Vlinders en vliegtuigjes

Het is mooi weer als ik op zaterdagmorgen de deur uit stap voor een duurloop. Ik heb niet echt de moeite genomen om een route uit te dokteren, maar ik heb vorig jaar een leuke zwerftocht langs de beken gemaakt, die ik nu nog eens wil gaan doen.
Bij het tunneltje loopt er een hardloper voor mij, maar die gaat door de tunnel en ik ga erlangs over een smal graspad. Zo kom ik in een paardenwei uit. In eerste instantie zijn de paarden niet te zien, maar als ik bij de grote tunnelbuis zijn, zie er een paar rechts staan en twee staan natuurlijk ín de buis. Een kleinere komt eruit, maar het grootste paard staat er nog in. Het lijkt me niet zo’n goed idee om er doorheen te gaan, dus ik neem een omweggetje, door in plaats van onder de weg door over de weg heen te gaan. Het grote paard blijft mooi in de tunnel staan.

paard in tunnelbuis
Een smal paadje gaat tussen jonge boompjes door. Er fladderen vooral donkere vlinders rond: koevinkjes.

koevinkje
Aan het einde van het pad loop ik de Zenderse es op. De ingang van het graspad is nauwelijks te vinden, maar ik weet waar het moet zitten. Het gras is wel gemaaid, dat heb ik ook weleens anders gezien.
Ik spot een stuk of vier dagpauwoogen op een paar distels naast de mais en een atalanta laat zich ook zien.

dagpauwoog
Boven mijn hoofd vliegt een sportvliegtuigje naar het oosten. Ik heb er inmiddels al meer gezien. Het hekje naast de beek is aardig scheef gaan staan, waardoor het openen wat zwaarder is geworden. Een rondvliegend insect laat mij ineens wat sneller lopen.

sportvliegtuigje
Ik moet iets bukken om onder het spoor door te kunnen. Achter mij hoor ik de trein over het lage bruggetje denderen. In een weitje staan enkele shetlandpony’s met veulentjes. Wat zijn die klein zeg!
Terwijl ik over boerenweggetjes verder loop, komen er weer wat vliegtuigjes over, nu zelfs twee tegelijk. Ik ben aan het tellen geslagen en zit inmiddels op 13 vliegtuigjes. Er moet haast wat te doen zijn bij vliegveld Twente, want ze vliegen allemaal dezelfde kant op.

vliegtuigje
In de jonge eikenbomen langs de weg ontdek ik meerdere nesten eikenprocessierupsen. Langs een lange, rechte weg is een natuurlijke beek aangelegd, waar zwanen in ronddobberen en ganzen rondscharrelen.
Bij een doorgaande weg steek ik over. Ik meen me van die ene keer dat ik hier eerder heb gelopen te herinneren dat ik een doodlopend weggetje in moet, waarna ik langs een beek verder kan.
Ik vind het weggetje en de beek en loop over dikke pollen gras verder. Het loopt nou niet echt gemakkelijk en ik moet mijn voeten hoog optillen. Libelles scheren over het water en meerkoetjes vluchten voor mij weg. Boven het gras fladderen wat koevinkjes en een bruin zandoogje.

bruin zandoogje
Bij een splitsing wordt de smalle beek breed. Een platbuik scheert voor me langs. Wat zijn het toch dikke insecten. Een moedereend zwemt voorop, haar jong volwassen kroost achter haar aan.

moedereend
Iets verderop zie ik nog zo’n moedereend, een witte met twee grijzige jongen. En nog eentje, die nog maar één jong overheeft. Aan de blauwzwarte vlakken op de bruin gespikkelde veren te zien wordt dit vast een mannetje. Ook een waterhoentje zwemt rond met twee kuikens in de buurt.
Een reiger landt in het topje van een boom. Dat vind ik nog steeds een apart gezicht, zo’n grote loopvogel boven in een boom. In de verte zie ik een stuw opdoemen en daar steek ik de beek over. Via een uitgesleten graspad onder de bomen door kom ik op een asfaltweggetje terecht. Knotwilgen staan netjes op een rijtje tussen de weilanden.

boerenweggetje
Naast wat fietsers word ik alleen ingehaald door een grote trekker, waar ik maar even goed voor opzij ga. Ik hou de rechterkant van de weg goed in de gaten, want ik weet dat hier ergens een graspad te vinden is tussen de weilanden door.
Koeien staren me nieuwsgierig aan, terwijl ik langs het draad loop. Het zonnetje schijnt volop. Door het ongelijke gras kom ik weer bij de beek uit, waar ik rustig verder hobbel.

langs de beek
Iets verderop kan ik met een bruggetje de beek over, die zich splitst (of eigenlijk komen twee beken hier bij elkaar) en waarvan één tak een bocht maakt.


Paarse kattenstaarten bloeien uitbundig langs de waterkant. Op de golfbaan waar ik langskom, wordt gespeeld. Dat had ik niet verwacht, want de baan is failliet verklaard.

kattenstaart
Een grote groep wielrenners staat op een weggetje op elkaar te wachten. Ik hoef alleen maar over te steken naar het paadje dat aan de andere kant langs de beek weer verdergaat. Een grote, ronde zwam groeit net naast het pad. Het lijkt wel op een lichtgele voetbal met gaten erin.
Het is mooi lopen langs de beek. Er komt weer een vliegtuigje over, maar deze draait een paar rondjes boven een weiland.

vliegtuigje
Als er een vertakking komt, volg ik een pad dat ik nog niet eerder heb gevolgd. Het wijkt wel een beetje af van waar ik naartoe wilde, dus ik mag een stukje meer om weer terug bij de juiste beek te komen.

bruggetje
Een paar mensen zijn bezig om twee kano’s uit het water te halen. Een man vraagt in het voorbijgaan of ik op schema lig. Ja hoor, ik wel. Zij ook? Het antwoord is bevestigend.
Op schema… ja, binnenkort start mijn schema voor de marathon van Berlijn. Ik ben benieuwd hoe dat gaat en wat het me zal brengen.
Achter de huizen langs loop ik over een schelpenpaadje, terwijl ik nog steeds de beek volg. Hier zwemt een kuifeendmoeder met haar jong.

kuifeenden
Bij een paar balkjes doe ik een buikspieroefening. Die balkjes staan er immers voor. Als ik net klaar ben, komt er een bruine labrador aanlopen. Snel maar verdergaan dus.
Als ik de beek wil verlaten, zie ik een grijze vogel op het gras staan. Het is best een flinke vogel, maar hij lijkt ook nog vrij jong. Ik ga ernaartoe, want die labrador komt zo achter mij aan en ik weet niet hoe die reageert op zo’n vogel. Het beestje doet me denken aan een waterhoen met enorm lange tenen zonder zwemvliezen ertussen. Achteraf blijkt het ook een jonge waterhoen te zijn. Hij stapt rustig weg tussen het riet naast de beek, net voordat de hond de bocht om komt.

jonge waterhoen
Vanaf hier is er een segmentje, dat ik mooi nog even op tempo kan doen. Vlot onder het tunneltje door en dan de straat in, die licht oploopt. Twee fietsende dames haal ik in en ze blijven achter mij totdat ik het weer rustig aan ga doen. Nog een kilometer uitlopen en dan ben ik weer thuis. Het was een mooie tocht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s