Ietwat illegale Espelotrail

Op vrijdag knutsel ik een route in elkaar op basis van de eerder met een paar loopmaatjes gelopen “Espelotrail”, zoals we die genoemd hebben. Het stukje over de campus haal ik eruit en ik verleng de route totdat ik ongeveer 25 kilometer heb.
Zaterdagochtend rij ik in 10 minuutjes naar Hengelo Noord, waar ik de auto parkeer op een zandweggetje. Er staat een koude wind, maar verder is het qua weer en temperatuur goed te doen. Een hardloper loopt over het zandweggetje en ik start mijn duurloop in tegenovergestelde richting.
Al snel duik ik het bos in over bospaadjes met natte bladeren erop. Over een naastgelegen singletrack zie ik een mountainbiker langskomen.
Ik ben blij dat ik toch mijn trailschoenen heb aangetrokken, al merk ik nu dat mijn schenen die niet meer zo geweldig vinden na 1300 kilometer. Vooral de zandweggetjes zijn erg zacht en modderig, dus daar kan ik de extra grip goed gebruiken.
Mijn horloge leidt me kriskras door het bos, waardoor ik na een paar kilometer al geen idee meer heb hoe ik bij de auto terug zou moeten komen.
Een grote vogel vliegt een weiland in en ik twijfel of het een reiger is of een ander soort grote roofvogel. Ik speur het veldje af naar de vogel, maar in plaats daarvan zie ik een ree staan aan de andere kant bij de bosrand. Het beestje blijft mooi stilstaan, zodat ik hem even op de foto kan zetten.

ree
De reiger blijkt ook in het veld te staan en de ree vertrekt zodra er over de zandweg waar ik op sta twee dames met een hond aan komen wandelen. Ze hebben totaal niets in de gaten, maar ik zie nog hoe de ree zich stilletjes uit de voeten maakt in de bosjes.
Het zonnetje komt door en zorgt ervoor dat het bos nog mooier wordt. Er zijn wat bomen gekapt naast een paadje, waardoor je nu mooi zicht hebt op het vennetje erachter.

zonnetje in het bos
Een lang wandelpad kronkelt langs velden en bosjes. Dit stuk zat vorige keer niet in de route, maar ik ben blij dat ik het gevonden heb. Het is genieten om hier te lopen!

bruggetje
Langs het bospad stroomt kronkelend een helder beekje, inclusief stroomversnellinkjes.

stroompje
Ik kom in een stuk bos terecht dat wordt aangeduid met “De Wildernis”. Naalden liggen als een dik tapijt op de grond en het veert enorm lekker.
Ik haal twee wandelaars in, terwijl kaarsrechte paden zichtlijnen vormen. O, ik snap het al. Ik loop nu langs het Sterrenbos, een aangeplant stuk bos met rhododendrons. De paden komen in het midden bij elkaar. Dat stukje zit later nog in de route.
Ik draai een ander bospaadje in en herken het stukje langs een stroompje met ontzettend helder water. Dit vond ik het mooiste stukje van de Espelotrail. Het paadje kronkelt met het water mee, dat een stuk dieper ligt. Op de grond groeien moskussentjes.

Wildernis
Als het paadje teneinde loopt, liggen er een aantal roestige metalen profielen over het stroompje. Er steken een heleboel nagels uit, waar vermoedelijk een houten brugdek mee vast heeft gezeten.
Een paard staat in een modderig weilandje bij een grote schuur. Achter een omheining staan verschillende beschilderde caravans, zo te zien van studentenverenigingen. Een aantal opgestapelde blokkendozen doet dienst als studentenhuisvesting.
Via een klein stukje over een mountainbikeroute met wit zand erop kom ik weer op een bospaadje, waarmee ik de campus achter me laat liggen.

bosrand
Ik geniet van het lopen op een bospaadje, als mijn horloge aangeeft dat ik rechtdoor moet, waar er alleen een bocht naar rechts in het pad te vinden is. Ik kijk nog eens goed, want je weet het maar nooit. Achter het prikkeldraad loopt wel een paadje, maar dat is een beschermd gebied waar je niet mag komen. Gelukkig had ik hier al een voorgevoel bij toen ik de route aan het uitstippelen was, dus ik weet dat ik via een zandweg eromheen kan.
Ik loop het met bladeren bedekte paadje uit, maar aan het einde scheidt het dieper gelegen heldere stroompje mij van de zandweg. Er liggen wel wat dikke takken overheen, dus ik ben niet de eerste die hier tegenaan loopt. Ik zet één voet voorzichtig op een tak en probeer of die mijn gewicht wel kan houden. Met een zwaai zet ik vervolgens de andere voet aan de overkant neer. Zo, gelukt. De wandelaars die net aan komen zullen zich wel afvragen waar ik nou weer vandaan kom, maar het was toch écht een wandelpad.
Achter een laag walletje liggen twee grote plassen van het waterwingebied. Een heel rijtje aalscholvers zit daar op een ketting van boeien.

aalscholvers
Het verkeer raast langs over een drukke provinciale weg en ik ben blij dat ik er maar een kort stukje langs hoef. Onder hoge bomen door loop ik langs een parkeerplaatsje in de richting van informatiecentrum Hof Espelo.
Een markante villa staat langs het weggetje: Villa Hof Espelo, waar in de Tweede Wereldoorlog Duitse officieren zaten. In die tijd was het naastgelegen Vliegveld Twente ook in handen van de Duitsers. Via een rollerbaan werden de vliegtuigjes het bos in gereden, waar ze werden verstopt in zogenaamde splitterboxen: halfronde aarden wallen, die de vliegtuigjes ook moesten beschermen bij bombardementen. Ik kijk goed of ik er wat van zie, want ik weet dat ze in dit stuk van het bos te vinden zijn en het is niet moeilijk om ze te herkennen.

splitterbox
Vanuit het bos kijk ik zo op het vliegveld uit, maar ik maak een draai, waarna ik bij de grootste splitterbox uitkom. Je kunt hier op de halfronde wal lopen en ik ontdek ook een rechthoekige bak onder het mos in het midden. Bijzonder, zo’n stukje geschiedenis.

grote splitterbox
Een hond blaft bij een huis waar ik vlak langs loop. In het bos erachter steek ik twee houten bruggetjes over. De ene is bijna volledig verstopt onder de bladeren.
Daar is het Sterrenbos weer en nu ga ik door het midden, waarvandaan je alle kanten op kunt kijken. De rhododendrons staan keurig symmetrisch op de hoeken.

sterrenbos
Een meisje te paard gaat voor me uit langs een plas. Ik tover een gelletje tevoorschijn en stop even, zodat ik niet direct achter het paard aan hoef. Het zonnetje is al een tijdje verdwenen achter grijze wolken en de wind is guur.

ondiepe plas
Het gelletje is nieuw voor me (Sis cola), maar bevalt me helemaal niet. De verpakking is zo dik dat ik hem verkeerd opentrek en hij smaakt gewoon vies, naar zoetmiddel of zoiets. Daarbij is de inhoud meer dan ik gewend ben en ik ben blij als ik het heb weggewerkt. Bah. Hopelijk werkt het wel goed.
Ik kom het bos uit en steek over naar een zandweggetje, waar meerdere auto’s op geparkeerd staan. Ze blijken net allemaal weg te willen rijden. Een klein sportvliegtuigje vliegt boven het vliegveld, waar ik nu recht op af loop.
De zandweg voert helemaal langs de rand van het vliegveld. Ik kom een replica van een markesteen (grenssteen) tegen en zie kleine wachthuisjes, die al tijden niet meer gebruikt worden. Tussen de bomen staat het karkas van een huis. De ramen en het dak ontbreken.

wachthuisje
In een bocht naar rechts gaat mijn route naar links. Op het stoppelveld dat daar ligt staan sporen van landbouwmachines langs de rand, dus dat moet mijn weggetje zijn. Ik kom uit bij een grote, vervallen schuur met een gat in het dak.

schuur
Met een scherpe bocht draait het weggetje, dat is opgehoogd met wit zand, het bos in. Hee, wat is dat? Uit een grote bult in het bos steken de restanten van een bunker!
Dat vind ik interessant en ik neem een kijkje. Het is een flinke bunker. Er liggen wat spullen in en er zitten twee raampjes aan de andere kant.

ingang bunker
Tegenover de bunker staat een schuurtje tussen de bomen en nog een paar meter verderop nog een schuurtje, helemaal overwoekerd en voorzien van een groot, rood-wit stiepelteken.
Het valt me op dat er hier niemand in het bos te vinden is. De weggetjes zijn recht, volgens mij hoort dit bij een landgoed of zoiets. Mijn horloge stuurt me via leuke, smalle graspaadjes.
Ik kom uit op een soort oprijlaan. Aan het einde staat een groot, laag huis en aan de andere kant zie ik iets wat lijkt op een wit hek. Een man haalt net de boodschappen uit de auto als ik langskom. Het voelt wel een beetje apart, alsof ik bij die mensen in de tuin loop. Ik loop ruim om het huis heen, dat op een bult is gebouwd, een groot grasveld eromheen. Naast het rechte pad aan de andere kant liggen twee vierkante vijvers, die zo te zien nog niet helemaal klaar zijn. Bomen flankeren het pad.

landgoed
Ook nu pak ik een smal paadje. Vanuit het huis zijn een aantal zichtlijnen vrijgemaakt, waardoor ik er nog eens een glimp van opvang. Bij een stroompje staat een zilverreiger, die gelijk opvliegt als ik eraan kom. Als ik een bocht om kom, zie ik net het witte achterste van een ree in de bosjes verdwijnen. Ik loop er voorzichtig langs en kan het dier zo nog even volgen.
Op het pad rijdt een trekkertje met een aanhanger. Die gaat de grote oprijlaan af en ik zie hoe de man het witte hek, dat ook hier staat, achter het trekkertje sluit. Hmm, ik hoop maar dat ik er gewoon uit kan lopen. Mijn route stuurt me naar een hoek van het landgoed en waar ik al bang voor was klopt: ik sta achter een vrij nieuw hek van prikkeldraad. Even kijk ik of er niet een normale uitgang is, maar dan glip ik tussen het prikkeldraad door, zodat ik op het fietspad naast de grote weg sta. Bij het prikkeldraad staat een groot bord dat dit verboden toegang is omdat het een privéterrein is. Oeps. Ze hadden aan de andere kant ook beter zo’n bord neer kunnen zetten.
Ik steek de weg over en zie al snel weer mensen wandelen op de paadjes, de meesten voorzien van een hond. Op bordjes langs het pad staan gedichten van Willem Wilmink, een bekende Twentse dichter. Een canicrosser komt me tegemoet.
Vanaf een uitgesleten graspad duik ik het bos in langs een grote waterplas. Het is niet het Lonnekermeertje, dat moet hierachter nog liggen.

meertje
Een groot, wit huis staat aan de oever en op het water dobberen allerlei watervogels, waaronder twee witte zwanen. Een zilverreiger vliegt op als ik nader. Bij een vogelkijkpunt kijk ik even naar de vogels zonder dat ze mij zien.

zilverreiger
Als ik weer verder wil, zie ik dat het vervolg van het paadje wordt versperd door een hek met prikkeldraad met een bordje erbij dat het een kwetsbaar gebied is. Dat komt me bekend voor en ik zal dus terug moeten. Gelukkig is het niet ver terug en ik ken de weg van de vorige keer nog wel. Over een graspaadje langs het water leg ik de laatste paar honderd meter naar de auto af.
Het was een mooie route van uiteindelijk ruim 26 kilometer, maar in deze vorm wel eenmalig. De volgende keer moet ik het één en ander wijzigen, dat is wel duidelijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s