Springendal in de sneeuw

Met mijn nieuwe ijsschoenen ga ik op zaterdag naar Ootmarsum, waar ik mijn auto parkeer bij de camping waar in september de start van de RunForestRun trail Springendal was. Aangezien het toen niet lekker liep, wil ik deze loop graag nog eens over doen. En omdat dit waarschijnlijk de laatste loop is met sneeuw en ijs ga ik toch maar gelijk deze afstand lopen met mijn nieuwe schoenen.
Om de parkeerplaats staan hekken met afzetlint, maar het lijkt er niet op dat je er niet mag staan. Net voor mij stappen twee mensen uit die zo te zien van plan zijn om een heel stuk te gaan wandelen.
Het eerste stukje gaat deze keer niet over de camping, maar over het asfaltweggetje. Al snel draai ik een zandweg in, die gelijk licht omhoog loopt. Na een paar honderd meter sta ik ineens oog in oog met een ree, die een meter of 10 vanaf het weggetje verschrikt opkijkt. Dat begint goed!
Ik sla rechtsaf een zandweg in, waarna wat kleinere paadjes volgen. De ondergrond is hard bevroren. Een klein meertje verschijnt tussen de bomen en er klettert een watervalletje uit. Een hardloper in het rood komt me vanaf de andere kant tegemoet over de stapstenen bij het stroompje.

meertje
Aan de rand van een wit veld staat een oud schuurtje, waar ik dwars doorheen kan kijken. Ik moet even goed kijken waar het paadje zit wat ik moet hebben, want dat is bijna niet te zien. Gelukkig staan er wat voetstappen in de sneeuw, die het bos in leiden.

schuurtje
Er liggen wat boomstammetjes over het besneeuwde spoor dat ik volg. Op één daarvan ontdek ik sporen van een kat en ik vermoed dat er ook een das over dit stammetje heeft gelopen.

sporen in de sneeuw
Ik herinner me dit paadje nog wel van de georganiseerde trail. De hulstblaadjes die toen langs mijn benen krasten proberen nu vat te krijgen op mijn tight. Ik spring over wat kleine boomstammetjes en hobbel over de besneeuwde bladeren tot ik bij een parkeerplaatsje uitkom. Dat lijkt wel een ijsbaan, dus ik doe toch maar even voorzichtig.
Als ik weer het bos inga, moet ik opnieuw goed kijken naar paadjes. Op een open plek staan wat toestellen waar je oefeningen op kunt doen. De sneeuw is hier nog bijna enkeldiep en ik zie hier en daar wat sporen van reeën en ander wild.
Langs de rand van het bos staan wat recreatiewoningen en er lopen wat meer mensen rond. Een oud trekkertje komt me tegemoet.
Ik herken de grote schuur waar de eerste verzorgingspost was. Op de velden ernaast lopen Schotse hooglanders.

Schotse hooglanders
Het pad gaat omhoog tussen de glooiende, witte velden door. Bij een boom staat een beeldje en een paar schaapjes kijken me meewarig aan.
Nadat ik omhoog ben gelopen mag ik weer naar beneden. Het glooiende landschap ziet er prachtig uit met de sneeuw.

glooiend sneeuwlandschap
Aan het einde van de velden staan twee Belgische paarden hooi te eten uit een bak. Ik kan het niet laten om er even eentje over de neus te aaien. Lekker zacht is dat.

Belgische paarden

hek
Het heideveldje met de grote steen ervoor herken ik ook, al ziet het er natuurlijk wel heel anders uit in de sneeuw. Ik weet dat ik nu een lus ga maken en hier straks weer terugkom.
Langs akkers loop ik een stuk naar beneden, terwijl ik heel ver kan kijken. Aan de rand van het veld staat een jagershut. Volgens mij loop ik inmiddels in Duitsland.
Een heel oud trekkertje komt de hoek om en ik groet de man die erop zit. Het is een oude McCormick, die ik verder alleen op oldtimerevenementen heb gezien. Hij laat een flinke walm achter, terwijl hij met moeite de bult op rijdt.
Ook ik mag natuurlijk weer omhoog. Als ik achterom kijk, zie ik in de verte een stad liggen.

Duitsland
Terug bij het heideveld kom ik een groep nordic wandelaars tegen. Ze beginnen spontaan te klappen als ik over de besneeuwde paden langs kom draven.
Ik sluit een hekje achter me. Een paar wandelaars komen me tegemoet. Paadjes door het bos worden afgewisseld met uitzicht op lange velden. Planken liggen over een stroompje heen, dat nog deels bevroren is.

stroompje
Het punt van de splitsing herken ik ook nog wel. Gelukkig voel ik me vandaag een stuk beter dan in september en ik kan rustig doorlopen.
Een klein hutje staat naast het bospad. Vorige keer gunde ik mezelf de tijd niet om te kijken wat het precies was, nu lees ik dat het een grenswachtershutje (Commiezenhut) was om smokkelaars te kunnen pakken.

Commiezenhut
Het pad gaat eerst glooiend omhoog, om te eindigen met een wat pittigere klim. Dan sta ik bovenop de Galgenberg.

Galgenberg
Iets verderop zie ik het aan de ondergrond al aankomen: de grote zandkuil, die zich ook in Duitsland bevindt. Met de GPS weet ik niet precies welke doorgang naar beneden ik moet hebben, maar ik zoek er eentje uit die niet vreselijk steil is.

zandkuil
Ik dender naar beneden. Het zand is prima te belopen, je zakt er in elk geval niet zover in weg als in de zomer. Bandensporen van crossmotoren staan in de combinatie van zand en sneeuw gedrukt. Het omhoog lopen gaat verrassend goed, ik plak zowat aan het zand vast.

zandkuil
Een andere hardloper komt ook door de kuil omhoog gerend en we maken een praatje. Normaal hardlopen kan de man eigenlijk niet meer vanwege zijn knie, maar hij loopt nu 10 keer op flink tempo omhoog, waarna hij telkens een streepje in de sneeuw zet.
Wat witte bulten in het landschap duiden grafheuvels aan. Ik had er al wat meer gezien, ze lijken precies op de grafheuvels rondom de Friezenberg. Op een bordje wat ik eerder zag staat dat de overledenen vaak op hun hurken werden begraven. Apart.

grafveld
Ik loop in eerste instantie het goede paadje voorbij, maar wordt snel teruggeroepen door mijn horloge. Een boompje ligt over het pad en het is wat gekronkel om erlangs te komen.
Hoewel er een bordje stond dat dit pad verboden is voor fietsers, bestaat de ondergrond vooral uit bevroren ribbels die zijn ontstaan door fietssporen. Mijn enkels zwikken er wel wat op, maar dat zijn ze inmiddels wel gewend.
Een groot wit veld doemt tussen de bomen op en ik zie dat het rond is. Dit moet één van de cirkels van Jannink zijn, die me vorige keer totaal niet zijn opgevallen. Volgens mij was het idee van die cirkels dat je met je landbouwmachines geen scherpe hoeken hoeft te maken bij het bewerken van het land.

cirkel van Jannink
Vlakbij sta ik voor een grote zandvlakte, waar duidelijk ook doorheen gecrosst is. Het zand is nu prima te belopen, met of zonder het kleine laagje sneeuw dat hier ligt. Aan de zijkant staan kleine boompjes dicht op elkaar geplant. Hee, dat is een mooi plekje voor een korte stop.

zandvlakte
Achter het zand volgt bos. Donker naaldbos met mos op de grond met zo af en toe een doorkijkje. Het is hier heerlijk stil.

doorkijkje
Aan een boom hangt een bord dat motoren op dat pad verboden zijn. Even vind ik dat vreemd, wie gaat er nou met een motor over bospaadjes rijden? Maar als ik op het volgende pad opnieuw de sporen van crossmotoren ontdek, snap ik het bord. Ik hoop alleen dat ik ze hier niet tegenkom.

crosspaadje
Op een bordje naast het paadje zie ik een uitleg over de cirkel van Jannink, die hier te zien is. Deze is een stuk minder herkenbaar dan de eerste, waarschijnlijk omdat er heide op groeit en ook wat berkjes, die de beheerders uit alle macht proberen weg te krijgen.
Een lange rechte zandweg herken ik ook, ik weet dat ik na een scherpe draai weer terug mag over een andere zandweg en probeer een shortcut door het bos te vinden, want dit stuk is een beetje saai. Tegen het einde kan ik een singletrack meepakken, maar ik snij alleen het uiterste puntje iets af. Op de andere zandweg, waar de tweede post gestaan heeft, ligt wat sneeuw. Twee mensen wandelen me tegemoet.
Iets verderop is een singletrack die wel in de route zit. Ik weet nog dat ik hier niet meer kon hardlopen van de buikpijn. Nu is hooguit het smeltende ijs een belemmerende factor, maar het gaat wel lekker over het golvende paadje.
Ik zie een paar mensen tussen de velden door wandelen en ik moet hetzelfde pad hebben. Ik herken de twee wandelaars die naast mij geparkeerd staan. Het pad is flink modderig, nu de dooi goed doorgezet heeft. Het lijkt erop dat mijn ijsschoenen ook de modder goed buiten houden, want ik kom met droge voeten door het zompige paadje heen.
Van een afstandje herken ik het gebouwtje al dat onderaan een helling staat. Het is de molen van Bels, waar de Mosbeek doorheen stroomt. Een paar oude karren staan buiten en het oude vakwerkgebouw ademt de sfeer van vroeger.

Molen van Bels
Grijze wolken hebben de zon verborgen. In de verte zie ik het silhouet van het kerktorentje van Vasse voor de bijzondere lucht.

Vasse
Een klinkerweggetje, wat zandweggetjes en zo hier en daar een stukje asfalt kom ik tegen op mijn weg naar de Tutenberg, waar ik over een dik bladertapijt omhoog klim. Dit zijn toch wel de mooiste stukken om te lopen. Een groene specht vliegt ineens voor me langs.
Ook het punt waar de derde verzorgingspost stond weet ik me te herinneren. Verderop op het pad ligt een flinke laag sneeuw. Op de aangestampte sneeuw glij ik toch wat en ik maan mezelf om goed op te letten. De dikke laag die op een graspad ligt is wel lekker om doorheen te lopen. Nu kan het nog.

sneeuw
Vanaf een erf waar ik langsloop blaft een hond met een klein kastje om zijn nek naar mij. Hoewel er geen hek staat, blijft hij angstvallig in de buurt van de schuur achter hem. Ik gok dat hij een schokje krijgt als hij te ver wegloopt.
Het witte winterlandschap lijkt wel buitenlands te zijn, zeker omdat het hier ook niet vlak is. De bomen verdwijnen achter een witte heuvel.

Buitenlands
Een dikke vogel vliegt met een schreeuw tussen het struikgewas vandaan en ik schrik me rot. Aan de rechterkant zit waarschijnlijk nog zo’n vreemde vogel verscholen, aan het geluid te horen.
Er volgt een stukje asfalt, maar ik draai al snel de bospaadjes weer op. Op een zandweg gaat er net een groep oudere wandelaars het bos in en een vrouw vraagt of het niet veel te glad is om te hardlopen. Ik verzeker haar dat het wel meevalt en dat ik daar goede schoenen voor heb.
Ik begin het zo langzamerhand wel wat kouder te krijgen. Ik had gerekend op zo’n 6-7 graden, maar de wind maakt het toch wel fris.
Een vennetje ligt in het bos met daaroverheen een vlonderpad. Er lopen twee fotografen rond, want dit is natuurlijk weer een prachtig plekje.

vlonderpaadje
Iets verderop zie ik het bankje waarop ik even heb gezeten toen ik zo’n buikpijn had. Lang duurde dat niet, want ik moest toch op de één of andere manier bij de finish komen. Nu kan ik gelukkig mooi door blijven lopen.
Een goed te belopen bospaadje maakt plaats voor een recht pad, dat bestaat uit bevroren omgewoeld zand met ijs. Het is wat glibberig en ik zwik een paar keer, maar ook hier weten mijn enkels mij rechtop te houden. Niet veel later kom ik op een bekende zandweg, die mij naar het weggetje leidt waar ik ben begonnen. Even twijfel ik nog of ik toch achter de camping langs kan lopen, maar met zo’n 36 kilometer op de teller is het wel mooi geweest voor vandaag.
De auto van de wandelaars staat er nog. Ik trek wat warms aan, waarna ik voldaan terugrijd naar huis. Dit was voor herhaling vatbaar, al zal er volgende keer geen sneeuw meer liggen.

Advertenties

2 reacties op “Springendal in de sneeuw

  1. Salif Bakayoko schreef:

    Je weet telkens weer mooi te beschrijven. Mooie foto’s!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s