Doordeweekse duurloop

Door de Lemelerbergloop van afgelopen weekend ben ik afgelopen week niet aan een lange duurloop toegekomen. Aangezien ik voor de komende twee weekenden ook een paar loopjes in de planning heb, moet mijn lange duurloop maar een keer door de week. Zodoende ga ik op woensdagochtend vroeg op stap om naar mijn werk te lopen.
Een kort treintje zoeft over de Zenderse es op weg naar Zwolle. Vanaf de andere kant rijdt een langer exemplaar naar Enschede. Ik heb een route uitgedacht van 22,5 kilometer, maar ik bedenk dat ik nog wel een stuk af kan snijden dwars over de es. Ik glij weg in de in de dunne blubber, waar landbouwvoertuigen diepe sporen in hebben gemaakt.
Een groep vogels zwermt over de grotendeels kale akkers. Een reiger vliegt weg van de beek, waar ik een stukje langsloop. Mijn schoenen soppen over het gras, waarbij mijn voeten niet droog blijven.

Zenderse es
Het betonnen fietspad slingert over het vlakke land, waar de wind stevig overheen waait. De lucht is dreigend, maar het is niet koud.
Een smal spoor van een wandelroute kronkelt tussen enkele bomen door. Een haan kraait en terwijl ik langs de rand door een weitje loop, zie ik kippen en hanen rondscharrelen. Ik word aardig om de tuin geleid. Een paar grote stenen liggen bij een ronde plas.
Via een zandweg loop ik particulier terrein op. Vlakbij razen de auto’s over de snelweg. Twee mannen zijn bezig een sloot uit te baggeren. Ik hup het kleine bruggetje over om aan de andere kant te komen, maar ik had net zo goed iets verderop door de sloot kunnen lopen, want die staat daar droog.

Krikkenhaar
Ik betreed het stuk bos rond het natuurvriendenhuis en loop langs een vennetje. Paaltjes met kabouterkoppen erop geschilderd markeren een wandelroute. Ik mis ergens het paadje dat bij de weg uitkomt, maar via de parkeerplaats kom ik er ook.
Een hekje klapt achter me dicht als ik over de brug over de Doorbraak draaf. Het gras is gemillimeterd, waarschijnlijk door paarden. Ik mag er niet te lang van genieten, want het is een kwetsbaar gebied. Tussen kleine boompjes door glibber ik door de modder naar de weg aan de andere kant.
Een eindje verder kan ik opnieuw een hekje door om langs de Doorbraak te lopen. Hier ben ik nog niet eerder geweest. Ik loop over een soort dijkje met aan de linkerkant de Doorbraak en aan de rechterkant een autosloperij. Eigenlijk zijn al die autowrakken veel interessanter om naar te kijken dan de natuur aan de andere kant.

autosloperij
Ik kom uit bij een ponton, een drijvend bruggetje in de beek. Het is aan één kant wat scheefgezakt, maar ik waag me er toch voorzichtig overheen. Veel keus heb ik trouwens ook niet, want het pad gaat niet verder.

ponton
Vlakbij Bornerbroek kom ik de weilanden uit. Met groot materieel wordt er gewerkt aan een boerenweggetje. Hier staat al een paar jaar een brug klaar en nu is het weggetje er eindelijk overheen gelegd. Dat betekent wel dat ik nu nog over stalen platen door een weiland moet, maar de volgende keer kan ik gebruik maken van de nieuwe weg over de brug.
Een eindje verder wordt ook aan de weg gewerkt en het oude weggetje is deels verdwenen. Dit is de rand van Almelo, die oprukt. Een tijdje terug ben ik er op de fiets al eens langsgekomen.
Op de brug over het kanaal groet ik een tegemoetkomende hardloper. Op een lange, rechte weg waait de wind me vol tegemoet. Een meisje op de fiets heeft dopjes in haar oren en tuurt naar het schermpje van haar smartphone, terwijl ze met één hand haar stuur vasthoudt.
Doordat ik rechtsaf sla, ben ik de tegenwind kwijt. Hèhè, dat is wel even lekker, geen wind meer om je oren. De beuken zijn in herfstkleuren gehuld. Bruin, sommige al kaal en zo hier en daar nog wat groen en geel.

herfstkleuren
Ik stuit weer op de Doorbraak en ga door het hekje. Een zwanenkoppel dobbert oplettend in het water. Ook hier is het gras goed kort en ik zie sporen van paarden in het zand.
Een stukje verderop staat een groepje paarden. Ze doen een paar stappen naar voren, maar blijven vervolgens toch staan en kijken geïnteresseerd toe hoe ik langsloop.

paarden
Het volgende stukje loop ik niet aan de rechterkant, zoals ik eerder weleens gedaan heb, maar ik ga nu over de linkeroever van de beek. Hier heb ik ook nog niet eerder gelopen. Op de grond zie ik wat sporen van hoeven en ook een soort uitglijder. Dan kom ik een dikke draad tegen, die los lijkt te liggen. Hij zit nog met één kant vast aan de afrastering en het is schrikdraad. Voor stroom is een gesloten circuit nodig, dus ik voel toch enigszins voorzichtig of ik hier een schok van zal krijgen. Toch wel, al is die wel flink afgezwakt. Met een tak werk ik de losse draad over het hekje heen naar de andere kant, waar gras is ingezaaid. Het andere losse eind van de draad ligt ook los en ook dat verplaats ik met een tak naar de andere kant. Hee, is dat een egeltje? Midden op de losse draad ligt een bolletje stekels. Er zit weinig beweging meer in en als ik de draad optil, zie ik dat het beestje eromheen gekruld zit. Het zou zo maar geëlektrocuteerd kunnen zijn.
Als de draden geen kwaad meer kunnen voor loslopend vee ga ik verder. Water ruist door een vistrap en aan beide kanten van een brug zwemt een zwanenpaartje. Ik draai een betonnen fietspad op, dat door het vlakke grasland slingert en waar geen enkele beschutting tegen de wind te vinden is.
Ik ben blij als ik bij het riviertje de Regge uitkom, waar op een paaltje een hele regenboog aan wandelroutepijltjes te vinden is. Het Marskramerpad gaat hierlangs en ook het Reggepad, waarvan ik niet eens wist dat het bestond.

met bladeren bedekt
Bladeren bedekken het betonnen pad, dat hier vorig jaar is aangelegd. Ik volg het, want het loopt wel lekker makkelijk. Het wijkt wat af van de beek en loopt langs de weilanden, waar koeien staan te grazen onder de dreigende lucht.

betonpad
Bij de volgende brug ga ik verder door het gras op de oever. Dan weet ik in elk geval dat ik aan de goede kant van het riviertje blijf. De bomen weerspiegelen in het water. Ik heb hier ook al eens in februari gelopen, toen de bomen nog kaal waren.

de Regge
In een grote vijver dobberen eenden en meerkoetjes, net als in de brede sloot achter de huizen. De eenden zijn een aparte mix van de gewone wilde eenden met een andere soort. Sommige hebben een glimmende groene kop met een witte borst of zijn juist volledig donker gekleurd. Ik herken er de grijze eend van vorig jaar wel een beetje in.

mix-eendjes
Een fietspad leidt me door een woonwijk van Enter. Enkele waterhoentjes rennen het riet in. Ik kom uit bij een kruising, die is opgebroken en waar een shovel zand in de laadbak van een vrachtwagen kiepert. Klauterend over wat buizen kan ik erlangs, want ik wil graag rechtdoor. Zo kan ik tussen een paar bedrijven door naar het industrieterreintje waar ik moet zijn. Bovenaan de trap klok ik 22 kilometer af.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s