Zonsopkomst

Op donderdag draaf ik met collega Laura weer het bos in. Hop, dezelfde kant op als vorige keer, wel zo makkelijk. Het schemert nog een beetje, maar we kunnen prima zien waar we lopen. Gek eigenlijk, dat we andere jaren zijn gestopt omdat het om 8 uur ’s ochtends te donker zou zijn.
We komen langs het wakelveldje, waar we de gloed van de zon in het oosten kunnen zien. Er ligt een klein beetje poedersneeuw tussen de heide en de “wakels”, een andere naam voor jeneverbessen.

Wakelveldje
Deze keer lopen we iets verder door dan vorige keer. Een grote bult op een open plek in het bos is wit. We steken een weg over en turen tussen de bomen door of we misschien nog een ree zien lopen, omdat we die hier een paar weken geleden zagen. Vandaag zien we niks.
Met een kronkelend stuk van de mountainbikeroute laten we ons meevoeren het bos in, alsof we in een attractie zitten. Moskussentjes onder dicht opeenstaande, kaarsrechte naaldbomen worden vervangen door een bladertapijtje onder loofbomen.
Het is koud, al is dat vooral de gevoelstemperatuur. De wind gaat zo door onze broek heen en het nieuwe jasje is ineens niet meer te warm.
Zo hier en daar ligt er wat modder op het pad, dat ons geleidelijk aan iets naar beneden leidt. Als we bij het heideveld op de helling aankomen is het inmiddels gewoon licht geworden en de laagstaande wolken kleuren een beetje lila.

heideveld
Nadat we door een dik pak beukenbladeren hebben gestruind, volgt het “achtbaanbos”. Allerlei smalle sporen gaan langs en door diepe kuilen en ook de mountainbikeroute slingert hierdoorheen. Deze keer nemen we eens een ander paadje, waardoor we sowieso door zo’n kuil moeten om weer op het juiste pad uit te komen. We kiezen een hele diepe uit en storten ons erin.
Bij het smalspoor iets verderop wandelt iemand met een hond en we bedenken wie we hier eerder hebben gezien. Best grappig dat je soms plekken vooral herkent aan wat of wie je daar hebt gezien.
We volgen het smalspoor een stuk, waarna we een uitstapje maken naar een wandelpad. Met een bocht komen we zo weer terug bij het smalspoor, waar we als een treintje overheen gaan. Tjoeke, tjoeke…
We lopen via de kortste weg weer terug nar het eerste stuk bos, maar dat blijkt nog wel wat te kort te zijn. Dan nog maar een mooi ommetje maken. Op het brede, rechte wandelpad ligt veel meer modder dan op de kleine sporen verderop in het bos. We slaan snel een zijpaadje in en komen langs kleigaten vol met water. Hier zijn we een keer verdwaald, dus het is best een gokje om nu zomaar een paar paadjes te pakken. Gelukkig laat m’n richtingsgevoel met niet in de steek en we komen bij een herkenbaar bankje uit.
Als we naar de auto lopen, zorgen we ervoor dat onze klokjes allebei precies hetzelfde aangeven als we stoppen: 8,45 km. We zijn namelijk deze week een uitdaging met elkaar aangegaan, wie het meeste kilometers zou maken. Normaal gesproken zou ik dat zijn, maar omdat Laura een training meer heeft gedaan gaat het nog heel spannend worden. We zullen zien!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s