Buiten het broedseizoen

In de stromende regen rijd ik op zaterdag aan het begin van de middag naar Nijverdal. Als ik de auto parkeer is het al wat opgeklaard en vol goede moed ga ik op weg. Ik heb deze keer geen route in mijn horloge gezet, want ik verwacht dat ik de meeste paadjes nu wel zo’n beetje ken.
In het bos zie ik direct de sporen van de regenbui. Dennennaalden en zand zijn van de hellingen afgespoeld. Er is hier zojuist kennelijk flink wat water gevallen.

vochtig bos
Een bult zand is mijn eerste hindernis en via een pad met allemaal uitgehakte eekhoorntjes erlangs kom ik bij een open plek waar kinderen kunnen spelen. Hier ben ik in elk geval nog niet eerder geweest.
Op gevoel sla ik linksaf en ik loop de helling op. Een singletrack die schuin het bos inloopt herken ik en ik klim erover naar boven. Nu weet ik in elk geval waar ik uitkom: een pad dat over de heide loopt met een mooi uitzicht naar rechts.

uitzicht
Op een vijfsprong kan ik kiezen. In het broedseizoen zijn twee van de vijf paadjes niet toegankelijk, maar vanaf 15 juli mag je er weer in. Ik denk dat ik er niet eerder heb gelopen, dus ik wil die paden graag uitproberen en ben benieuwd waar ik uitkom. Ik kies het rechterpad in de hoop dat ik dan ergens op een bekend stuk uitkom.
Het paadje loopt omhoog. Een boom wijst met kale takken de lucht in vanuit een dicht bladerdak.

boom takken
Vlak naast me ritselt er ineens iets onder de bomen en ik sta zowat oog in oog met een niet al te grote ree. Hij heeft niet zoveel haast en gluurt argwanend onder de takken door om te zien wat ik uitspook. Met een paar lichte sprongen gaat hij vervolgens een tiental meters verderop staan.

ree
Het pad is een soort karrenspoor en het is te zien dat er een tijdlang niemand is geweest. Bovenop de heuvelrug buigt het langzaam naar links af en ik kan heel ver kijken. Vaag komt het me bekend voor, ik ben hier misschien toch weleens eerder geweest. Inmiddels vermoed ik ook waar het pad uitkomt, namelijk op de vijfsprong waar ik net stond.

mooie lus
Ik heb gelijk. Het was een mooi ommetje, maar nu kies ik een bekender paadje, dat me over mul zand tussen hoge, groene varens door leidt.

varens
Niet veel later is er een zijpaadje, dat ik ook nog niet ken en dat ook afgesloten is geweest. Over de stenige ondergrond ga ik weer omhoog, totdat ik het gevoel krijg dat ik op hetzelfde ommetje uitkom als net. De kenmerkende halfdode boom bevestigt dat. Er is nog een zijpad geweest, maar dat is in de loop van de tijd dichtgegroeid, dus ik maak maar rechtsomkeert om via meer bekende paden naar de bosrand te lopen. Dit stuk zit ook in de 50 kilometer van de Sallandtrail.
In het zachte, natte zand staan sporen van mensen en een hond. Iets verderop kom ik een man met een hond tegen, die even op een bankje zit. Grote plassen modderig water staan op de paden. Gelukkig kun je erlangs lopen, want ik kan niet zien hoe diep ze zijn.
Er vliegen een soort zwart-witte libellen rond. Een groot insect botst tegen mij aan en gaat tegen de vlakte. Het is een kever, die met zijn paarse onderkant ligt te spartelen op de grond. Een klein vogeltje vliegt langs en gaat op een uitstekend stokje op de heide zitten zingen. Het klinkt anders dan anders en ik kan het vogeltje niet direct plaatsen. Het heeft een lichtrode borst en twee duidelijke witte vlekken naast het donkere kopje. (Wat zoekwerk later levert op dat het een roodborsttapuit moet zijn geweest.)

boom
Twee fietsers komen me tegemoet over een fietspad waar ik langs loop. Vanuit het bos heb ik een mooi zicht op de heide, waar ik via een lang, licht slingerend pad weer naartoe loop. Niet veel verder ga ik een smal hekje door, dat ook afgesloten is geweest. Dat is wel te zien, want de sporen door de heide zijn nauwelijks nog te herkennen als paadjes. De heide heeft goed z’n best gedaan om de paadjes onzichtbaar te maken. Hardlopen lukt dan ook niet echt, het is meer een combinatie van wandelen en huppen.

broedgebied
Er duiken een paar kleine roofvogels op, die druk bezig zijn met prooien vangen. Ik zie er wel vier tegelijk vliegen. Het lijken valkjes te zijn, maar ik weet niet precies welk type. Elke keer hangen ze kort in de lucht, om dan in duikvlucht een paar meter naar beneden te zeilen tot in de heide. Ik kan niet zien of ze ook daadwerkelijk iets vangen.
Terwijl ik naar de vogels kijk, eet ik een reep. Iets nieuws met kokos. Het is wat klef, maar smaakt goed.

bovenop
Ik ga een stuk naar beneden via zanderige paden, om vervolgens weer omhoog te klimmen. Donkere wolken hebben zich inmiddels samengepakt boven de voorzichtig paars kleurende heide. Ook hier is een groepje valkjes bezig met het vinden van voedsel.

stuk omlaag
Ik klim hoger dan waar ik net was en kan het dak zien van het huis van Palthe, dat zich op ongeveer dezelfde hoogte moet bevinden. Ik dacht altijd dat het een kerkje was, maar nu ik er dichterbij geweest ben weet ik wel beter.

Palthe
Vervolgens gaat het eerst rustig naar beneden, waarna ik een helling af duik de bossen in. Het is er enorm groen en vochtig en het pad is voorzien van modder. Dazen zoemen om m’n oren en ik denk dat ik maar beter een beetje door kan lopen.

sprookjesbos
De wandelpaden die volgen zijn minder modderig dan ik had verwacht. Vanaf het lage punt (de Diepe Hel) waar ik nu sta mag ik de volgende berg weer op klimmen. Kiezelsteentjes liggen in het vochtige zand en zorgen voor wat stevigheid op de paden. Twee dames te paard komen me rustig tegemoet en ze manoeuvreren hun paarden behendig een stukje de heide in, waar de achterste gelijk gebruik van maakt door even wat gras te eten.

klim naar boven
Bovenop staat het zogenaamde “bushokje”, een houten schuilhut. Terwijl ik er bij sta, valt het me op dat het hele hokje knispert. Ik bekijk het eens van dichtbij en zie meerdere boktorren zitten, terwijl het geluid uit de ronde balken komt, die vol zitten met grote gaten. Deze schuilhut gaat hier zo niet lang meer staan.

boktor
De zon heeft een gat in de wolken gevonden en schijnt erdoorheen. Prachtig, met dat uitzicht erbij.

zonlicht
Een hardloper komt me zigzaggend door het bos tegemoet, druk bezig om de enorme plassen over de volle breedte van de paden te ontwijken. Ik probeer het ook, maar kan niet voorkomen dat ik toch natte voeten krijg.

tegenlicht
Tot nu toe heb ik een heel stuk van de Sallandtrail gevolgd, maar ik wil er uiteindelijk nog wel een stukje bij doen. Als ik op een zandweg uitkom, ga ik de andere kant op, om een klein paadje in te duiken dat ik ken van de trail voor Stoere Alexander. Het leidt me een heel stuk langs de bosrand, waarna ik een pad neem dat de heide weer opgaat.

heide
Vermoedelijk een vader en zoon komen me hardlopend tegemoet met een hond aan de lijn. Bij een zijpad twijfel ik even. Er staat een bordje bij dat het afgesloten is tijdens het broedseizoen, maar het gaat me eigenlijk net de verkeerde kant op. Verder maar weer.
Het zonnetje piept weer door de wolken en op de heide staan twee rijen bijenkasten tegenover elkaar.

bijenkasten
Ik kom weer op een bekend pad uit en besluit nog een stukje extra te doen door rechtsaf te gaan. Tot mijn verrassing kom ik bij de zandkuil uit, waarvan ik dacht dat ik die niet zomaar zou kunnen vinden. Hier moet ik natuurlijk even gebruik van maken en ik stort mezelf naar beneden, om er daarna weer uit te klimmen.

zandkuil
Nu heb ik alles wel gehad wat ik wilde lopen, dus ik kan met goed fatsoen richting de auto gaan. Het eerste stukje weet ik wel, daarna neem ik op de gok een zijpaadje. Dat pakt goed uit, want ik kom bij heel smalle paadjes uit, die de bult opgaan. Ook hier ben ik eerder geweest, maar ik had niet gedacht ze zo terug te vinden. Langs jeneverbessen loop ik een trapje op, om vervolgens via een slingerpaadje tussen lage struikjes het bos in te duiken.

slingerpaadje
Bovenaan ga ik rechts, terwijl de weg die ik over moet steken links ligt. Ik meen me te herinneren dat dit pad een grote bocht maakt die kant op en dat blijkt te kloppen. Volgens mij ben ik wel geslaagd voor mijn proef en weet ik de weg hier goed te vinden.
Nadat ik de weg overgestoken ben, duikel ik dezelfde singletrack weer af als waar ik overheen gekomen was in het begin. Aan het einde pak ik een ander pad, want ik wil toch niet dezelfde weg teruglopen en hier zijn paadjes genoeg, die in een soort rasterpatroon liggen. Daarbij moet je wel opletten welke kant je opgaat, want ik verdwaal in dit laatste stukje toch nog bijna. Het geluid van de weg stuurt me uiteindelijk weer de goede kant op en iets eerder dan ik had verwacht kom ik weer bij de parkeerplaats uit. Het is net geen 25 kilometer geworden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s