Bello Gallico 50 mijl

Nadat ik vrijdags mijn spullen heb ingepakt, reis ik op zaterdag 15 december af naar Oud-Heverlee in België.
Rond half 3 arriveer ik in het huisje, een soort blokhut in iemands achtertuin, dat wordt verwarmd middels een pelletkachel. Na snel wat spullen klaargelegd te hebben, ga ik extra warm gekleed naar de startlocatie. In dit geval is “hoofdkwartier” wel een betere benaming. Ik kom in een grote zaal, waar een aantal lopers van de 100 mijl aan het rusten zijn. Voor hen is dit punt pas halverwege hun tocht, waaraan ze ’s ochtends om 4 uur zijn begonnen. Ik kom een viertal bekenden tegen, die allemaal uitgestapt zijn vanwege lichamelijke problemen. Dat belooft nog wat.
Nadat ik mijn startnummer en tracker heb opgehaald, meld ik me als vrijwilliger. Zo kan ik voorzien van oranje hesje en in gezelschap van medeloopster Jackie met de auto naar het oversteekpunt 7 km verderop.
Na 2 uur kleumen in de kou zijn de laatste lopers van de 160 km allemaal richting hoofdkwartier gelopen, dus het laatste uurtje kunnen we mooi de andere kant in de gaten houden vanuit de auto (de ronde van 80 km wordt eenmaal met de klok mee en eenmaal tegen de klok in gelopen).
Na opgewarmd te zijn met een beker soep, een bord rijst met stoofvlees en een toetje ga ik snel terug naar het huisje, waar ik mijn dropbag en kleding klaarleg en nog even in bed duik. Slapen lukt niet, maar ik heb toch nog even anderhalf uur gerust zo.

Voor de start zie ik loopmaatje Sander A. en de bezemloper van de Graef Castricum Trail, ook wel bekend als Sander B. Het idee is om samen met Sander A. te starten en vervolgens maar te zien hoever we samen kunnen lopen.
Vlak voor middernacht lopen we met z’n allen de sneeuw/ijsregen in voor de start. Hoofdlampjes en achterlichtjes aan en gaan!


In een lange stoet trekken we over de paadjes. In het begin is er voldoende licht van alle hoofdlampjes om ons heen, maar het veld dunt wat uit en mijn eigen lampje wordt wat sterker gezet.


Wat er uit de lucht valt doet nog het meest aan een soort ijsregen denken. Het tikt tegen mijn capuchon en soms tegen mijn wangen. Wat is het toch bijzonder om ’s nachts om half 2 zomaar door slapende Belgische dorpjes te lopen. Het doet enigszins surrealistisch aan.

Sander A
Het gaat prima om samen met Sander te lopen, hoewel we nog niet eerder zo samen op pad zijn geweest. Het tempo is goed, alleen na een tijdje merk ik dat het wandeltempo (heuvelop, om wat energie te sparen) van Sander wel een stuk hoger ligt dan het mijne. Op wat vlakkere stukken geen probleem, dat los ik wel op door weer wat eerder te gaan dribbelen en hem zo weer in te halen, maar op de iets pittigere klimmetjes wordt het wel lastig. Met mijn korte pootjes moet ik toch aardig wat meer stappen maken.


Het eerste checkpoint is in een voetbalkantine op 22 km. Binnen is het lekker warm. Helaas zie ik Jackie hier weer terug. Ze was goed gestart, maar ging na 10 km door haar enkel en had de laatste 10 km verder gestrompeld. De teleurstelling druipt van haar gezicht, omdat stoppen de enige optie is.
Voor mij is hier chips, cola, thee en een stukje sinaasappel wel genoeg en na een minuut of 20 gaan we verder.


We duiken de besneeuwde omgeving weer in. Door het bos en over de velden. De navigatie is vrij makkelijk: volg de voetsporen in de sneeuw. Toch is het fijn dat we ook overal pijltjes met reflectie zien hangen.
De neerslag is gestopt en de capuchon kan wel af. We lopen door het bos en via een smal, kronkelend paadje tussen naaldboompjes door.


Ik voel m’n benen inmiddels aardig en krijg wat moeite om m’n loopmaatje bij te houden met zijn powerhikecapaciteiten. Een paar kilometer voor de 2e post verlies ik hem uit het zicht. Een vlonderpad, dat is bedekt met sneeuw, beweegt met elke stap een beetje mee.


Terwijl ik richting de post loop, zie ik ineens Sander vanaf de andere kant aan komen lopen. Huh, die was dan wel héél snel klaar met zijn dropbag! We groeten elkaar nog even en dan weet ik dat ik mijn loopmaatje kwijt ben.
Ook hier is de post in een voetbalkantine. Hutjemutje vol, warm en een vloer vol dropbags. Eerst een droog thermoshirt aantrekken, dan soep, cola, toiletbezoek, nog wat chips en sokken en schoenen wisselen. Als laatste nog een shirt aan en het jasje er weer overheen. Sander B., die we bij de eerste post ook al hadden gezien, staat hier ook op het punt van vertrek en ik loop alvast naar buiten. Hij zal me vast zo wel inhalen.
Na een dik half uur op de post moet ik toch weer even warm en soepel worden. Gelukkig heb ik al snel een lekker ritme te pakken en ik duik nu in m’n eentje de bossen en velden weer in. Koeien staren me aan met oplichtende ogen, de sneeuw kraakt zo hier en daar onder mijn voeten, maar op de meeste stukken is het soppig. Voor mij en achter mij zie ik wat hoofdlampjes. Het kon ook haast niet anders, want het leek wel spitsuur op CP2.
Het lopen gaat weer lekker en ik haal wat mensen in, tot ik aan kan haken bij een Belg en een Limburger. Of haken ze nou bij mij aan? Zo gaan er wat kilometers voorbij. Ergens in een afdaling op ca. 50 km loop ik iets op ze uit. Het is wat rotsachtig en modderig en ja hoor, ik struikel over een steen en ga languit. Broek nat, mouw en handschoenen smerig, maar verder geen schade. Toch maar iets rustiger aan doen en de hoofdlamp weer even op “standje bouwlamp”.
Iets verderop begint de echte ellende: blubber. Van hardlopen is geen sprake meer. Ik zak een paar keer tot ver over mijn enkels in de drek.
Zodra de ondergrond het weer een beetje toelaat ga ik dribbelen, want ik ben wel wat afgekoeld van dat gewandel. Zo haal ik de Belg en de Limburger weer in, die vervolgens weer aanhaken. Het gaat een kilometer of 5 zo door, maar dan ontstaat er toch een gaatje en ik moet de heren laten gaan.


Ondertussen wordt het langzaam licht. Ook dit is heel apart om op deze manier mee te maken. Het land ontwaakt, er rijden ineens weer wat auto’s en je ziet soms andere mensen dan alleen je medelopers en de vrijwilligers in oranje hesjes.


Ik kijk uit naar de volgende post, die ergens op 61 km moet zijn. Deze blijkt in een cafeetje te zitten. Een paar minuten na mij stapt ook Sander B. naar binnen.
Hier worden tosti’s gemaakt! Oeh, heerlijk, doe mij maar zo’n croque monsieur. Een kopje thee erbij en gezellig aan de klets met Sander. Oja, water bijvullen niet vergeten. Hier ook eens spieken of ze thuis al wakker zijn. Pa en schoonzus hebben inmiddels in de smiezen dat ik op CP3 zit.


Samen met Sander B. begin ik aan de laatste etappe. Nog 20 km te gaan. De rust (een goed half uur) en de croque hebben me goed gedaan, want ik kan er weer aardig tegenaan. Ook nu is het weer even zoeken naar het goede tempo, dat ons allebei past. De eerste 5 kilometers vliegen zo voorbij. Mijn looptempo is iets sneller dan Sanders dribbeltempo, maar als ik zo af en toe een klein stukje wandel, trekken we dat zo weer recht. Uiteindelijk proberen we zoveel mogelijk te blijven dribbelen en dat lukt vrij goed.


De laatste lus is best gemeen: je ziet de finish al bijna, maar dan word je nog eens het bos in gestuurd. Hardlopers maken hier hun wekelijkse duurloopjes en we halen best nog wat lopers van de 100 mijl (en ook wat van de 50 mijl) in.


Net als bij het Helipad lijkt mijn blaas er wel klaar mee te zijn vanaf 70 km en ik moet een paar keer de bosjes in.
Verder hebben we er gewoon lol in en we voeren het tempo nog wat op in de laatste kilometers. Gewoon omdat het kennelijk kan!


Dan is daar eindelijk het hoofdkwartier weer. Naar binnen langs de barbecue die al klaarstaat en hop, het podium op, want dat is de officiële finish. Een handdruk, felicitaties en een medaille nemen we in ontvangst van Stef, één van de race directors.
De totale eindtijd is 11 uur en 18 minuten. Terwijl we wat napraten komen we erachter dat ik als derde vrouw in de uitslag sta en dat levert me ook nog een mooi pakketje speciaalbieren van Kerel op! (Een paar dagen later wordt dit gecorrigeerd en ik ben dus 4e vrouw (en 27e overall), maar ik mocht m’n biertjes houden.)


Sander A. is 24 minuten voor me gefinisht en al omgekleed. Hij blijkt CP2 (en zijn dropbag dus ook) volledig gemist te hebben. Hij had bij CP2 op mij willen wachten, maar dat liep dus anders.
Ik blijf nog een tijdje hangen. Lekker wat eten van de barbecue met heerlijke salades die door de vrijwilligers zijn gemaakt en kijken hoe elke loper met applaus wordt begroet en vervolgens op het podium z’n medaille krijgt. Het is allemaal top geregeld en het voelt als één grote trailfamilie.
Als m’n ogen zwaar worden ga ik toch maar eens richting douche en bed. Het was een topweekend!

4 reacties op “Bello Gallico 50 mijl

  1. jacolien1965 schreef:

    Hee Elsa, je bent er weer, leuk! En stoere actie, dit loopje.

    • Elsa schreef:

      Ja, ik hoop toch dat ik de blog weer een beetje kan gaan bijhouden. Ik heb dit jaar nog wat meer leuke loopjes gedaan, toch jammer dat ik daar dan geen stukje van heb geschreven.
      Ik heb ook echt genoten van deze loop. Het smaakt wel naar meer!

  2. Wate een bewogen mooie sportief jaar!
    Ik wens je nog een mooier gezond, sportief 2019! Wellicht komen we zeker elkaar elders tegen. Wederom weer mooie verslag!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.