want na heel wat kilometers met flinke wandelstukken erin, lopen we nu gezellig kletsend een aantal kilometer met deze man mee naar de volgende post in de muziekkoepel in Aubel op 46 km. (Achteraf gezien lopen we hier zelfs onze snelste kilometer!)


Bij de post vul ik mijn rugzakje bij nadat ik even lekker languit heb gelegen. We blijven een half uur op de post hangen, voordat we ons genoeg aangesterkt voelen om verder te gaan. Onze medelopers zijn dan al een tijdje weer weg.
Vol goede moed beginnen we aan de laatste etappe. Als we het dorpje uit zijn, moet Salif even een pitstop maken en ik loop rustig verder. Hier komen we een stuk met modder tegen, wat we tot nu toe eigenlijk nog niet hebben gehad. Bovenop de heuvel ga ik maar eens in het gras zitten, want het duurt wel heel lang voordat Salif zich laat zien. Twee andere trailrunners komen langs en ze melden dat Salif een bloedneus had, maar er nu aankomt. En inderdaad, daar is hij weer.


Hoewel we bij de post goed hebben bijgetankt, kost het klimmen toch flink wat energie en we schakelen al snel weer over op wandelen. Mijn knie doet ook erg zeer inmiddels. Bovenop een heuvel ligt er een Amerikaanse begraafplaats langs de weg: Henri Chapelle. Rechts een veld vol witte kruizen met een grote entree ervoor, links schijnen de zonnestralen neer op een paal met een goudkleurige vogel erop.


We wandelen door het kortgemaaide gras. De trailrunners van net, een man en een vrouw, halen ons nu weer in, waar wij ze een tijdje terug nog voorbij waren gegaan.


Over asfaltweggetjes mogen we vervolgens weer een stuk vlakker lopen en dat gaat wel goed. Ook het geleidelijk afdalen over onverharde paadjes gaat prima en al doorhobbelend halen we onze voorgangers weer in. Net als we denken dat het wel heel lekker gaat dwingt de volgende klim ons weer tot wandelen.
In een dorpje is het even goed kijken naar het paadje dat we moeten hebben: een smal spoor vol stenen, dat tussen het groen steil omhoog loopt. We wandelen vrolijk omhoog en groeten onderweg een oude man die naar beneden komt.
Bovenaan krijgen we uitzicht op de achterkant van de begraafplaats. Je kunt de grote entree goed zien, met daarvoor een wit veld.
Op ons gemak lopen we vervolgens door een dorpje met een kerk die wat hoger is gebouwd. Schaapjes kijken ons aan.


We hebben inmiddels weer van plek gewisseld met de man en vrouw, die nu vlak voor een boerderijtje afslaan langs een groene heg. Handig dat ze voorop lopen, want anders waren we het paadje vast zo voorbij gelopen.


Door een draaihekje met een balk erboven wurmen we ons de graslanden in. Ik krijg al bijna medelijden met de grote man die achter ons aankomt. Die zal zich ook door deze hekjes moeten vouwen.


Er is lichtjes een spoor zichtbaar van platgelopen gras. De hobbelige ondergrond in combinatie met een afdaling zorgt ervoor dat mijn knie keihard protesteert. Terwijl Salif vooruit hobbelt, moet ik het noodgedwongen rustiger aan doen.


Het spoor loopt langs een afrastering van prikkeldraad en stopt dan in de hoek. Onze klokjes weten ook geen raad, moeten we over het prikkeldraad heen? De grote man achter ons doet dat gewoon, maar ik heb twijfels: dit zal toch niet kloppen met de route? Na even heen en weer gelopen te hebben zie ik geen andere mogelijkheid en ook wij stappen voorzichtig over het prikkeldraad heen.


Ezeltjes staan in een weitje naar ons te kijken. Het lopen gaat weer aardig over de enigszins vlakke asfaltweggetjes die nu volgen. Het lijkt wat frisser te worden als we een brug over een grote weg nemen. Donkere wolken beginnen zich aan de horizon op te stapelen.


Rond een kerk in een klein dorpje staan bomen vol in bloei. Landweggetjes omzoomd met heggetjes lijken eindeloos aaneengeregen te worden. Ik moet een paar keer plassen, terwijl ik tot nu toe helemaal niet hoefde. We wisselen een paar keer van positie met de grote man die ons bij het prikkeldraad inhaalde.
Als we met nog een kleine 2 kilometer te gaan beneden een dorpje zien liggen, weten we dat dit Limbourg moet zijn: ons eindpunt. Op de helling aan de andere kant zie ik een torenspitsje en ik wijs Salif aan dat dat weleens onze finish zou kunnen zijn. Dat betekent dat we nog wel een klimmetje krijgen in het laatste stuk.


We hobbelen rustig naar beneden en door het centrum, waar we een beek oversteken. We gaan inderdaad richting de kerktoren op de helling en al snel staan we onderaan. Nog een kleine kilometer te gaan, maar dat gaat wel steil omhoog. Halverwege rust ik nog even uit op het bankje dat daar voor een kruisbeeld staat.


We hebben nog steeds lol, zelfs al vallen er nu ineens wat druppels uit die donkere wolken die nu boven ons zijn samengepakt. Bij het kerkje zien we een kroon op een sokkel: het herkenningspunt van het Helipad. We zetten het netjes op de foto.


Als we een vrijwilligster zien lopen, gaan we achter haar aan, want zij weet vast waar we precies moeten zijn. Bijna lopen we er voorbij, maar het is wel duidelijk: achter een poort zitten en liggen enkele trailrunners in een tuin. We worden er met applaus ontvangen: we hebben het gehaald! De Duitse ambassadeurs van het Hertog Limburgpad heten ons van harte welkom en ze vinden het een hele prestatie. Onze rugzakjes worden voor ons uit een bus gehaald, zodat we ons direct kunnen omkleden. Organisator Willem is hier aanwezig en we krijgen heerlijke soep van de scouting. Daar hadden we echt naar uitgekeken.
Bij het vuur warmen we lekker op met een Erdinger alkoholfrei Als er cola nodig is op de volgende post nemen we ons biertje mee in de auto, want zo worden wij teruggebracht naar Kerkrade. Daar wordt zelfs nog patat voor ons gehaald. We douchen lekker en terwijl Salif ineens verdwenen is, wacht ik met de Duitser met de stokken, die na ons binnenkwam en maar uitgestapt is, op de eerste van de hele afstand. We kunnen haar op een groot scherm volgen en zij komt om kwart over 1 binnen.
Het luchtbedje slaapt vervolgens een stuk beter dan de nacht ervoor. In de nacht druppelen de lopers binnen en ook de volgende ochtend  komen er lopers binnen. Als wij rond 10 uur vertrekken, is nog niet iedereen gefinisht. Heel gaaf om het hele evenement met de trackers te volgen, zeker als je de gezichten bij de namen inmiddels kent.

Het terugrijden gaat prima, mijn benen voelen soepeler dan ik had verwacht en mijn knie is gelukkig niet dik of stijf geworden. We hebben ontzettend genoten van de sfeer, de vrijwilligers en de prachtige route. Ik durf wel te zeggen dat dit waarschijnlijk niet de laatste keer is dat ik hier ben geweest. Willem en team, ontzettend bedankt voor deze fantastische ervaring!

Foto’s 6, 10, 16, 27, 30 en 35 van loopmaatje Salif

De Valentijnscross 2018

Op zaterdag 10 februari meld ik mij bij recreatieplas het Lageveld in Wierden. Als ik aan kom lopen zie ik de linten al hangen om de hele plas heen. Ik spot wat bekenden en met z’n drietjes starten we met inlopen. Ik maak het rondje om de plas niet af, maar keer wat eerder terug. Zo heb ik nog even tijd voor een toiletbezoekje. Aangezien het niet warm is, wacht ik even in de kleedtent tot een paar minuten voor de start.
In het startvak zie ik wat dames staan. Ik ga in de buurt staan van het felroze shirtje dat ik bij de Zuurbergcross zo mooi als richtpunt kon gebruiken. Daar kon ik haar inhalen, dus ik hoop haar vandaag ook voor te blijven.
Het startschot klinkt en de meute draaft over het korte gras naar het bos toe. Paaltjes die in de weg staan zijn voorzien van stootkussens, zodat niemand gewond zal raken bij een eventuele botsing.
Het eerste stuk is nog redelijk vlak. Twee dames zijn me bij de start voorbijgekomen, waarvan één het roze shirtje is. Die moet ik dus in het vizier houden.
De grond is hard, zo hier en daar voorzien van wat boomwortels. Dan maken we een scherpe bocht en pakken we een stukje mountainbikeparcours mee, dat over een paar heuveltjes gaat. Op de laatste en tevens hoogste top zit een EHBO’er klaar voor eventuele ongelukjes. De man voor me loopt niet zo heel hard naar beneden en de dames zijn ondertussen heel iets uitgelopen. De eerste kilometer ging in 4:53 en daar ben ik erg blij mee. Nu hopen dat ik dit kan vasthouden.
We draaien richting de grote plas. Over het gras naar een rand, waar we vanaf springen het smalle strandje op. Het strandje is niet zo hard bevroren als ik had verwacht, maar nog zeker goed te belopen. De rand aan het einde haalt je gelijk weer uit je ritme.
We steken dwars een weide over. Hoewel er dit jaar geen sneeuw valt zoals vorig jaar, ben ik toch blij met de keuze voor mijn Arctic schoenen. Hier zit wat minder profiel onder, waardoor ik de grassprietjes niet zo doorkam. Het mos tussen het gras zorgt dat de ondergrond erg zacht is om op te lopen.
Aan deze kant van de plas komen we weer een stukje mountainbikeparcours tegen. Hier zitten flink wat bochten in en ook hier staat een EHBO’er goed op te letten.
Over het gras gaan we weer naar een stuk strand. Ik zie Jacqueline al van verre staan. Vanwege een blessure kan ze de crosscompetitie niet afmaken, maar ze vindt het wel zo leuk om dan te komen kijken.


De linten leiden ons door het mulle zand rondom een speeltoestel. Dit is wel een heel verschil met het ietwat harde strandje. Daar verdwijnen we achter een klein walletje. Ook hier is het vlak.
Via de fietsenstallingen komen we weer op het gras terecht, waar we elk klein bultje meepakken. Wat dat betreft doet deze cross me heel erg aan een veldloop denken, zoals je ze ook wel op tv ziet. We moeten 4 rondes om de plas heen en elke ronde is ongeveer 2,8 kilometer. Na nog een stukje strand komt de doorkomst in zicht, maar eerst nog even door een zacht beachvolleybalveld. Dat haalt de vaart er wel even uit.
Bij doorkomst zie ik een tijd van ruim 14 minuten op de klok staan en ik duik verderop het bos weer in om over de boomwortels te draven. Het gat tussen mij en het roze shirtje is inmiddels aardig geslonken en als ik na de bultjes weer richting het water loop, zie ik dat de vrouw die ervoor loopt ook niet ver weg is. Zij gebaart iets naar iemand langs het parcours en stopt dan even, waardoor het roze shirtje haar voorbijloopt. Voordat ik erbij ben is ze weer bij het roze shirtje aangehaakt en ik hou beide dames in het oog. Ik vermoed dat de vrouw die even was gestopt ergens last van heeft gekregen, want normaal gesproken is ze wel wat sneller. Vol goede moed draaf ik achter ze aan over het grasveld met mos.


Jacqueline duikt weer op als ik achter een paar heren aan over een singletrack draaf. Ze roept dat ik die twee dames voor me wel in kan halen. Ik denk dat ze gelijk heeft.


Op weg naar het strandje en ondertussen op jacht naar die twee dames. Terwijl ik over de grasbultjes ren, haal ik ze allebei in. Het geeft me even een boost, want ik wil ze natuurlijk wel voorblijven.
Bij doorkomst word ik aangemoedigd door een ander loopmaatje en de klok staat op 28:30. Als ik dit tempo volhoud kom ik op 57 minuten uit, wat beter is dan vorig jaar. Toen zat ik net rond de 58 minuten, dus mijn doel is om dat vandaag te verbeteren. Toch verwacht ik nog wel wat in te zakken. Ik neem een bekertje water aan en ga door met de derde ronde.
Jacqueline is weer wat opgeschoven en wacht me nu op vlak voor ik de bultjes over ga. Wel leuk dat ze me zo enthousiast staat aan te moedigen elke keer.


Een zevende kilometertijd van 5:08 komt langs, de eerste die boven mijn gemiddelde van 5:05/km van vorig jaar zit. Het gaat nog prima voor mijn gevoel.


Er komt een mountainbiker langs, gevolgd door de eerste lopers. Eerst twee die elkaar op de hielen zitten en even later nog eentje. Bij het teruglopen vanaf een stukje strand kijk ik even achterom of ik het roze shirtje nog zie. Ze zit inmiddels een heel eind achter mij. De andere dame spot ik vervolgens langs de kant, zij is dus uitgestapt. “Balen!” roep ik haar toe in het voorbijgaan en ze moedigt mij nog aan. Er komt nog iemand langs die gaat finishen, terwijl ik aan mijn laatste ronde begin.
Deze keer vindt Jacqueline mij terwijl ik het laatste bultje in de rij af vlieg. Er loopt nu niemand meer voor me, dus ik kan hier lekker mijn eigen tempo aanhouden.


Het strandje is inmiddels wat modderiger geworden, maar nog steeds goed te belopen. Er lopen nog maar weinig mensen om mij heen en de druk is er nu een beetje af. Ik merk dat mijn tijden iets oplopen, maar ik bedenk dat ik toch graag sneller wil zijn dan vorig jaar. Een race tegen mezelf.
Jacqueline staat nog een keer langs de kant en ik ben benieuwd of ze het gaat redden om bij mijn finish te zijn.


Ik verdwijn achter de bosjes om even later over de grasbultjes te rennen, langs de speeltoestellen door het zand en nog een keer over het strandje.
Terwijl ik op de finish af loop, zie ik de klok al akelig hard richting de 58 minuten gaan. In het zand van het beachvolleybalveld kom ik nauwelijks vooruit, maar ik doe nog even heel hard mijn best op een eindsprint. Zo kom ik nét onder de 58 minuten over de streep, waar Jacqueline me uiteraard staat op te wachten.


Als ik achteraf mijn nettotijd vergelijk met die van vorig jaar ben ik 4 seconden sneller. Die eindsprint heeft dus nog wel nut gehad. Het heeft mij deze keer een 6e plaats opgeleverd en een 3e plek bij de competitieloopsters. Samen met een aantal loopmaatjes kijk ik onder het genot van een warm kopje thee nog even bij de prijsuitreiking en nadat ik de start van de 5 kilometer heb gezien ga ik snel naar huis.

De Kroondomein Het Loo Marathon

Zaterdagochtend draait mijn autootje een zandweg op en ik parkeer op aanwijzingen van vrijwilligers bij het Aardhuis. Ik meld mij aan (het startnummer had ik al thuisgestuurd gekregen) en krijg een kaartje met de route mee. Binnen is er koffie en thee met een plakje krentenwegge. Terwijl ik van de warme thee nip, komt er een bekend gezicht binnenlopen. Het is een klasgenoot die ik nog van de basisschool en de middelbare school ken. We hebben elkaar 18 jaar niet gezien en de verrassing is groot dat je elkaar dan treft bij een trail met slechts 150 deelnemers.
In de kleedkamer boven tref ik opnieuw bekenden: twee meiden die ik ken via sociale media, maar die ik allebei nog niet in het echt had ontmoet. Kennelijk kenden zij elkaar ook al.
Als ik natte plekken ontdek op mijn Camelbak schrik ik even, maar ik kan geen lek ontdekken in de waterzak. Op het laatste moment wissel ik mijn modderstampers met veel grip voor mijn ijsschoenen, die na zoveel kilometers iets comfortabeler zitten. Ik verwacht niet al teveel modder, dus die gok neem ik maar.
We gaan naar buiten, waar we nog wat uitleg krijgen. Eén persoon wordt apart genoemd, omdat hij na de marathon van vandaag morgen ook de Asselronde (25 km) en de Acht van Apeldoorn loopt. In totaal is dat dan 75 kilometer in 2 dagen.

Het Aardhuis
Ik had bedacht om tussen de tempogroepen van 4 uur en 4:30 in te gaan staan, maar ik kom naast de oude bekende terecht en al kletsend is het ineens tijd voor de start. Samen lopen we weg en er moet heel wat besproken worden. Mijn scheen voel ik even (ik heb eerder deze week de training afgebroken omdat ik er echt een pijnpuntje op had zitten), maar dat zet gelukkig niet door.
Al kletsend gaan de eerste kilometers vlot voorbij. Ineens merken we dat er een grote groep achter ons loopt: jawel, de tempogroep van 4 uur! Dat gaat dus veel te hard voor mij. Toch blijven we er nog even vooruit lopen. Bij 3 kilometer moesten we een stuwwal op volgens de aanwijzingen die we bij de start hebben gehad. De lopers voor ons missen die afslag en als ik de wal op loop, komt de hele groep langs me heen. Ik stap even opzij en sluit achteraan aan, maar mijn loopmaatje gaat in de groep mee.

stuwwal
We moeten over wat boomstammen heen en door zachte grond bedekt met bladeren. Al snel daarna komen we op een breed, recht pad, dat rustig door het open landschap golft. De groep loopt een stuk voor mij, maar ik zie dat ik nog steeds een tempo loop van ongeveer 5:40/km. Het gaat op zich wel goed en de ondergrond is hier stevig, dus voorlopig is dit best te doen zo.

groep 4 uur
Een mountainbiker komt langszij. Er zouden er een aantal meefietsen en dat blijkt ook zo te zijn. We moeten zelf navigeren en er hangen dus nergens lintjes. Hoewel ik dat wel vaker doe, vind ik het toch een mooie training voor het Helipad in april, waar we ook zelf zullen moeten navigeren.
De groep is inmiddels wat bij me weggelopen. Ik vraag me af of dit nou de hele route zo blijft, terwijl ik al 2 kilometer rechtdoor loop. Het is nog geen zware trail voorlopig. Wel jammer dat er geen tijdsregistratie is, want het lijkt erop dat dit mijn snelste trailmarathon gaat worden. Ik zit inmiddels op 8 kilometer en mijn benen gaan maar door in hetzelfde ritme. Toch word ik nu een paar keer ingehaald door een enkeling, die ook alleen is gaan lopen.

rechtdoor
Een klein groepje haalt me in en ik haak maar eens aan. Het zonnetje breekt door. We hebben de uitgestrekte heidevelden ingeruild voor boerenland, waarna we door het bos lopen.
Vriendelijke vrijwilligers laten auto’s voor ons stoppen. Na 11 kilometer volgt er een smal paadje door het bos. Ik heb het groepje laten gaan en de 12e kilometer is ook de eerste die boven de 6 minuten gaat.

vennetje
Het alleen lopen duurt niet lang. Terwijl ik links en rechts over paden en zandweggetjes door het bos ga, komt er een vrouw naast me lopen. We raken aan de praat. Zij blijkt geen navigatie te hebben, waardoor ze graag even bij anderen aanhaakt die dat wel hebben. Ze is aan het trainen voor de 75 km SallandTrail en ze vindt een tempo iets boven de 6 min/km wel prima. Toch voeren we ongemerkt het tempo weer op en we duiken regelmatig onder de 6 minuten.

weer rechtdoor
Zo af en toe komt er tussen het bos een golvend heidelandschap tevoorschijn. We zijn inmiddels hard op weg naar de halve marathon en dus naar de verzorgingspost die daar moet staan.
De vrouw geeft aan even een bosje op te zoeken en zegt dat ik wel door kan lopen. Als mijn horloge aangeeft naar links te moeten, twijfel ik even of ik toch moet wachten. Ik kijk achterom en zie meer lopers aankomen, dus dat komt dan wel goed met die navigatie. Een paar honderd meter verderop stuit ik op de verzorgingspost.
Er is banaan, koek, bouillon, thee, sportdrank en water. Ik had al begrepen dat de cola en chips hier zouden ontbreken, dus ik heb zelf plakjes worst als wat zouts meegenomen. De bouillon smaakt uitstekend. Terwijl ik bij het tafeltje sta, komt er ineens een wildzwijn langsgelopen! Ik kijk mijn ogen uit, hoewel één van de vrijwilligers aangeeft dat het gekker is als je ze hier niet zou zien. Het beest loopt op z’n gemak naar rechts en verdwijnt achter een schuur, om even later weer de andere kant op te dribbelen. Ik vind het bijzonder!

wildzwijn

zwijntje
De vrouw die met me meeliep is inmiddels ook gearriveerd en samen met twee heren gaan we weer op weg. Ik voel me niet zo opgeladen als anders, maar misschien komt dat nog. Bij de post heb ik mijn handschoenen maar weer aangetrokken, maar ondanks dat blijf ik nu een hele tijd koude handen houden.
We krijgen nu wat mooie bospaden onder de voeten. Zo langzamerhand begin ik het wel wat zwaarder te krijgen, wat niet zo gek is met kilometertijden die alweer onder de 6 minuten blijven steken. Ik eet wat en even wandelen we een stukje, maar dat gaat al snel weer over in een looppas. Zo krijg ik maar een paar happen binnen.
Een mountainbiker waarschuwt ons als we per ongeluk rechtdoor lopen waar we linksaf moesten. Handig, zo’n correctie. De paadjes worden nu wel interessanter. Kronkelend omhoog en omlaag door het bos. De mountainbiker fietst met ons mee. Zo kunnen we in elk geval niet weer verkeerd lopen.

kronkelpaden
Ik besluit het groepje te laten lopen en eerst even fatsoenlijk wat te eten. Ik zit nu rond de 30 kilometer en mijn kuiten beginnen nogal strak te staan. In een wat rustiger tempo loop ik verder door het bos. Er is hier ook flink wat stormschade. Een pad ligt bezaaid met dennentakken.
Buiten het bos zie ik het groepje lopers voor me nog net rechtsaf slaan. Tegen een helling staat een schuilhut voor de regen en daar lopen ze voor langs.

schuilhut
In dit deel van de route lijken sowieso wel wat meer hoogtemeters te zitten. Bij 32 kilometer zie ik rijen met bronzen stronken in het bos staan. Er staat geen uitleg bij wat het precies voor moet stellen, maar het zal wel een kunstwerk zijn. We lopen er vlak langs.

stronkenkunst
Hier pik ik mijn volgende loopmaatje op, die langs de stronken heen wandelt. Ik wandel even met een andere loper mee, die aangeeft misselijk te zijn geworden. Het lijkt hem verstandiger om uit te stappen bij het punt waar dat kan op 34 kilometer. Daar zijn we nu zo ongeveer.
De wandelaar van net komt me achterop en samen lopen we verder. Hij blijkt degene te zijn die ook de Asselronde en de Acht van Apeldoorn morgen wil gaan lopen. Al kletsend gaan er weer een aantal kilometers vlot voorbij. Bij een paar pittige klimmetjes wandelen we omhoog, maar de kuiten voelen inmiddels weer aardig goed en ik kan blijven lopen.
Buiten het bos worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht. De begeleidende mountainbikers vinden het wel mooi als ik daar een fotootje van schiet: “Goedzo! Blijven genieten!”

uitzicht
Dat genieten lukt ook nog wel aardig, al wordt de route nu wat pittiger en wandelen we nog maar een paar keer een stukje. In de laatste kilometer voel ik mijn kuiten toch ook wel weer goed. Het gaat aardig vals omhoog. Toch mag ik van mezelf (en van mijn loopmaatje) nu niet meer wandelen. Nog maar een paar honderd meter en dan zijn we er! Mijn loopmaatje zegt dat we nog wel een eindsprintje kunnen trekken, maar dat zit er bij mij echt niet meer in. Hij heeft kennelijk nog wel wat over.
Na 4 uur en 26 minuten kom ik lachend onder de finishboog door, die door vrijwilligers van afgewaaide takken is gemaakt. Het was een bijzondere marathon!
Na afloop tref ik mijn voormalige klasgenoot weer in het Aardhuis, waar ik samen met mijn medefinisher van een lekker kopje soep geniet. Daar knapt een mens van op! Op m’n gemak kleed ik me daarna om en ik masseer nog een knoop uit mijn kuit, zodat ik die weer kan gebruiken om de koppeling in te trappen. Ik heb een mooie dag gehad!

De Zuurbergcross

De derde cross van het Crosscircuit van het Oosten is deze keer de Zuurbergcross. Een gloednieuwe cross, die de Holterbergcross vervangt.
Het is een graad of twee en mooi droog. Nadat ik mijn autootje in een weiland heb achtergelaten, begeef ik me naar het gebouwtje van de motorclub. Onderweg naar mijn startnummer spot ik alweer verschillende loopmaatjes. Ik werp een snelle blik op het parcours, maar ik ken de omgeving niet, dus het zegt me niet zoveel. In elk geval twee rondes van 5 kilometer, dat is leuk.
Samen met een loopmaatje ga ik warmlopen en gelijk maar even de eerste kilometer van het parcours verkennen. We krijgen dan een paadje langs bomen, een stukje asfalt, klinkers en een zandweggetje, totdat we bij een erf uitkomen. Vlak daarna zit de eerste kilometer erop en draaien we om.
Om één uur is de start. Ik ben vanaf de voorkant het vak ingelopen en sta nog redelijk vooraan. Voor mij staat een meisje in een felroze shirtje, naast mij een andere vrouw. Ik wens een paar loopmaatjes succes en dan gaan we van start. Ik loop gewoon met de meute mee. De eerste kilometer is niet zo zwaar, want ondanks de verscheidenheid aan ondergronden is het wel zo goed als vlak. Niet zo gek dat de eerste kilometertijd 4:47 is.
Op het erf staat de (vermoedelijke) boer met zijn vrouw te kijken naar de stroom lopers die langskomt. We steken een weg over en gaan dan dwars door een weiland richting het bos. De loper voor mij is kennelijk niet gewend om op zulke zachte ondergrond te lopen, want hij lijkt ineens stil te vallen. Hop, er voorbij en op naar het bos.
Na een paar zachte bospaadjes krijgen we een stevige klim voor de kiezen. Dit zal de Zuurberg wel zijn. Ik zit klem in de sliert met lopers en ga in hetzelfde tempo mee omhoog. Het roze shirtje loopt nog steeds een stuk voor mij, maar drie andere dames zijn daar al een eind vooruit. Bij een steile afdaling ietsjes verderop blijkt de man voor me niet zo hard te durven en ik stuiter hem voorbij.


Dan weer een kort klimmetje. Dit ziet eruit als de motorcrossbaan, waarvan ik al had gehoord dat die erin zou zitten. Ik ben blij dat het geen zacht, mul zand is, zoals ik had verwacht, maar gewoon stevige grond met gras erop. Er zitten een aantal bultjes achter elkaar van enkele meters hoog. Het doet me heel erg denken aan het veldlopen zoals ik dat op tv weleens zie.
De tweede kilometer gaat in 5:44, wat niet zo vreemd is met zo’n klim erin. Een vrouw met een kort staartje haalt me in en neemt gelijk wat afstand. Er volgen wat zandpaden en bospaadjes met wortels erin en wat diepe kuilen. Ik bedenk dat je het beste het diepste punt over kunt slaan door van de ene naar de andere helling te springen, maar het lukt me niet overal.
Ik haal een vrouw in, die kennelijk toch iets te ambitieus was gestart. Dan lopen we vanuit het bos weer naar een erf en ook hier staan de bewoners buiten te kijken. Het is best een belevenis natuurlijk.
Mijn horloge piept, maar ik kijk niet. We lopen op een zandweggetje en het moet haast de vierde kilometer zijn. Terwijl ik links al lopers richting het startterrein zie lopen, worden we eerst door een paar vrijwilligers nog eens rechts het bos in gestuurd. Hier blijkt nog een gemene klim verstopt te zitten, bijna net zo lang als de eerste. Aan de achterkant van het bosje kunnen we heel even wat op adem komen en daar staat loopmaatje Hans klaar met zijn camera en een bemoedigend woord.

Foto van Hans
De afdaling is wel mooi en doet me een beetje denken aan de Trail des Fantômes, waarbij je ook zo schuin over de hellingen naar beneden kan denderen. De loper voor me zorgt dat ik me toch een beetje inhoud.
Bij het uitkomen van de lus is Jacqueline in opperste concentratie net aangekomen bij het begin en ik moedig haar even aan. Nu worden we over een stoppelveld gestuurd. Je kunt veel zeggen van deze cross, maar afwisselend is het zeker! Het zachte zand is best goed te belopen, we hebben waarschijnlijk mazzel dat er geen bende water gevallen is de laatste dagen. Wel zien we sporen van de storm. Er moest nog wel het een en ander opgeruimd worden voordat de cross gehouden kon worden.
Bij de doorkomst zie ik een tijd rond de 26:30 op de klok staan. Het scheelt dat ik hier totaal geen referentie heb van een eerdere tijd, dus we zien wel wat het wordt.
Het lopen gaat goed, ik zit nog steeds een stukje achter het roze shirtje en heb de hoop dat ik haar nog in kan halen, maar daar moet ik niet te lang mee gaan wachten. De boer staat nog steeds te kijken. Bij het weiland word ik ingehaald door iemand die plaatselijk goed bekend is, want hij krijgt zo links en rechts wat aanmoedigingen. Een opruimploeg is bezig omgewaaide bomen weg te halen en takken te verzamelen.
Het gras in het weiland is nu al wat meer aangestampt. Bij de Zuurberg gebaart de loper voor me dat ik hem maar voorbij moet gaan. Ik kan omhoog zonder zware benen, dus dat gaat wel lekker. Ik kom zo vlak achter het roze shirtje terecht en in de steile afdaling knal ik haar voorbij. Nu door blijven lopen! Er volgt direct een pittig klimmetje en daarna de rest van de motorcrossbaan.

klimmetje
Het lijkt wel of ik door de inhaalactie wat nieuwe energie heb gekregen. Ik denk er niet over na, want ik heb mijn aandacht nodig bij de zachte en oneffen ondergrond. De boer van het tweede erf is inmiddels verdwenen. Bij het ingaan van de lus naar de tweede lange klim kan ik even een blik achterom werpen en ik zie dat ik een aardige voorsprong heb genomen op het felroze shirtje. Dat is lekker. Ook hier kan ik omhoog zonder problemen. Het loopmaatje is verdwenen, maar ik kan nu iets meer mijn eigen ding doen in de afdaling, die lekker gaat. Nu is het niet ver meer. Ik draaf het stoppelveld over en op het laatste stukje weg voor de finish zet ik nog even aan. Met een zeer tevreden gevoel kom ik de matten over. Mijn tijd is 53:29.

Terwijl ik het idee had dat ik vierde bij de dames lag, blijk ik de eerste 3 dames volledig te hebben gemist. Die zijn waarschijnlijk nog na mij aan de voorkant het startvak ingelopen en ze waren ook een stuk sneller. Ik ben dus als zevende geëindigd. Voor de competitie maakt het niet uit, daar ben ik na twee keer een 5e plek nu als vierde geëindigd en ik behoud vooralsnog mijn vierde plekje, al zie ik nu wel dat er zeer waarschijnlijk nog iemand tussenkomt, die nog maar 2 keer heeft gelopen.
Mijn chipje wordt losgeknipt en ik neem een bekertje warme thee. Jacqueline komt binnen in 59 minuten. Zij vond deze cross zwaarder dan de Nijverdalsebergcross, ik zet deze op de tweede plek wat zwaarte betreft.
Tegen inlevering van het startnummer ontvangen we een rookworst, terwijl de lopers van de 5 kilometer binnendruppelen. Ik klets nog wat na en ga dan tevreden naar huis om onder de warme douche te stappen.

 

Foto’s 1 en 3 van Math Willems Fotografie, foto 2 van loopmaatje Hans P.

De Winter Step One Loop 2017

Na enig twijfelen heb ik me toch ingeschreven voor de halve marathon in mijn woonplaats. Ik heb er niet echt voor getraind, maar het is toch een beetje een traditie. Op zondagochtend ga ik met enige tegenzin op de fiets naar de voetbalvereniging.
Ik zie wat loopmaatjes en kan nog net een toiletbezoekje doen, voordat het tijd is om naar de start te gaan. Warmlopen heb ik niet gedaan, maar daar kan ik de eerste kilometers wel voor gebruiken. Het startvak staat flink vol, want de 10 kilometer start tegelijkertijd. In de drukte kan ik toch mijn clubgenootjes vinden. Jacqueline is natuurlijk van de partij en ook Dominique, die het vandaag rustig aan wil doen.
Twee jaar geleden liep ik hier mijn laatste halve marathon en toen liep ik met 1:44:33 een PR. Vandaag voel ik me daar niet fit genoeg voor (mijn verkoudheid van 3 weken geleden is nog steeds niet helemaal verdwenen), maar ik denk dat ik toch ga proberen rond de 1:45 uit te komen, ondanks dat de prognose die mijn horloge geeft niet lager is dan 1:46:30.
Het startschot komt nog vrij onverwacht. We staan redelijk ver naar achteren (ik wilde de 10 kilometerlopers niet voor de voeten lopen) en ik kan niet direct mijn eigen tempo pakken. Het is gewoon met de stroom mee, al is dat niet handig als we met z’n allen een fietspad opdraaien. Jacqueline komt me in de binnenbocht voorbij.
Op weg naar een viaduct haal ik Jacqueline weer in. Zij was van plan om 5:10/km te gaan lopen. Ik meld haar dat de eerste kilometer in 4:59 ging en we wensen elkaar succes.
Een aardige groep loopt voor me, maar ik kan moeilijk aansluiten. Ik haal een paar dames in, onder andere eentje met een lichtblauwe tight, die ik zelf laatst ook heb gekocht. De kilometertijden (4:54 en 4:56) zijn op dit moment prima.
In de schaduw is het zo hier en daar een beetje glad. De berm biedt dan uitkomst. Het zonnetje schijnt en dat is wel lekker warm. Na een bochtje naar links lopen we vol tegen de zon in. De vierde kilometer zit net boven de 5 minuten en ik heb het idee dat ik er ook niet meer onder ga komen. Zal ik anders nog besluiten om voor de 10 kilometer te gaan? Het kan nu nog. Maar dan zou ik harder gaan lopen, daar heb ik ook geen zin in. Vlak voor het vijfkilometerpunt is de splitsing van de 10 kilometer en de halve marathon en slechts een klein deel slaat af naar de langste afstand.
We lopen langs een zandweg over het fietspad. Aan het einde staat een verzorgingspost en ik pak een bekertje water aan. Vlak na de waterpost gaat de dame in de blauwe tight me voorbij. Zij loopt dus ook de halve marathon. Tijden van 5:00 en 5:07 zijn eigenlijk best oké. Ik wil vandaag lopen voor wat ik waard ben. Als dat wat minder is, dan is dat maar zo.
We naderen Bornerbroek en ik pak er een gelletje bij. In een keer of drie slurp ik het zoete goedje naar binnen, gevolgd door wat slokken water.
Het parcours is hier anders dan 2 jaar geleden, we lopen nu een stukje over het fietspad langs de doorgaande weg. Op het punt waar we de boerenweggetjes weer opdraaien staat een jongedame in hardloopkleding. Ze wenst me succes. Zou ze uitgestapt zijn? Dat kan ik toch ook doen? Maar nee, daar kom ik niet voor. Met wat tegenstrijdige stemmetjes in m’n hoofd loop ik door. Het busje van de organisatie komt me tegemoet. Ik kijk vol tegen de zon in.
Na weer een tegenvallende kilometertijd van 5:12 neem ik een besluit. Het mag wat rustiger. Een toptijd zit er toch niet in, waarom ga ik niet gewoon voor lekker uitlopen?
Dat blijkt toch lastiger dan ik dacht. Mijn hoofd blijft toch hangen in “lopen voor wat ik waard ben” en mijn benen laten zich niet zomaar afremmen. Het is me nog niet eerder gebeurd dat ik de handdoek in de ring heb gegooid tijdens een wedstrijd en het kost me moeite om dat nu bewust te gaan doen.
Ik nader een viaduct en zie de lopers voor me ertegenop gaan. Er lopen zeker vier vrouwen voor me. Terwijl ik er zelf tegenop ga, zie ik Jacqueline achter mij het viaduct naderen. Zij ziet mij ook en vraagt wat ik aan het doen ben. Ik geef aan dat ik het opgegeven heb en moedig haar aan. Ik zie ook trailmaatje Willie nog aankomen, voordat ik boven ben. Die gaat wel goed.
Het is een beetje glad en ik matig mijn snelheid. Een stukje door de berm en dan kan ik weer gewoon doorlopen.
Ik probeer nu ontspannen te gaan lopen en het tempo echt los te laten. Ik kijk niet meer op mijn klokje, het is niet langer belangrijk.
Een paar vrijwilligers staan op een splitsing waar ik rechts moet. Ik ben er na 4 kilometer ook langs gekomen. Voordat ik rechtsaf ga, kijk ik even achterom, want ik hoor snelle fietsers aankomen. Nog even wachten met afslaan tot ze voorbij zijn denk ik, maar dan hoor ik ze afremmen en er gaat er eentje flink onderuit. Ook hier was het glad en het kan best zijn dat ze door mijn blik naar achteren dachten dat ik zo de weg over zou gaan.
Ondanks dat ik echt wel wat langzamer loop nu, gaat het nog steeds zwaar. Hoe kan dat nou? Ik zit inmiddels op 14 kilometer en check mijn hartslag maar eens. Oeps, 195! Dat is maar een paar slagen onder mijn maximale hartslag! Geen wonder dat het zo zwaar gaat. Ik schakel over op wandelen, want het heeft geen zin om mezelf op te blazen. Dat is het niet waard.
Ik laat m’n hartslag zakken en ga dan weer over op een looppas. Jacqueline zit nu zo’n honderd meter achter mij. Langs de fraaie Twickelervaart loop ik naar de waterpost, waar ik even stop voor wat sportdrank en water. Wie weet helpt het.
Jacqueline komt me achterop, maar stopt ook even. Niet veel later gaat ze me voorbij en ik druk haar op het hart wel te genieten van dit moment, want ze is me nog niet eerder voorbijgegaan in een wedstrijd.
Even flitst er door mijn hoofd dat ik haar wel kan gaan hazen, maar 5:10/km is op dit moment gewoon te hard voor mij, dus ik laat haar gaan. Terwijl ik bijna boven op een viaduct ben, ga ik weer even wandelen. Een achteropkomende loper moedigt me aan door te zeggen dat ik er bijna ben en beter kan gaan dribbelen. Ach, ik kom er wel. Ik wandel nog een paar stukjes en kijk achterom of ik Willie al ergens zie, maar die is nog nergens te bekennen. Een groepje heren van de triathlonvereniging nodigt me uit om rustig met hun mee te lopen. Even haak ik aan, maar ik laat weer los om gewoon mijn eigen tempo te kunnen lopen.
Met nog 1 kilometer te gaan wandel ik nog een klein stukje. Een jongeman komt me achterop en geeft aan dat ik wel mee kan gaan. Nog maar 1 kilometer! Samen lopen we naar de sportvelden. Ik geef aan dat hij nog een eindsprint kan inzetten, maar hij wil mij mee hebben. Vooruit dan maar. Samen rennen we op de finish af, waar Jacqueline me al staat op te wachten. Een paar seconden later komt ook Dominique over de matten. Die had me in de verte al zien lopen en ze was wel klaar met het rustige lopen.

M’n tijd is 1:53:20. Tja, wat zal ik ervan zeggen? Ik hoop nog uit te vogelen waar het nou vandaan kwam, maar dat blijkt wel lastig te zijn. Mijn maximale hartslag is achteraf gezien gestegen naar 199 (in de 14e km!). Ik heb nog weleens mijn twijfels bij de polsmeting, maar het waren deze keer geen gekke piekjes en mijn gevoel klopte met de meting.
Gelukkig is het na afloop gezellig met wat loopmaatjes, een lekkere kop snert en een bokbiertje erbij. Over de tijd maak ik me verder niet druk. Volgende keer beter!

De Nijverdalsebergcross 2017

Voor de tweede cross van het Crosscircuit van het Oosten ga ik naar Nijverdal. Het is koud en guur. Als ik m’n startnummer heb, ga ik gelijk warmlopen, want ik heb nog maar een half uurtje tot de start. Het zonnetje breekt door.
De ondergrond valt me niet tegen wat modder betreft. Ik kom wat bekenden tegen en als ik warm ben, besluit ik om mijn nieuwe, vrij warme ondershirt met T-shirt erover toch om te ruilen voor een enkele longsleeve.
Op weg naar de start zie ik dat de zon is verdwenen en de lucht in de tussentijd grijs is gekleurd. We gaan het vast weer niet droog houden.
Na het startschot draaf ik met de massa mee over het goed begaanbare pad langs het water.

langs het water
Na een klein stukje asfalt draaien we het bos in, waar gelijk al wat modder ligt. Jacqueline haalt me in op een wat breder weggetje en hoewel het nu al niet makkelijk voelt, weet ik dat ik haar wel terug zal pakken. Er lopen wel meer dames voor me, maar we zijn pas net begonnen.
De eerste kilometer piept in 5:06. Niet gek. Ik vind dit de zwaarste cross van het circuit. Vorig jaar liep ik hem in 53:47. Met een keel die nog niet helemaal hersteld is hoop ik toch nog onder de 54 minuten te kunnen blijven.
Ik ren achter Jacqueline aan. Heuveltje op, over een boomstam springen en dan dwars door het bostheater, de trap op. Ik haal haar zoals verwacht weer in en maak me klaar voor een heuvelachtig lusje door het bos. Eerst een stevige bult op en dan wat bochtjes over smalle singletracks, gevolgd door een steil klimmetje en een flinke afdaling, waarbij ik alle remmen losgooi en de loper voor me voorbij vlieg.

afdaling
Daar is de eerste doorkomst al, halverwege de ruim 100 meter over het asfalt. Ik ga het bos weer in. Vlak voor me lopen sowieso al 4 dames en ik heb eigenlijk niet opgelet hoeveel er daarvoor nog lopen. Ik weet dat hier in Nijverdal altijd meer lopers meedoen dan alleen de competitielopers en ik denk dat ik blij mag zijn als ik in de top 10 eindig.


De linten zijn nu anders gehangen en we worden een bultje op gestuurd. Een extra lus, die we in de eerste ronde niet hadden. Een tijd van 5:42 voor de tweede km valt me een beetje tegen. Eigenlijk valt deze lus wat zwaarte betreft wel mee: na het bultje mogen we nog een keer naar beneden en verder blijft het redelijk vlak. De scherpe bochtjes zijn misschien wel het meest lastig.
Op de iets bredere, rechte paden kan ik weer wat beter doorlopen en de 3e kilometer gaat in 5:29. Er komen wat natte sneeuwvlokken naar beneden. Ik trek m’n mouw over mijn horloge heen, want ik heb ijskoude handen. Het gaat zoals het gaat, ik kan er niet veel meer van maken en naar de tijd kijken helpt ook niet echt.
Hee, nog een routewijziging? Oja, hier zit ook nog zo’n extra lusje. Deze is niet zo heel lang en begint met een smal stammetje over het pad. Ik zie Johan vanaf de andere kant aankomen, terwijl ik rechtsaf ga, een bultje op. Nog zo’n stammetje over het pad en dan onderlangs weer terug, met een paar modderige stukken erin.

tweede lus
Op weg naar het bostheater kom ik een dame achterop en ik haak even bij haar aan. De muziek staat loeihard in het theater en met regelmatige stappen ren ik de trap op. Hop, naar beneden en daar haal ik de vrouw in. Nu omhoog en zien dat ik haar voorblijf. Een smal stammetje over het pad, omlaag, een bochtje door waar de sporen van de lopers inmiddels goed te zien zijn en weer het steile klimmetje op. Het gaat me voor m’n gevoel best goed af, net als die lekkere afdaling.

dame in het paarse shirt
Ik word genoemd bij de doorkomst als dame in het paarse shirt, direct gevolgd door de naam van de dame achter mij. Het regent nu gewoon. Er staan wat bikkels met paraplus langs het parcours. In de eerste lus zijn de toeschouwers die er eerder stonden in een auto gaan zitten.
Een mountainbiker komt me achterop met de mededeling dat de eerste lopers eraan komen. Het duurt even voordat er nog een mountainbiker komt en ik ben alweer aan het einde van het tweede lusje als er daadwerkelijk een hardloper langsvliegt.
Ik haal een man in een blauw shirt in en ik merk dat het oranje shirt dat ik even daarvoor in heb gehaald met me meegaat. We zetten weer koers naar het theater. Ik spring nog steeds vrij soepel over de dikke boomstam. In het theater komen de nummers 2 en 3 langs, die elkaar op de hielen zitten.

bovenaan theater
Ook in de laatste lus komt er weer een hardloper voorbij gevlogen. Ik waarschuw de man voor me, want die is net bezig aan die leuke afdaling, maar dat gaat niet zo snel als degene die ons nu op een ronde zet.
Op de klok zie ik 38 minuten met nog maar één ronde te gaan. Ik denk dat het nog ongeveer 2,5 kilometer is en kijk weer eens op mijn klokje. Dat had ik beter niet kunnen doen: ik zit nu net op 7 kilometer. De bijbehorende tijd is 5:25. Nog 3 kilometer! Pfff…
Mijn benen voelen wat zwaar als ik weer de eerste lus induik, waar Johan net uitkomt. Ik probeer me te herpakken en loop gewoon door. Ik kan mijn ademhaling aardig onder controle houden en herstel weer wat op de rechte stukken. Ik haal weer een man in met een blauw shirt op weg naar het theater. Nog een keer lekker naar beneden en dan de laatste lus weer in met het pittige klimmetje aan het eind. Het oranje shirt gaat me hier voorbij en hij neemt gelijk wat afstand.
Ik kom langs de speaker, die mij vertelt dat ik nog 467 meter moet naar de finish. Een blik op mijn klokje leert mij dat het dan waarschijnlijk zelfs lastig gaat worden om nog onder de 55 minuten te blijven, maar ik ga ervoor. Het paadje is stevig en de finish komt al snel in zicht. Ik haal eruit wat er nog inzit en knal op 54:59 langs de klok. In de uitslagen is dat precies 55:00 geworden, goed voor een 8e plekje bij de dames. Netto ben ik nog onder de 55 minuten gebleven met 54:54.

filmpje
Na afloop blijf ik maar hoesten. Kennelijk zit die verkoudheid me nog steeds in de weg. Toch heb ik wel lekker gelopen. Ik klets nog wat na, wissel mijn startnummer om voor een reep chocola en ga dan huiswaarts.
In de competitie sta ik na deze cross 4e, maar daar zou er zomaar nog eentje tussen kunnen komen. We gaan het zien!

 

Foto’s 1, 5 en 6 van Nijverdal Extra, foto’s 2, 3 en 4 van AV Atletics en foto 7 uit het finishfilmpje.

De Lemelerbergloop 2017

Twee weken na mijn 60 kilometer lange avontuur… Mijn voet heeft zich niet meer geroerd, maar ik heb wel geleerd dat ik het beter iets rustiger aan kan doen na zo’n lange afstand. Ik heb dus niet zo gek veel gedaan in deze twee weken.
Nu staat er echter weer een cross op het programma: de Gerrit Voortman Lemelerbergloop. Sinds 2010 loop ik dit loopje elk jaar. Het was mijn tweede wedstrijdje ooit en toen kon je van tevoren nog clinics volgen. Zo ben ik gaan kijken of het wel iets voor mij zou zijn of dat het veel te zwaar zou zijn. De clinic vond ik al erg pittig, maar ik heb het toch gedaan en sindsdien heeft deze loop een speciaal plekje bij mij.

Dit jaar dus al mijn achtste editie. Ik ken de weg inmiddels en heb mijn startnummer dan ook zo te pakken. Terwijl ik ga inlopen is er een kidsrun bezig. Ik ben mooi vroeg met inlopen en kan de kleine ronde van het parcours meepakken. Zo kan ik gelijk zien hoe het erbij ligt.
Ik spot een paar bekenden en tegen kwart voor één verzamelen we ons achter het startlint. Daar gaan we dan!

start
Het is even zoeken naar een geschikt plekje om te lopen op het eerste stuk, wat een klinkerpaadje is. Ernaast is nog het meeste ruimte. Dan de afdaling, waar ik me naar beneden laat storten. Rechts aanhouden had ik bedacht, dat is goed beloopbaar en dan kan ik aan het einde de binnenbocht nemen. Een tak van een jonge beuk striemt mijn gezicht.
Ik zie voor mij al een aantal dames lopen. Nu weet ik dat er hier altijd een sterk deelnemersveld is. Ik hoop op een top 10 plekje in mijn categorie, maar ik loop hier vooral om mijn tijd te verbeteren. Dat is me tot nu toe elk jaar gelukt en de tijd van vorig jaar is 27:30.
De klim doemt op. Geen flauw gedoe, maar een stevige klim over bosgrond met boomwortels. Hier moet ik vooral niet teveel energie verspelen, maar ik wil ook niet te langzaam gaan. Bovenaan staan twee jongens foto’s te maken. Ik had ze met inlopen al even gesproken en ik had beloofd om lachend langs te komen.

lachende de 1e klim op
In het smalle spoor door de heide hoopt het ietsjes op. Ik heb kennelijk de eerste kilometertijd gemist, mijn klokje staat al op 5:13 op 1,03 km. Het lijkt me niet zo heel goed, volgens mij zat ik vorig jaar nog onder de 5 minuten op de eerste kilometer.
Terwijl ik achter een paar andere lopers het bos inga, bedenk ik dat het wel wat vlotter mag en ik haal een rijtje van 3 lopers voor me in.

ingehaald
Het pad glooit lekker naar beneden, om vervolgens omhoog naar de leeuw te voeren. Daar staat Jacqueline mij aan te moedigen.

weer omhoog
Over de grove treden ren ik naar de doorkomst, om vervolgens nog eens hetzelfde rondje in te duiken. De tweede kilometer zit wel onder de 5 minuten. Het is nu een stuk rustiger, al dender ik tegelijk met een andere dame naar beneden. Met mijn arm houd ik de tak uit mijn gezicht, terwijl ik door de bocht ga. Zo haal ik haar mooi in, terwijl zij de buitenbocht nam. Het volgende roze shirtje haal ik in de klim in.

tweede klim
Door het spoor over de heide. De derde kilometer kondigt zich aan in 5:24, wat al beter is dan de 5:30 van vorig jaar. Ik krijg de volgende dames alweer in het vizier. Eerst eentje in een grijs-zwart hemdje en daarvoor nog een roze en een geel T’shirt. Eerst maar eens aanhaken, want nu komt er een extra lus.

achtervolging
Terwijl ik de bocht omga naar de extra lus, zie ik in de verte ineens een bekende dame lopen. Als ik daar nou eens bij in de buurt kan komen… Ze gaat ineens wandelen, waardoor ik aardig op haar inloop. Voordat ik bij haar ben loopt ze alweer.
In het klimmetje naar de eerste uitkijkpost ga ik een klein groepje dames voorbij, waaronder het grijs-zwarte hemdje. Nu dit vasthouden. Nog zo’n klimmetje naar het tweede uitzichtpunt. Een vluchtige blik op de omgeving, die vanaf hier prachtig te zien is.
De vierde kilometer trilt in 5:10, wat volgens mij wel goed is. Dan naar beneden springen, het zachte zand in en weer een mul zand-afdaling als in Schoorl. Hiermee pak ik volgens mij ook weer een paar meter voorsprong. De bocht om en nu is het een kwestie van het tempo vasthouden en als het kan nog een beetje opvoeren.

4e km
Het gaat me aardig af. Ik loop niet te hijgen en te piepen, heb het idee dat het allemaal nog wel soepel gaat, al probeer ik wel om mezelf wat te pushen om eruit te halen wat erin zit. Even ben ik teleurgesteld als ik een kilometertijd eindigend op 41 seconden zie, maar dan besef ik dat het 4:41 is en niet 5:41. Dat gaat goed, nog 400 meter!
De ondergrond helt weer langzaam wat omhoog, totdat de kruising weer in zicht is en we naar de leeuw kunnen klimmen. Jacqueline moedigt me weer aan en ik pers het laatste beetje energie in de afdaling over de trap.

fantastische finishfoto
De klok staat op 27:20 als ik erlangs stuif. Yes, weer 10 seconden eraf! Op de netto tijd blijken dat er 12 te zijn. Ik word opgevangen door wat loopmaatjes en kan er zelf ook nog een paar opvangen.
Ik blijf nog wat hangen en kijk even bij de prijsuitreiking. Ik ben 12e geworden in mijn categorie V-senioren (de grens ligt hier bij 40 jaar).
Vervolgens ga ik wat loopmaatjes aanmoedigen en als ik toch langs het parcours zit… kan ik ook wel wat foto’s maken. Het wordt een hele serie. Wel leuk om te doen trouwens.
Al met al weer een hele geslaagde middag. Mijn doel gehaald door weer sneller te zijn, maar niet zo kapot als vorig jaar. Misschien heb ik het gewoon heel iets beter gedoseerd deze keer.

 

Foto’s 2 en 5 van Sander Bennink, foto’s 4 en 6 van loopmaatje Jacqueline, foto’s 1, 3, 7 en 8 van Fotoclub Coevorden. 

Indian Summer Ultra 60 km

Slechts een paar minuutjes te laat rijd ik de straat uit. Rond half 8 rijd ik langs Salif, die al buiten staat. Ik moet dus even terug om hem in te laten stappen.
We komen mooi op tijd aan op de camping, die voor vandaag omgetoverd is tot trailparadijsje. De sfeer is relaxt. We zien gelijk al een bekende: Sander. Hij gaat vandaag voor zijn eerste ultra, nadat hij de SallandTrail 50 km in maart voortijdig heeft moeten staken.
De eerste lopers zijn al een tijdje onderweg, want er is vandaag ook een 102 en een 127 kilometer, al dan niet als estafette. We halen onze nummers op, kletsen wat met de organisatie en nog meer bekenden. Sanne zien we binnen en een ultraloper die helaas zijn 127 kilometer al na 20 kilometer heeft moeten staken vanwege een verzwikte enkel.


Tegen kwart voor 10 gaan we het startvak in, waar onze startnummers gescand worden. Onder applaus van het publiek (waaronder loopmaatje Willie, die wat later start op een 27 km trail) lopen we de camping af.
Ik stond redelijk voorin het startvak en laat me al gelijk meetrekken. Ik heb met Salif niks afgesproken, maar bij de VechtdalTrail liepen we mooi gelijk op, dus dat verwacht ik vandaag ook.
Al snel lopen er een paar mensen tussen Salif en mij. De eerste kilometer gaat in 5:45 en ik ben niet van plan om harder te gaan lopen. De eerste post, die wij zo voorbij lopen, staat bij een bocht in het pad en daar zie ik Jaap staan, die zijn etappe vanmorgen om 6 uur al liep. Ik krijg een persoonlijke aanmoediging en hobbel verder over het uitgesleten graspaadje langs de bosrand.
We duiken het bos in en er is nog goed te lopen overal. Het is echt herfst; een dik bladertapijt bedekt de paadjes.
De afstand tot Salif wordt steeds een beetje groter, al kan ik hem nog best goed in de gaten houden. Na een kilometer of 4 duikt er en een kleine zandvlakte voor ons op. Ik zie dat Salif zich omdraait en zwaai maar eens.


We hebben er al gelijk een paar leuke kronkels over een singletrack in zitten en ik kom voorop een klein groepje te lopen. In de volgende kilometers probeer ik Salif nog een beetje bij te houden (weer 3 kilometers onder de 6 minuten), maar dat moet ik loslaten. Ik heb sowieso nu al het idee dat het weleens zwaar kon gaan worden vandaag en dat is veel te vroeg.


Vanwege de mogelijkheid dat er een buitje zou kunnen gaan vallen heb ik een winddicht hesje over mijn longsleeve aangetrokken, maar dat is wel erg warm. Net op het moment dat ik zo’n beetje besloten heb dat dat hesje maar uit moet, begint het wat te druppelen. Toch nog maar even aanhouden dan.
Vanaf een stuk grasland moeten we via een smal spoor tussen de brandnetels door. Sommige zijn net zo groot als ik. Nu had ik gewild dat ik ook zulke mooie kousen zou hebben, maar ik moet er met m’n blote kuiten doorheen.


De wind waait aardig. Na een oversteek krijgen we een lang, recht stuk gras langs een grote sloot. Halverwege het weiland sta ik ineens tot m’n enkels in het water. Zo, die voeten zijn ook alvast nat. Nog zo’n 50 kilometer te gaan.
Aan het einde van het weiland zie ik een bekende oranje jas. Het is Sannes persoonlijke supporter, die ik al eerder langs de route zag. Met zijn groene fiets kan hij mooi op meerdere plekken langs de route gaan staan.


Via een stuk bos lopen we de kale heidevelden op. Een vennetje strekt zich donker uit tussen het vergeelde gras en ook een beetje over het pad waar we overheen moeten. Nu had ik toch al natte voeten, bij dezen komt er ook nog wat modder bij.


Er staan weer wat mensen langs de kant als we een weg oversteken. Ook hier staat de oranje jas weer paraat. Wat super dat hij nog even wacht totdat ik ook geweest ben.
Ik loop nu een camping op. Voor mij en achter mij is niemand meer te zien. Twee campingbewoners staan met elkaar te kletsen en ik vraag me af of ze enig idee hebben waar al die hardlopers toch mee bezig zijn die ze toch steeds langs moeten zien komen. Via een smal paadje verlaat ik het campingterrein weer.


Bos en heide wisselen elkaar af. Hoewel ik eigenlijk nog maar net ben begonnen, vind ik het toch al wel zwaar worden. Mijn voet begint iets te zeuren en in mijn hoofd bedenk ik al dat als het erger wordt, ik misschien beter bij de tweede post uit kan stappen. Op een singletrack in het bos zie ik voor het eerst een kilometertijd boven de 7 minuten langskomen. Het is de 19e kilometer.


Voor mij lopen een paar dames waarmee ik eerder nog gelijk opging. Een vrouw met een rood rugzakje heeft het zo te zien wat moeilijk en ik informeer in het voorbijgaan even hoe het gaat. Ze is misselijk en het gaat helemaal niet zoals ze wil. Ik geef aan dat we bijna bij de eerste post zijn en ze loopt een stuk met me mee, totdat ze weer even moet wandelen.
De eerste post duikt ineens op bij 21 kilometer. Sannes supporter en Jaap staan er en ik kan even gezellig een praatje maken, terwijl ik mijn energie weer aanvul. Fruit, cola, chips, alles is ruim aanwezig. De warme bouillon doet wonderen en ik voel mezelf helemaal opknappen.
Na een minuut of zeven ga ik verder. Ik heb nog even geïnformeerd waar Salif loopt, maar die loopt waarschijnlijk al zo’n 10 minuten voor. Op gang komen is wat lastig en ik heb hele koude vingers, die maar moeizaam weer hun normale kleur terugkrijgen. Pas als ik een bordje zie met “Auschwitz, 1728 mensen” bedenk ik dat de eerste post in de buurt van kamp Westerbork stond.
Een boom verspert het pad zodanig, dat we een alternatieve route over zacht mos krijgen, waar je lekker in wegzakt.


Sinds de post loop ik alleen. Over het pad liggen nu twee bomen vlak achter elkaar. Het is lastig kiezen: klauteren of kruipen. Ik ga voor het laatste, want ze liggen allebei net te hoog om te klauteren. Ik merk dat mijn benen het al niet meer prettig vinden.


Een eindje verderop kom ik het rode rugzakje weer achterop. Ze is op de post wat opgeknapt en gaat nu gestaag door. We hebben hetzelfde tempo en lopen samen op. Dat is gezellig en geeft wat afleiding.
Rond de 28 kilometer geeft mijn loopmaatje aan dat ik maar in mijn eigen tempo door moet lopen, ze moet nu toch eens wat eten. Het is toevallig op een punt waarop ik ook wat wilde eten, dus al wandelend kauwen we samen wat weg.
We spreken af om dit op het 35 kilometerpunt weer te doen, dan verdelen we het stuk mooi naar de volgende post, die op 42 km moet staan.
Mijn reisgenootje weet me te vertellen dat we in dit stuk een groot vlonderpad tegen zullen komen en rond de 33 kilometer staan we ervoor. Dat vraagt om wat foto’s.


Hoewel de omgeving mooi is en voor wat afleiding zorgt, kruipen de kilometers nu echt voorbij. Ik krijg wat last van opkomende kramp in mijn kuiten, maar merk dat als ik wat drink, dat het dan vrij snel wegebt. Goed blijven drinken dus. Bij 34 kilometer gaan we alweer een stukje wandelen in plaats van bij 35.
We zien een paar groepjes Schotse Hooglanders en verbazen ons over kleine stronkjes in het pad: je zult deze etappe maar in het donker lopen, dan zie je die stronkjes toch echt niet.


Zo af en toe komt er een loper voorbij. Je kunt het verschil wel zien tussen de lopers van de 60 km solo of de 127 km estafettelopers. Die laatste zijn over het algemeen wat frisser en hebben minder eten en drinken bij zich.
Op 38 kilometer eten we weer wat en we kijken inmiddels reikhalzend uit naar de volgende post. Ik herinner mijn loopmaatje aan wat de organisator had gezegd: als je het zwaar krijgt, denk dan aan CP4 (onze 2e verzorgingspost), daar is eten in overvloed. Ondertussen denk ik ook aan loopmaatje Johan, die ergens in Italië onderweg is op net zo’n afstand, maar dan met een fiks pak hoogtemeters erbij. Ik heb toch niks te klagen?
Door de bossen lopen we over smalle paadjes langs zachte, frisgroene moskussentjes. We zetten door tot 42 km en zien een paar mensen langs de route. Ja, daar is de post! O nee, toch niet. Het zijn een paar vrijwilligers die voor een veilige oversteek zorgen.


Nu kan het toch niet lang meer duren? De moed zakt ons een beetje in de schoenen en er wordt weer wat gewandeld. Hardlopen lukt ook bijna niet op een nauwelijks als zodanig te herkennen bospad met veel takken erop.
Ik vraag me serieus af of het niet beter is om zo gewoon te stoppen, maar ik zeg het niet hardop. Als mijn loopmaatje doorgaat, zal ik met haar meegaan. Pas als we ruim over de 43 kilometer zijn zien we tussen de bomen door de witte tent van de verzorgingspost. Ja! We zijn er!
Er hangt een grote pot bouillon boven een vuurtje te pruttelen. Ik laat me op een bankje zakken en krijg vrijwel direct de vraag van iemand of ik een pannenkoek wil. Pannenkoek? Ja! Heerlijk! De stroop druipt tussen m’n vingers door, maar ik merk dat ik dit wel erg goed kan gebruiken. Ook de bouillon doet wonderen.
Ik check mijn water en dat is nog maar een halve liter. Die wordt dus ook aangevuld. Het is voor het eerst dat ik dat tijdens een trail doe. Bij het vuurtje ontwaar ik ineens de jongen uit mijn woonplaats, die ik in de Ardennen ook al tegenkwam. Hij doet met een team mee aan de estafette en heeft 2 etappes voor zijn rekening genomen. Dat is dus ook gewoon een marathon.
Ook Sander komt hier aangelopen en ik zie ineens nog meer bekenden. Als we bijna willen vertrekken, komt er net een man in een groen shirt aan, die ik ken van de SallandTrail en de Trailrun Wezep. Hij is bezig met een solotocht van 102 kilometer.
Zonder dat ik nog maar een moment nadenk over stoppen gaan we weer op weg. We zijn een klein kwartier zoet geweest en het opstarten is wel lastig. Als we daar eenmaal doorheen zijn gaat het wel weer.


Vol goede moed lopen we door. We hebben op de post gehoord dat we na 45 kilometer wat heuveltjes zouden krijgen. Tot nu toe was de route vrij vlak. Ik heb wel zin in een beetje afwisseling, maar na 45 kilometer lopen we nog steeds door het bos.
Rond de 47 kilometer lopen we zo het witte zand op en we zien een meertje helderblauw liggen schitteren in het zonnetje, dat inmiddels is doorgebroken. We nemen even een momentje voor een foto, net als een bekende die er al staat.


Ook Sander komt achter ons het bos uit en hij sluit zich bij ons aan. Met z’n drieën hobbelen we over de singletracks, die hier over serieuze heuveltjes gaan. Het uitzicht op het blauwe meertje is in elk geval erg mooi.
Er staat een man een filmpje te maken, terwijl wij van een heuveltje afkomen. We beklimmen de laatste berg, terwijl ik zie hoe het groene shirt van de 102 kilometer al in aantocht is. Hij heeft de teller inmiddels op 90 kilometer staan.


Nadat we het meertje de rug toe hebben gedraaid, krijgt mijn loopmaatje het weer zwaar. Het groene shirt haalt ons in: wat loopt die man nog soepel!
Ik wandel een paar stukjes mee met mijn loopmaatje, maar omdat het bij mij eigenlijk nog best goed gaat, besluiten we om bij het 50 kilometerpunt toch maar op te splitsen. Wel jammer, want we konden elkaar mooi afleiden.


Ik ga op een rustig tempo door en haal de man in die we telkens inhaalden na een stukje wandelen. Dan kwam hij ons weer voorbij en dan wij hem weer. Langs de kant staan ineens zijn kinderen met een spandoek. Wat leuk!
Op een lang, recht pad zie ik in de verte Sander weer lopen en hee… is dat Salif? Ik dacht inmiddels dat hij al lang en breed over zou zijn en mij fris gedoucht op zou wachten, maar kennelijk heeft hij het nu zwaar gekregen. Ik ben het besef van tijd al lang kwijt en denk meer in kilometers dan in minuten of uren.


Ik wandel gezellig een stuk met Salif mee, terwijl Sander voor ons uitgaat. We hebben aardig wat bij te kletsen. Samen met de bekende en de eerder genoemde man hobbelen we door stukken weiland.


Hier moeten we een keer of vier over het draad klimmen met van die fijne, houten opstapjes. Leuk als je dat eens tijdens je duurloop tegenkomt, maar na zo’n 54 kilometer is het toch niet echt ideaal.


Onze twee reisgenoten zijn al voor ons uitgegaan als we voor de volgende uitdaging terechtkomen: een aardappelveld. De zwarte, modderige voren zijn precies 2 voetjes breed, zodat je er eigenlijk net niet fatsoenlijk kunt hardlopen. Ik probeer het niet eens echt.


Halverwege het volgende veld stuiten we op een diepe sloot met steile wanden. We kunnen zien dat er al meer mensen overheen zijn gegaan en proberen uit te vogelen hoe we deze hindernis nou het beste kunnen nemen zonder dat de benen in de kramp schieten. Het wordt een klein sprongetje naar halverwege de kant, waarbij ik mijn houvast zoek bij een brandneteltje.
Terwijl wij het aardappelveld verlaten zie ik in de verte een rood rugzakje door het aardappelveld aankomen. Kijk aan! We krijgen zo gezelschap! Als Salif even een pitstop maakt, haalt ze ons in.
Samen struinen we verder door het bos: de laatste kilometers. Een slootkant is wat modderig en bij een splitsing zien we geen lintjes hangen. Ik was al rechtdoor gelopen, maar de sporen in de modder buigen af naar links. Een tiental meter verder liggen twee lintjes naast elkaar in de bosjes. Hier lijkt wel gesaboteerd. Ik loop met de lintjes terug en hang ze goed zichtbaar op, zodat de volgende loper direct de goede kant op wordt gestuurd.
We komen weer bij een betonnen doorgang onder een grote weg door. Zo eentje hebben we helemaal in het begin ook gehad. Salif loopt te fluiten, hoewel hij het volgens mij niet makkelijk heeft. Ik bedenk dat ik helemaal geen last meer heb van mijn voet. De rest van mijn benen begint inmiddels wel te zeuren.


Een lang, recht stuk volgt. Hoe ver is het nog? Daar is een bordje: 100/125 km. Nog 2 km te gaan dus. En een beetje waarschijnlijk, want zo’n afstand wordt vaak afgerond naar beneden. We lopen een open stuk op en worden ingehaald door een jongen, die met de estafette bezig is. Hij baalt dat hij eerst verkeerd was gelopen en daarna last van zijn maag kreeg. De hoop op een overwinning is duidelijk vervlogen.
Twee mannen zeggen dat we nog anderhalve kilometer moeten. Dat is een kleine domper, want we dachten nog 1 kilometer. Best gek dat je je daar zo aan vastklampt na al zo’n afstand gehad te hebben. Het is echt aftellen nu.
We wandelen nog een keertje en als we weer in beweging komen voor de laatste paar honderd meter, merk ik dat Salif achterblijft, terwijl het rode rugzakje versnelt. Ik hang er een beetje tussenin, twijfelend met wie ik nu mee zal gaan. Zo komen we uiteindelijk op de camping aan, waar we opgelucht en blij de finish overgaan. We hebben het gehaald!

Sander zit ons al op te wachten en de estafetteloper die ons inhaalde blijkt bij mijn plaatsgenoot in het team te zitten. Ze zijn tweede geworden. Ook het groene shirt heeft de tweede plek gepakt op de 102 kilometer.


Mijn tijd is 7 uur en 42 minuten geworden en ik heb 61,5 km op de klok staan. Niet binnen de 7 uur, zoals ik min of meer had verwacht, maar het maakt me helemaal niets uit. Terwijl we het idee hadden dat het voor geen meter opschoot en we vast bijna als laatste zouden finishen, blijken we gewoon in de middenmoot te hebben gelopen.
We kletsen veel te lang na met iedereen die hier weer opduikt en ik heb het al veel te koud als ik eindelijk onder de douche stap (o ja, daar had je 50 cent voor nodig!). De Indian Summer Burger smaakt daarna heerlijk en mijn benen zijn inmiddels weer zo soepel geworden dat ik normaal naar huis kan rijden. Ondanks de moeilijke momenten heb ik een mooie dag gehad. We hebben hem maar mooi uitgelopen en ik heb mijn grens weer een klein stukje verlegd.

 

Foto 1 van loopmaatje Salif, foto 21 van “bekende” Ina en foto 25 van René Harmanni.

De Ravijnloop

Na enig getwijfel of ik een duurloop zou gaan doen of de aanlokkelijke Ravijnloop, hakte ik de knoop door en koos voor de Ravijnloop. Met een afstand van 5, 10 of 15 kilometer stond ik opnieuw voor een keuze. Ik hoopte met de 15 kilometer niet helemaal kapot te gaan, zoals ik dat op de korte crossjes nog weleens doe. Netjes verdelen en niet te gek doen dus. De marathon is nog maar 2 weken geleden.
Het miezert wat en er staat een koude wind. Ik twijfel over m’n kledingkeuze, een korte broek en T-shirt, maar ik ga er toch mee inlopen. Het lijkt toch een goede keuze, want ik warm er goed in op.
Ik spreek een bekende, die last heeft van haar peesplaat. Waar die zit? Nou, onder je voetboog. Precies daar waar ik sinds de marathon ook een pijntje voel… Het zet me aan het denken.

Samen met Jacqueline (die ook in Berlijn liep) stap ik het startvak in. Zij gaat voor 2 rondes, samen goed voor 10 kilometer. Ik zie best wat dames voor me in het startvak staan, we staan ongeveer halverwege.
We gaan van start en binnen de eerste paar honder meter heb ik al een stuk of vier dames ingehaald. Over het asfalt lopen we een woonwijkje in. Enkele tientallen meters voor me loopt een dame in trisuit. Ze loopt soepel. Haar startnummer draagt ze achterop en het begint met 15, net als het mijne. Ze doet dus ook de 15 kilometer en zal vermoedelijk in dezelfde categorie zitten. Aanhaken dus maar.
Twee Duitsers halen me in. De oudste heeft een aparte loophouding met zijn armen hoog opgetrokken en zijn ademhaling gaat nu al zwaar.
Vlakbij de trisuit-dame loopt nog een vrouw in een knalroze shirtje. Ze gaan aardig gelijk op. Ik vermoed dat zij wat ouder is.
Het wijkje ligt op een heuvel en als we daar weer van naar beneden komen, gaan we op de trap af: hop, hop, hop. Met pittige pasjes hop ik naar boven, waar ik aangemoedigd wordt door een paar EHBO’ers. Bovenaan heb ik gelijk zware benen als ik weer verderloop. Dat zal wel door dat andere ritme komen. Het gaat nog wat verder omhoog over de boomwortels.
Een man met een shirt van de halve van Berlijn komt naast me lopen. Zal ik zeggen dat ik net de hele heb gelopen in Berlijn? Nee, dat doe ik niet. Een vrijwilliger moedigt de lopers voor me aan en als ik naar hem lach mij ook. De man naast me vraagt zich af waarom ze dat nou alleen bij de dames doen. Ik geef aan dat hij misschien vriendelijk naar ze moet lachen.
Na een stukje asfalt gaat het over een zandweggetje weer naar beneden en dat gaat wel lekker. Aan het einde van het pad is een waterpost ingericht en ik neem maar een bekertje, want ik weet dat er nu een pittige singletrack aankomt.
Het eerste deel valt me mee, maar het wordt steeds pittiger. Ik heb de hijgende Duitser weer ingehaald en die loopt nu een stukje achter me. Bij een helling staan Babs en Bertus ineens langs de kant en bij de laatste en steilste helling staat Ray, een ander trailmaatje uit die groep.

omhoog
Bij de klim omhoog kom ik vlak achter de man met het halvemarathonshirt terecht en in de afdaling haal ik hem en nog een man in, terwijl ik een déjà vu naar de finish van de Duinentrail in Schoorl krijg, want de steile helling is voorzien van net zulk zacht zand, waar je diep in wegzakt.
Met een scherp bochtje draai ik het terrein van het zwembad weer op, waar we begonnen. De 5 kilometer was een kwartier voor ons gestart, dus binnen onze lichting moet iedereen minstens 2 rondes.
Bij doorkomst staat er 41:15 op de klok. Even ben ik in de war, maar dat is natuurlijk de tijd van de 5 kilometer! Er moet nog een kwartier af, maar ik kan zo snel al niet meer rekenen (26:15 dus).
Dan de tweede ronde in. Op het asfalt kan ik een beetje bijkomen van de heftige singletrack. Een dame in een lavendelkleurig shirt haalt me in. Ze lijkt me jonger dan ik en misschien doet ze wel de 10 kilometer.
De trap omhoog pak ik nu deels met 2 treden tegelijk en dat werkt beter voor mijn benen. De vrijwilligers staan er nog net zo enthousiast bij.
De dame in het lavendelblauwe shirt haalt nu trisuit in en later ook het knalroze shirtje. De afstand tussen mij en trisuit is ondertussen best wat groter geworden.
Bij de waterpost pak ik weer een bekertje aan en na een paar slokken verdwijnt deze keurig in de prullenbak die een paar meter verderop staat. Ik krijg er een complimentje over van een vrijwilliger die alvast bezig is bekertjes op te ruimen.
Ik draaf de singletrack weer over en hoor achter mij iemand dichterbij komen. Een bekende stem roept dat hij mijn ademhaling helemaal niet hoort piepen. Het is één van de huisgenootjes uit de Ardennen. Ik geef aan dat dat ook de bedoeling is, want ik moet nog een rondje! Bovendien komt de meest pittige helling nog.
Bovenaan die helling staat Bertus me aan te moedigen. Ik vind dat ik er nog best goed tegenop kom, met een stevig dribbelpasje. Naar beneden vlieg ik weer. Dan komt ook de eerste loper op de 15 kilometer me voorbij, hij was al aangekondigd door een mountainbiker.
Het miezert nu wat. Een windvlaag komt door mijn drijfnatte T-shirt heen en ik begin het toch wat koud te krijgen. Na het bochtje moedig ik de loper achter mij aan in zijn eindsprint naar de finish van zijn 10 kilometer. Mijn doorkomst is 53:18. Zo gek vind ik dat niet eens. Trisuit krijgt van een bekende een bidon sportdrank aangereikt. Hmm, dat is een voordeel voor haar. Ze loopt al de hele tijd samen met een man, die vermoedelijk haar haas is.
Op de parkeerplaats van het zwembad staan Ray en Babs langs het parcours en ze vragen hoe het gaat. Ik vind het maar zwaar en snap eigenlijk niet meer zo goed waarom ik zo nodig 3 rondjes moest gaan lopen. Op het asfalt probeer ik een beetje op adem te komen. Inmiddels ben ik weer wat ingelopen op Trisuit.
Het regent nu echt als ik voor de laatste keer de trap beklim met een niet-soepele techniek, waarbij ik om en om twee treden tegelijk meepak. Ik bedank de EHBO’ers bovenaan voor hun enthousiasme, terwijl ik mijn zware benen over de boomwortels stuur.
Ik merk dat ik aardig inzak, maar toch kom ik dichterbij Trisuit. Met een kilometertijd van 5:55 merk ik dat zij ook flink inzakt. Gewoon doorgaan nu. Dit kan ik.
Het bekertje belandt weer in de prullenbak. Op de singletrack loop ik best wat in op het tweetal voor me, maar het wordt nu ook wel echt zwaar. In de laatste klim merk ik dat ik erg zware bovenbenen krijg. Ik stort me naar beneden en zie nog zo’n 30 tot 40 meter verschil tussen mij en Trisuit. Gaat me dat lukken? Ik probeer erbij te komen, maar de man kijkt ineens achterom en ziet mij. Daar gaat mijn kans. Ze versnellen wat en hoewel ik in de eindsprint over het grasveld ook nog wel wat kan versnellen, kan ik niet genoeg tempo maken om ze nog in te halen. De speaker heeft mijn naam al genoemd als de dame voor me over de matten komt en is even in verwarring als de echte Elsa daarna nog opduikt. Het verschil met de dame voor me is slechts 13 seconden.

op naar de finish
Ik word enthousiast binnengehaald door verschillende loopmaatjes, die 5 of 10 kilometer hebben gelopen en na de finish krijg ik een high five van Bertus, die me staat op te wachten. Mijn tijd is 1:21:49.

finishfoto
Ik trek snel wat warms aan en wacht met een aantal anderen op de prijsuitreiking. Als ze nog steeds de categorieën hanteren moet ik haast wel in de prijzen vallen, want ik had bij de inschrijving gezien dat er maar 5 dames in mijn categorie zouden zitten.
Jacqueline pakt de derde plek in haar categorie op de 10 kilometer en ik ben inderdaad tweede in mijn categorie geworden, vlak achter Trisuit. Eigenlijk is het niet zo’n hele grote prestatie, want er deden er uiteindelijk maar 3 mee in mijn categorie. Toch zie ik vooral snellere dames op de 15 kilometer, want op de 10 kilometer zou ik met mijn doorkomsttijd op het hoogste treetje hebben mogen staan. Ik krijg een envelopje en ben er hartstikke blij mee!

prijsuitreiking

thumbs up

 

Foto 1 van loopmaatje Ray, foto 2 van kwaliteitfotos.nl, foto 3 van MijnInschrijving.nl en foto’s 4 en 5 van loopmaatje Johan.  

Berlin Marathon 2017

Op zondag 24 september is het zover: de Marathon in Berlijn zal vandaag van start gaan. Nadat ik zaterdag samen met Jacqueline aan de pasta heb gezeten, slaap ik niet geweldig. ’s Ochtends ben ik op tijd wakker. Ik had het meeste al klaargelegd. Met een paar verse broodjes van de bakker achter m’n kiezen stap ik rond 10 voor 8 de deur uit om met de S-bahn richting de start te gaan.
Ik hoef niet na te denken welke kant ik op moet. Volg de hardlopers. Iedereen heeft een doorzichtige kledingzak bij zich en ik zie naast een hoop lol ook best wat nerveuze gezichten.

hardlopers2
Ik had met Jacqueline afgesproken op de trappen van de Reichstag, maar die zijn natuurlijk afgesloten vandaag. Er zijn namelijk ook verkiezingen in Duitsland. Heel handig samen met de marathon.

Reichstag
Jacqueline laat even op zich wachten, maar als ze er is, gaan we het startgebied in. De rijen bij de Dixi’s zijn nog langer dan ik me van 3 jaar geleden kan herinneren en toen was het al een drama. Dan maar eerst van die kleding af zien te komen. De afgifte van Jacqueline is zo gevonden, die van mij zit wat meer verstopt.
Waarschijnlijk hebben we niet meer voldoende tijd om in de lange rijen te gaan staan, die bij alle Dixi’s blijken te staan. We gaan het startgebied uit op weg naar de startvakken. Ik weet dat je dan door een stukje bos moet en daar kunnen we (net als vele anderen) nog wel iets lozen.
Om kwart over 9 is de start van de toplopers. We zitten dan nog in het bos, maar onze eigen start is pas 20 minuten later.

startvak
Het is een beetje aan het miezeren. Voor het startvak staan we alsnog in de rij. Eenmaal binnen zien we dat de vlaggen van de 4:00 pacers een heel stuk naar voren staan, dus we proberen daarbij in de buurt te komen. Als we ter hoogte van zo’n vlag zijn, komt de meute in beweging en onder begeleiding van opzwepende muziek lopen we met z’n allen naar voren. Op grote schermen zien we de toppers al op het 5 kilometerpunt langskomen en vervolgens de start van ons vak. Het duurt nog een kwartier voordat we over de startstreep komen. Onze marathon is begonnen!

De Strasse des 17. Juni is breed. Drie jaar geleden liep ik nog rechts langs de Siegessäule, deze keer kom ik links langs de gouden engel, die in een grijze waas is gehuld vandaag. Op het natte asfalt zijn de blauwe strepen te zien, die de ideale lijn van de marathon aangeven.
De eerste kilometer piept al als we net langs de Siegessäule zijn: 5:29. Ik had voor mezelf bedacht om de eerste helft op 5:30/km te lopen, dus de start is perfect! Jacqueline zou een paar seconden per kilometer meer mogen hebben en ze zakt ook gelijk terug.
Over de enorm brede straat stroomt de stoet lopers door het park. Ik kan mooi tempo houden, ook als we bij de eerste bocht komen, het park uit. Er zijn wat mannen en vrouwen die de Dixi’s niet hebben gehaald en nu de bosjes in duiken.
Ik begin er na een paar kilometer lekker in te komen en ga maar eens links lopen. Dat heb ik afgesproken met mijn supporters. Vanaf ruim 4 kilometer (5:32) speur ik het publiek alvast naar ze af. Ik zie ze eerder dan verwacht, rond 4,8 kilometer, en meld dat het goed gaat. Ik ben ook nog maar net begonnen natuurlijk.

5km
Na de matten van 5 kilometer (27:51 in plaats van 27:30) krijgen we de eerste waterpost. Deze zal aan beide kanten staan en ik pak een bekertje water aan. Met drinken knoei ik en mijn shirt is gelijk helemaal nat, voor zover de motregen dat niet al geregeld had.
Iets verderop wordt het ineens wat krap als de brede straten plaats maken voor smallere. Alle lopers zullen er toch langs moeten en we zijn genoodzaakt ons tempo wat aan te passen. Als ik over een licht hellende brug loop, vraag ik me ineens af wie die in het parcours gestopt heeft. Berlijn is toch zo vlak als het maar kan?
Mijn kilometertijden komen nu steeds iets boven de 5:30 uit, terwijl ik maar mensen blijf inhalen en mezelf regelmatig klem loop achter anderen. Dan denk ik dat ik er tussendoor kan, maar dan gaan de twee lopers voor me net wat dichter naast elkaar lopen. Ook de plassen op de weg probeer ik nog enigszins te ontwijken en daar ben ik niet de enige in.
Na 8 kilometer pak ik mijn eerste gelletje. Ik moet nog een kilometertje op de waterpost wachten, waar ik mezelf opnieuw een nat shirt bezorg. Gelukkig krijg ik genoeg binnen.
Het geluid van schelle belletjes komt van de voeten van een Chinees. Ik had de vlag die hij draagt al een tijdje boven de stoet lopers gezien, maar nu zie ik ook de rest van de man. Hij loopt op blote voeten en heeft enkelbandjes met belletjes om, die flink lawaai maken. Ik kan hem inhalen en versnel wat om bij het geluid vandaan te komen.
Bij 10 kilometer zie ik dat ik een minuut achterlig op mijn schema. Daarbij had ik 55 minuten willen hebben en ik zit nu op 56. Nog geen man overboord, misschien kan ik het nog goedmaken door iets eerder te gaan versnellen.
Er klinkt muziek langs het parcours en ik bedenk dat ik vooral niet moet vergeten om om me heen te kijken en te genieten!
Een blauwe vlag doemt voor me op: de pacer van 4 uur! Ik dacht dat we tegelijkertijd gestart waren, maar kennelijk heb ik er al die tijd achter gelopen. Ik haal hem in.
Mijn maag voelt wat leeg aan. Ik had voor de start nog een reep willen eten, maar dat zou me waarschijnlijk niet lukken, dus dat heb ik niet gedaan. Ik kan het nu merken. Ik heb voor de zekerheid wat winegums en zoute stokjes bij me gestoken, omdat ik van Rotterdam heb geleerd dat ik zomaar ineens zin zou kunnen krijgen in zoute stokjes. Ik haal ze tevoorschijn en knabbel er een paar op.
Bij de volgende waterpost komt de Chinees met de vlag me weer voorbij. Hij rent kennelijk zonder wat te drinken de post voorbij en wint zo wat tijd. Ik haal hem snel weer in. Ik hou me netjes aan mijn voorgenomen gelletjesplan en neem net voor de 15 km de volgende. Er staat een speaker langs het parcours, die meldt dat bij de post er (in tegenstelling tot wat er van tevoren was gezegd) ook aan de linkerkant water te krijgen is en… aan het einde van de post begint “das Paradies” met appels en bananen. Ik pak een stuk banaan in de hoop dat mijn maag zich daarmee rustig houdt.
De matten van 15 kilometer passeer ik in 1:23:11. Ik had berekend dat ik 1:22:30 zou moeten hebben, dus ik ben alweer iets tijd aan het winnen ten opzichte van de minuut die ik teveel had.
Na een bocht lopen we recht op een kerk af. Oja, ik zou wat meer om me heen kijken. Deze kan in elk geval niet missen. Het is een mooie kerk.
Na de kerk kan ik uit gaan kijken naar mijn supporters, die op 19 km zouden gaan staan. Ik ga nu rechts lopen, zodat ik ze niet kan missen. Mijn ogen turen over het publiek heen naar een leeuwtje op een selfiestick en daardoor zie ik ze eerder dan zij mij.

19km1

19km2
Ik geef aan dat het prima gaat en ren in hetzelfde tempo door. Super dat ik ze weer heb gezien. Bij 20 kilometer pak ik een stukje appel aan. Mijn maag voelt inmiddels weer normaal aan en de appel smaakt goed.
Ik ben nu op de helft. Mijn klokje geeft al 400 meter meer aan als ik over de matten kom. Met 1:56:15 zit ik nog maar 15 seconden boven mijn beoogde tijd. Dat komt wel goed. Ik ben van plan dit tempo aan te houden tot 25 kilometer en dan langzaam aan wat te gaan versnellen.
Om mij heen lopen wat mannen met petjes, die me aan mijn trainer Peter doen denken. In gedachten hoor ik hem zeggen dat ik op souplesse moet lopen. Ik recht mijn rug nog wat meer. Volgens mij lukt het aardig om netjes te lopen.
Ik pak mijn derde gelletje. Ideaal die broekzakken, daar passen zo 4 gelletjes in. Het drinken gaat al wat makkelijker, al is het wel even dringen voordat je een bekertje water hebt.
Ik doe handje-klap met wat kinderen en ook een vrijwilliger staat met uitgestoken hand langs het parcours. Zijn hand ziet al enigszins rood en hij mept ook aardig terug. Onder een grote brug staat een rockband stevig te spelen. Gaaf dit! Ik joel even mee.
Ik zie weer blauwe vlaggen boven de stroom lopers en als ik dichterbij kom, zie ik dat er 4:00 op staat. Hè? Alweer? Kennelijk zijn er meerdere hazen voor hetzelfde tijdsdoel ingezet. Ook deze kan ik voorbij.
In de drukte bij de waterpost van 25 kilometer ben ik te laat om een bekertje water aan te kunnen pakken. Dan maar thee, dat moet ook wel kunnen. Ik neem een paar slokken van de lauwe thee, maar ik vind hem wel erg zoet. Gelukkig had ik 2,5 kilometer geleden nog een goede beker water gehad. Ik pak weer een stuk banaan aan en ga door.
De matten van 25 kilometer passeer ik in 2:17:40. Vanaf hier had ik bedacht om elke 5 km iets te gaan versnellen, al had ik dat stiekem de laatste kilometers ook al een beetje gedaan voor zover dat lukte.
Het wordt druk op het parcours als we in de zone komen waar gelletjes te krijgen zijn. Ik heb er nog 2 over, voor 30 en 36 kilometer. Toch pak ik voor de zekerheid een gelletje aan. Je weet maar nooit waar het goed voor is. Hij gaat in mijn handige broekzak.
Een eind verderop zie ik ineens een waterpost. O, dat moet die van 30 kilometer zijn! Snel pak ik mijn gelletje, scheur hem open en knijp hem leeg. Ik moet even wandelen om er zeker van te zijn dat ik er een bekertje water bij kan krijgen. Wat een haast ineens! Nadat ik het bekertje aan de kant heb gegooid, zie ik dat ik pas net voorbij de 28 kilometer ben. Oeps, te vroeg! Een tijd van 5:43 op mijn klokje laat me weten dat het me tijd heeft gekost.
Een inmiddels bekende blauwe vlag doemt weer op. Nóg een pacer van 4 uur. Ik ga er wel vanuit dat dit de laatste is.
Vlak voor de boog van 30 kilometer staat dan de waterpost die ik in gedachten had. Ook hier is het druk en na het water pak ik nog een stukje appel. Als ik over de matten loop, zie ik 2:45:22. Ik weet eigenlijk niet meer wat ik hier had willen hebben, maar ik lig volgens mij een kleine 5 minuten voor op het schema van 3 jaar geleden.
Dat het versnellen niet helemaal gelukt is, zie ik aan een kilometertijd van 5:45. Ik moet nu toch echt wat gas gaan geven, want anders kan ik onder die 3:50 wel schudden.
Mijn derde meetingpoint met mijn supporters komt eraan. Ik ga weer rechts lopen en kom achter een man terecht die niet lekker doorloopt. Ik zie mijn supporters al staan als ik even een inhaalactie over het gras naast de weg maak. Hop, erlangs en joehoe! Hier ben ik!

32km
Ik krijg te horen dat Jacqueline 10 minuten achter mij ligt. Oei, dat wordt voor haar dan ook nog lastig, maar als ik onder de 3:50 kan lopen… dan zou zij nog onder de 4 uur moeten kunnen.
De bandjes volgen elkaar nu wat sneller op. Muziek hier en muziek daar. In een ruime bocht staan wat dames met pompons en sommige hardlopers (vooral mannen) lopen graag een ommetje door de erehaag die de dames maken. Ik joel weer even mee, het is ook wel genieten hoor!
Mijn tempo hangt nu mooi rond de 5:15 per kilometer. Het gaat lekker en er is nu eindelijk wat meer ruimte op het parcours. Een brede straat met tramrails erin en publiek langs de kant. Steeds meer lopers gaan wandelen, die moet ik nog wel ontwijken, maar er is nu ruimte genoeg.
Daar zie ik de torens van de Gedächtniskirche en ik krijg een déjà vu naar 3 jaar geleden: het 35-kilometerpunt is in zicht. Vanaf daar mag ik los!
Bij 35 km heb ik iets in de 3:12, maar ik ben gestopt met rekenen. Wat ik wel weet is dat de kilometertijd van 5:07 me vrolijk maakt. Niet te overmoedig worden, het is nog wel 7 kilometer, maar dit gaat helemaal goedkomen.
Ik neem netjes mijn gelletje voor de waterpost van 36 kilometer en zwaai nog eens naar het publiek, dat rijen dik achter de hekken staat. De Red Bull laat ik aan mijn neus voorbij gaan. Ik geloof niet dat dat spul goed voor je kan zijn. De bandjes krijgen weer een duim en ik ren vrolijk verder.
We komen langs een paar mooie gebouwen. Nog maar 4 kilometer! Een clubje mensen in witte pakken zwaait met hun blote voeten. Het is een soort dans: Capoeira als ik het goed heb.
Daar is de afslag naar het laatste stuk tussen de gebouwen door. Bij 40 kilometer kijk ik even goed op mijn klokje. Ik zou de laatste 2,2 kilometer in 11 minuten moeten kunnen doen als ik nog in staat ben om 5 min/km te halen. Ik zie een tijd van 3:38:35 en ik ben bang dat het echt wel heel krap gaat worden. Zeker als de eerstvolgende kilometertijd op mijn klokje 5:18 is. Ik probeer te versnellen, maar heb het gevoel dat ik wat licht in mijn hoofd word. Dat moet ik natuurlijk niet hebben, dat ik 400 meter voor de finish in elkaar stort ofzo. Heel even een tandje terug dan maar.
Ik loop voor de Deutsche Dom langs, die ik zaterdag al vanaf een grote toren had gezien. Mooi hoor, net als de gebouwen ernaast. Bocht naar links, bocht naar rechts… ik verwacht elk moment de Brandenburger Tor te zien en daar is hij dan!
Een eindje ervoor zie ik nog een keer mijn supporters. Ik had ze pas na deze grote ereboog verwacht. Manlief roept iets over 3:50… Strak 3:50? Nee… daar moeten nog wel wat seconden vanaf.

42km
Ik word links door de Brandenburger Tor gestuurd en zie de finishboog. Het is een wat lange eindsprint, maar het zit er nog in. Een snelle blik op mijn klokje leert me dat de seconden bijna gelijk lopen met de klok erboven, die 4:18:04 aangeeft. Iets minder dan een minuut… dat moet toch lukken?
Een halve minuut later kom ik over de matten. Yes, gelukt! Mijn eigen klokje geeft een tijd van 3:49:36 aan, waar later nog 3 seconden vanaf gaan.

Ik blijf zo goed mogelijk in beweging om opkomende kramp geen kans te geven. Dolblij neem ik mijn medaille in ontvangst en ik laat me met de stroom enthousiaste finishers meevoeren het terrein op. Mijn droge kleding heb ik zo te pakken en aangetrokken. Op de grond ligt een man te kermen van de pijn, terwijl zijn benen omhoog gehouden worden door iemand anders. Ik ben blij met de staat van mijn benen, al is door de knieën gaan geen fijne beweging nu.
In de app kijk ik wanneer ik Jacqueline kan verwachten en ik zie dat het bij haar niet volgens plan is gelopen. Ze moet nog finishen. Ik ga alvast naar haar kledingafgifte toe en daar tref ik haar uiteindelijk ook. Ze heeft last gekregen van haar benen en is in 4:15 gefinisht.
Niet veel later verlaten we het start-/finishterrein en voeg ik me weer bij manlief, die me vandaag fantastisch heeft gesteund en ook trots is op het resultaat. Ik vind vooral de manier waarop ik deze marathon heb gelopen erg fijn. Het deed me sterk denken aan mijn eerste marathon hier in Berlijn. Met 3:49:33 is mijn PR met 7 minuten verbeterd!

medaille