Back to the beek

Het is zwaar bewolkt en zo’n 18 graden als ik op zaterdagmorgen de deur uit stap voor mijn lange duurloop. De laatste voor de Trail des Fantômes.
Via het centrum draaf ik naar de andere kant van Borne, dat is de kortste weg. Na het centrum komt het oude centrum met de ongelijke klinkers en de klopjeswoningen.

Klopjeswoningen
In een weitje zijn een paar meisjes met de paarden en pony’s bezig die daar staan. Nadat ik langs de nieuwbouwwijk ben gelopen, kom ik bij een nieuwe weg uit. Het is alweer een hele tijd geleden dat ik hier ben geweest en ik herken het nauwelijks terug. Gelukkig bieden de straatnaambordjes uitkomst en zo weet ik waar ik naartoe moet.
Een eindje voor me zie ik een loper met een blauwe shirtje. Er lopen er wel meer en enkele wielrenners komen me tegemoet. Het is wel de ochtend van de sporters, dat is duidelijk.
Een tijdje geleden was ik van plan om een stuk langs de Gammelkerbeek te lopen, maar ik liep verkeerd en dwaalde uiteindelijk een stuk langs de Deurningerbeek. Nu bedacht ik dat als deze beken zo dicht bij elkaar liggen, ik er ook wel een mooie combinatie van kan maken. Zodoende sla ik af bij het oude pomphuisje en volg het paarse pijltje, dat me het lange gras instuurt naast de Deurningerbeek. In eerste instantie komt het gras tot aan mijn knieën, maar iets verderop kom ik op een gemaaid stuk en daar is het nog maar tot aan mijn enkels. Het loopt toch niet echt makkelijk, want de ondergrond is nogal ongelijk.

Deurningerbeek
Ik steek een weg over en hoewel ik een rood-wit bordje zag, begin ik ernstig te twijfelen of dit wel een pad is. Er staan boompjes en distels en zodra ik een poging tot hardlopen doe, word ik bijna getackeld door het lange gras. Aan de andere kant van het beekje rijdt een trekker door het land en de boer steekt vriendelijk zijn hand naar me op.
Iets verderop komt het officiële pad er weer bij, ik had hier eigenlijk even een uitstapje over de weg moeten maken. Het langeafstandswandelpad leidt me langs de maïs, waar ik me opnieuw afvraag of ik nog wel goed zit. Ik herken het helemaal niet en raak steeds verder van de beek verwijderd. Maar ik kom uit bij de zandweg, waar ik eerder heb gelopen. Roodbonte koeien staan in de wei te grazen.

zandweg
De weg is lang en donkere wolken pakken zich samen. De temperatuur is goed, maar het is de vraag of het droog blijft. Ik sla linksaf, deze keer heb ik de route goed in mijn hoofd zitten.
Midden in het Twentse landschap ligt ineens een veld zonnebloemen. Het veld is niet zo mooi als het in Frankrijk soms is.

zonnebloemen
Een eindje verderop stuit ik deze keer wel op het fietspad dat tussen de weilanden door voert en na een paar bochten duikt daar dan ook de Gammelkerbeek op. Langs deze beek is het makkelijker lopen. Hoewel er langs de rand flink wat brandnetels staan, is het fietspad goed begaanbaar. Een bruggetje over de beek zorgt ervoor dat de koeien ook droog naar de overkant kunnen. In de berm staat rode klaver en wikke.

Gammelkerbeek
Naast een ander veld zonnebloemen staat een rand klaprozen, korenbloemen, kamille en felgele bloemen, waarschijnlijk is het hier gezaaid. De blauwe korenbloemen doen me denken aan ons kleine poesje dat we gisteren moesten laten inslapen. Ze had zulke mooie blauwe oogjes, onze deugniet.

bloemenrand
Veel te snel naar mijn zin is het pad alweer afgelopen. Enkele fietsers schieten voor me langs een fietspad in. Ik ga rechtdoor, een zandweg op, waar ik niet zo vaak kom. Drie meiden te paard komen me tegemoet, gevolgd door een vierde op de fiets. Ze groeten allemaal vriendelijk, maar als ik de laatste wil groeten, roept die net naar haar vriendinnen dat ze geen idee heeft waar ze uithangen.
Een Shetlandpony staat met grote ogen in de hoek van zijn weitje te kijken. Die zal de paarden wel ruiken. Ik stuit weer op een beek, met een paadje erlangs! Aangezien ik toch met een bekenrondje bezig ben, neem ik natuurlijk ook dit paadje even mee. Ik had het op de kaart wel gezien, maar dacht dat dit een eigen weg was. Er liggen paardenvijgen op het paadje. Ze lijken me vrij vers, waarschijnlijk van de paarden die ik net tegenkwam.

Gammelkerbeek
Gekleurde pijltjes wijzen me de route naar het Molenven, een stukje bos met een grote plas water erin, dat opdoemt uit het vrij lege landschap. Ik ga het bos in en neem het paadje dat er het leukste uitziet. Dat brengt me naar een vogelkijkhut, waar aangegeven staat dat je hier niet in de broedtijd mag komen, die duurt tot 30 juni.
Het pad loopt dood en ik neem een andere afslag. Het pad is hier een paar meter de lucht ingegaan, toen een boom door de zomerstorm ontworteld is en omgevallen.

pad verdwenen
Er staan borden dat het Molenven opgeknapt wordt en er zijn veel bomen gekapt. Nu is de grote plas ook zichtbaar vanaf de weg.

Het Molenven
Ik steek de weg over en zet koers naar Hertme. Het is nu rond de middag en het zonnetje komt door. Het voelt gelijk best warm aan. Weilanden strekken zich aan beide kanten van het landweggetje uit.

boerenwormkruid
In Hertme loop ik een stuk langs de klootschietbaan, voordat ik opnieuw op een beek stuit. De Gammelkerbeek en de Deurningerbeek zijn hier samengegaan. Aan het einde van de baan sla ik af naar een stukje bos. Zo heb ik nog wat extra afwisseling in mijn rondje.
Binnendoor ga ik weer terug naar Borne. Een reiger komt aanvliegen, landt even bij de beek en vliegt vervolgens weer weg. Een meisje met een grote hond wandelt op het wandelpad naast de weg.
Ik ren nog een stukje langs de doorgaande weg door de wijk, waarna ik in een rechte lijn naar huis loop. Het is iets meer geworden dan de maximale 20 kilometer die ik in de planning had.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s