Gaan met de wind

Vanaf deze week zal ik weer vier keer per week trainen, wat het lastiger maakt om trainingen te verschuiven als het even niet zo goed uitkomt. Dat wordt dus wat meer plannen, al is dat met mijn werk soms best lastig. Gelukkig kan ik op deze woensdag weer eens op een schappelijke tijd de deur uit om een stukje te lopen.
Er staat een uur op mijn schema, met daarin twee blokjes van een kwartier op “duurloop 2-tempo”, wat vrij vertaald “vlot lopen” betekent. Ondanks de regen en harde wind heb ik er zin in.
Met een rustige tred loop ik de straat uit. Ik probeer de ergste plassen te ontwijken, al weet ik eigenlijk best dat dat weinig zin heeft. Nat word ik toch wel. In het licht van de straatlantaarns zie ik de regen vallen. Het regent zo te zien best door, maar het is geen stortbui.
Ik loop een stukje langs een doorgaande weg, maar merk dat ik daar niet zo heel erg beschut loop en duik een woonwijk in. Hier kom ik bijna nooit en het is weleens leuk om er nu dwars doorheen te draven.
Bij de oneffen klinkerstraatjes in het oude gedeelte van het dorp til ik mijn voeten extra goed op, want ik kan in het halfdonker slecht zien waar ik loop. Het eerste kwartier gebruik ik om in te lopen en ik steek over naar een nieuwbouwwijk, waar mijn eerste vlotte blokje al snel begint.
Een zee van water ligt voor het fietspad en ik kies voor het drogere voetpad. Dat denk ik tenminste, maar bij elk huis piept er een stuk regenpijp uit de grond, waaruit het water rijkelijk over het voetpad stroomt. Een aparte constructie.
Als de verlichting minder wordt terwijl ik door een halve bouwput word gestuurd ga ik over op het weggetje, dat de wijk uitgaat. Vanaf daar kies ik een fietspad, dat parallel aan de rondweg loopt. Hier is ook nauwelijks beschutting, maar dat is helemaal niet erg, want ik ga lekker met de wind mee.
Een zee van water ligt op een braakliggend terrein, vlak naast een hele rij funderingen. Het valt me mee dat ze niet allemaal onder water staan. Nu ik hier toch loop, kan ik ook wel een extra ommetje maken in het “fort” van nieuwbouwhuizen. Ze zijn aan elkaar gebouwd in een rechthoek en er zijn voor auto’s maar twee ingangen. Ik loop het rechthoekje driekwart rond en neem vervolgens het voetgangersdoorsteekje onder de bebouwing door.
Nu kom ik langs de sporthal waar we vorige week omheen hebben gelopen. We gingen toen via het fietspad om de wijk heen terug en dat bleek wel een fijn stuk te zijn om te lopen, dus ik neem vandaag datzelfde fietspad. De strook asfalt is even breed als de twee stroken van de gescheiden rijbanen die ernaast liggen. Alles is mooi verlicht en ook hier loop ik nog aardig met de wind mee.
Achter mij hoor ik iemand zingen en er wordt wat gelachen. Twee meisjes met identieke jassen en tassen fietsen zingend en lachend voorbij, diep weggedoken in hun identieke capuchons. Het enige verschil dat ik van de achterkant zie is dat het ene achterlicht wat feller brandt dan het andere.
Tegen het einde van het fietspad eindigt ook mijn tempoblokje. Ik heb een gemiddelde snelheid van 11,2 km/h neer kunnen zetten, waar ik erg tevreden over ben. Tijdens mijn dribbelpauze van 5 minuten loop ik de volgende wijk in en ik moet mezelf echt afremmen om het tempo onder de 10 km/h te krijgen.
Dan mag het gas er weer een beetje op, als ik aan het tweede blokje begin. De wind blaast me ineens in m’n gezicht en als ik een straat over wil steken, moet ik toch echt even stoppen voor een auto. Dat vind ik wel een voordeel aan zo’n dorp als dit: je kunt meestal gewoon lekker doorlopen, zonder stoplichten of andere drukte.
Mijn gemiddelde snelheid is door de korte stop een stukje gezakt en ik ga gewoon proberen het weer boven de 11 km/h te krijgen. In een lekker tempo ren ik nu aan de andere kant de bebouwde kom uit, al is dat maar van korte duur.
Terwijl ik over enigszins scheefliggende stoeptegels langs een lange, rechte weg loop, heb ik opnieuw de wind tegen. Een rustige, geasfalteerde zijstraat biedt meer beschutting en een fijnere ondergrond, waardoor ik het gemiddelde tempo toch nog omhoog trek naar 11 km/h, voordat ook dit kwartier erop zit.
Nu nog zo’n tien minuten uitlopen. Ik ga verder naar het centrum, dat nu vlakbij is. De torenklok geeft aan dat het inmiddels tien voor tien is.
Bij het station hangen wat jongeren rond. Ik ren rustig door de plassen op de goed verlichte parkeerplaats en na 13 minuten uitlopen sta ik weer thuis. Hiermee heb ik gelijk de missende 2 minuten van vorige week weer goedgemaakt.

Advertenties

5 reacties op “Gaan met de wind

  1. Danya schreef:

    Lekker bezig, goed dat je door de regen en in het donker bent gegaan!

    • Elsa schreef:

      Dank je. Soms is dat inderdaad wel een drempel, maar deze keer was ik al lang blij dat ik kon gaan lopen.

      • Danya schreef:

        Ja zeker! En ik heb altijd dat ik in het donker (‘s ochtends) de regen altijd minder erg vind lijken dan als het overdag regent. Nou je hebt het er lekker opzitten. Succes met je nieuwe trainingschema van 4 x per week!

  2. Michel schreef:

    Lekker hoor, heel veel succes met de voorbereiding voor April !! Top.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s