Bonaire – Rondje met hondjes

Voor mijn derde rondje op Bonaire heb ik een rondje uitgezet de andere kant op. Ik loop rond kwart over 8 de straat uit. Een paar straatjes verderop zie ik een bekend huis aan de rechterkant: er staan kanonnen in de tuin. Dit huis heb ik anderhalf jaar geleden tijdens mijn eerste dag op Bonaire ook op de foto gezet. Ik groet de man die ertegenover op zijn veranda zit en die deze keer alleen maar terug groet.
Er loopt een hond op de weg waar ik op uitkom. Ik had al gehoord dat hier een hele vervelende hond zou lopen, maar ik weet niet of het deze is. Ik stop op een afstandje en zie hoe de hond op z’n dooie gemak voorbij slentert. Als er een auto aankomt waag ik mijn kans en ik glip achter de hond langs in de richting waar deze vandaan kwam.


Het asfalt is hier al wat minder goed en als ik de grotere weg oversteek, is er geen asfalt meer. Ik ga de knoek (wildernis) in. Links en rechts staan huisjes met hekken van cactussen eromheen of verroeste hekken. Volgens mij zijn niet al die kleine huisjes nog bewoond. Het stoffige pad met losse stenen golft omhoog tussen de struiken en cactussen door.


Een hond blaft achter zo’n verroest hek en ik zie dat dat hek grotendeels ingestort is. Dat heeft de hond ook al lang gezien natuurlijk en binnen de kortste keren staat hij op een halve meter van mijn benen vervaarlijk te blaffen. Het is een vreselijk lelijke hond, die me doet denken aan een hyena. Ik ben maar gestopt en kijk naar het huisje, waar twee heren verschrikt in de benen zijn gekomen. Eén man komt naar me toe, terwijl hij hele verhalen afsteekt waar ik werkelijk niets van versta. De hond begrijpt hem gelukkig wel en ik steek mijn duim op als ik weer verderga. Dat scheelde niet veel. Ik ben blij als er geen huisjes meer langs het pad staan. Lekker rustig. Enorme yucca-achtige planten bieden plaats aan kleine vogeltjes.


Er staan ook enorm grote cactussen, die nog enigszins schaduw bieden. Het is inmiddels al goed warm in de volle zon en ik hoop maar dat ik voldoende water bij me heb.


Na een stukje zonder huisjes wordt het weggetje weer wat breder. Mijn route gaat naar rechts, maar daar staat de erfafscheiding van een traditioneel boerderijtje. Ik kijk of ik ergens langs zou kunnen, maar dat gaat hem niet worden. Ik volg de enig overgebleven optie: het weggetje dat langs steeds meer huisjes gaat.


Een betonnen voet ziet er nieuw uit. Misschien wordt hier wel een nieuwe waterput geslagen met zo’n windmolentje erboven om het water op te pompen. Achter een betonnen muur is een droge vlakte te zien. Het lijkt wel een drooggevallen stuwmeertje. Een grappig, geel vogeltje zit in de stekelstruiken naar me te kijken. Direct daarna kom ik, wat eerder dan de bedoeling was, op de grote weg uit.


Die weg, daar moet ik nu dus een stukje langslopen. Het is een brede weg, waar je maximaal 60 mag. Harder mag je op het hele eiland ook niet. Ik volg wat ezelsporen door de struiken, maar ik moet bijna onder de lage boompjes door kruipen, dus ik ga toch maar terug naar de weg.
Een geitje loopt te mekkeren en ik zie het lopen. Het heeft een stuk cactus aan z’n kop geplakt zitten en loopt wanhopig heen en weer langs een hek. Aan de andere kant staat z’n moeder terug te mekkeren. Als ik in de buurt kom, loopt het beestje weg. Dan zie ik dat het hek iets verderop gewoon ophoudt. Het geitje is alleen de verkeerde kant op
gelopen, dus ik ga even terug om hem voor me uit te drijven. Zo krijg ik het geitje met z’n cactuskoppie weer bij z’n moeder.


Niet lang daarna pak ik een zijweggetje, waardoor ik weer op de oorspronkelijke route zit. Een geel en een knalroze huisje staan naast een windmolentje, wat dus een waterbron is.


Op de weg voor me staat een hond mij op te wachten. Ai, natuurlijk is er niemand in de buurt.


Ik stop en roep een keer naar de huisjes, want ik heb weinig zin in een aanvaring met die hond. Er gebeurt niks, alleen de hond komt nu naar me toe gelopen.
Dan komt er uit een zijweggetje een auto aangereden en de hond zet het op een lopen naar die auto toe. Ik zie mijn kans schoon en ren vlug door, terwijl ik nog een paar keer omkijk om te zien of ik wel de enige ben die hier zo hard rent. Gelukkig wel. Hoewel het hier aan de voet van de Seru Largu al een beetje omhoogloopt, klok ik hier toch mijn snelste kilometer. De weg gaat steeds steiler omhoog en ik probeer zo lang mogelijk door te gaan met hardlopen. Ik moet in Zwitserland straks ook flink wat hoogtemeters overwinnen, dus kan ik dat maar beter nog wat extra trainen.


Eenmaal op het hoogste punt van het asfaltweggetje kan ik naar de satellieten, die nog wat hoger staan. Dit stukje ken ik inmiddels. Ik heb mijn water bijna op. Volgende keer toch maar iets eerder van huis gaan.


Ik duik steil naar beneden het wijkje in. Honden blaffen achter grote hekken. Een man komt net zo’n hek uit met een knalrode, verbouwde kever met dikke uitlaten. Na 10 kilometer ben ik weer op ons vakantieadresje aangekomen. Ik heb vandaag geen last van mijn knie gehad, wat in elk geval hoopvol is voor het wedstrijdje dat voor zondag gepland staat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.