Snelheid in structuur

Op woensdagavond ga ik wat laat de deur uit. Ik heb een opgeblazen gevoel en hoop maar dat dat goed gaat. Ik wil wel weer eens wat meer structuur in m’n trainingen brengen en blader door de workouts in m’n horloge. Het is alweer best lang geleden dat ik zo’n training heb gedaan. Ik kies er eentje uit van ongeveer 7,4 kilometer. Het programma is 1 keer 1 km op tempo, 2 keer 400 meter, 3 keer 200 meter en 4 keer 100 meter. Tussen de intervallen door heb ik dezelfde afstand rust. Ik moet dus wel lekker in beweging blijven.
Ik loop nu eens de andere kant de straat uit dan ik meestal doe. Eerst even rustig opwarmen. Ik draaf rustig over de stoep als na 5 minuten de eerste piepjes klinken. Eigenlijk zou ik nu 2 minuten kunnen gaan wandelen, maar ik ga in hetzelfde rustige tempo door.
Na die 2 minuten begint het hoofdprogramma. Mijn horloge piept, maar hij geeft aan dat de batterijen bijna leeg zijn, waardoor ik niet kan zien hoe lang ik moet lopen. Ach, dat heb ik net wel gezien. Een kilometer dus en ik zet aan.
Ik heb geen vaste route in m’n hoofd, maar wil vanwege mijn opgeblazen buik niet naar de andere kant van het spoor. Als het dan niet lekker gaat, ben ik zo weer thuis.
In een straatje met dure huizen passeer ik een man die zijn hond uitlaat en vlak daarna is mijn kilometer om en mag ik het 800 meter rustig aan doen. Een slingerend straatje brengt me naar de rand van het dorp, waar mijn eerste 400 meter begint.
Ik duik een straat met goede LED-verlichting in. Hier liep ik vorige week nog een P. Het tempo ligt nu iets hoger dan bij de kilometer. Na 400 meter rust start ik met de tweede en laatste 400 meter. Ik struikel zowat over een drempel, maar weet me gelukkig op de been te houden. Achter mij beginnen de lampen van de overweg te knipperen.
Ik loop een blokje om, waarna ik aan de 200-tjes begin. Oranje licht beschijnt de stammen van de platanen langs de weg. Ik bedenk dat er eigenlijk maar weinig te beleven is op dit tijdstip.
Ik draaf door het straatje waar ik afgelopen maandag ook m’n rondjes draaide. De plassen zijn opgedroogd en het is heerlijk loopweer vanavond.
Tijdens m’n laatste 200 meter steek ik een weg over die overdag best druk is, maar waar nu geen verkeer te vinden is. Ik ben alweer vlakbij huis, maar moet nog 4 keer 100 meter. Daarvoor sla ik een lange straat in, die al net zo verlaten is.
Piepjes kondigen de eerste aan en ik ga ervandoor. Honderd meter is niet zo ver en ik zie de gemiddelde snelheid op m’n klokje op 16 km/h staan. Dat betekent ook dat ik slechts 100 meter rust heb, dus ik probeer het ook echt rustig aan te doen. Aan het einde van de straat begin ik aan de derde 100 meter en in de volgende straat ga ik voor de laatste. Nu moet ik natuurlijk nog even echt knallen en ik ren zo hard als m’n benen me willen dragen.
Een loslopende hond laat me een beetje schrikken. Als die maar niet achter me aankomt. Het bazinnetje zie ik iets later en ze roept me toe: “Harder!” Leuk, zo’n aanmoediging. Die ziet natuurlijk ook niet elke dag een hardloopster over de straat vliegen alsof ze op de hielen gezeten wordt.
Ik schakel weer over op een rustige looppas om nog een kilometer uit te lopen. Mijn buik heeft zich prima gehouden en na 7,8 kilometer ben ik weer thuis.

Na het douchen vergelijk ik de snelheden van deze training eens met de laatste keren dat ik hem liep. Dat blijkt alweer 2 jaar geleden te zijn. De kilometer ging een stuk sneller, verder zit er niet eens zo heel veel verschil in de intervallen. Het grootste verschil zit in de rust, die ik nu bijna elke keer onder de 6 min/km liep en destijds ruim boven de 7 min/km. Best verrassend eigenlijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s