Lusjes lopen op de Lemelerberg

Het duurt even voordat ik de deur uitga om te lopen. De lichte regen verdrijft mijn zin een beetje, maar toch stap ik in de auto, want ik heb gisteravond bedacht dat ik nu de Nederlandse hoogtemeters maar eens moet zien te vinden. Ik heb tenslotte nog maar 2 weken tot aan de Stuwwaltrail en daarna gaat het hard richting Veluwezoomtrail. Ik heb de route van de Sukerbietenloop genomen, het startpunt veranderd en er wat lusjes bij aan geknoopt. Zo mis ik de asfaltkilometers en zal ik op ongeveer 21,5 kilometer uit moeten komen.

Vanaf de parkeerplaats draaf ik langs het restaurant de trap op naar de leeuw, die over de heide uitkijkt. Ik moet mezelf een beetje afremmen, het mag best wat rustiger. Achter de uitspanning langs daal ik af en kom vervolgens langs een speeltuintje, dat mooi verscholen in het bos ligt. De route leidt me langs de weg waarover ik net aan kwam rijden naar de glooiende velden aan de voet van de berg. Door de motregen verdwijnt alles een beetje in een grijze waas. Een geel vogeltje landt op de ingezaaide aarde. Ik zie pas wat het is als het met zijn staartje beweegt: een gele kwikstaart.
Langzaam gaat de zandweg omhoog tot in het bos. Er zijn veel bomen gekapt. Hier heb ik een lusje aan de route gemaakt, maar het mountainbikepaadje dat ik wilde nemen is aangepast, er staat ook een bordje bij. Het zou betekenen dat ik ongeveer dezelfde weg terug moet lopen. Ik besluit een klein stukje verder te lopen, dan pik ik de route vast zo wel weer op.

bospad
Mijn horloge geeft aan dat ik steeds verder van de route verwijderd raak, maar ineens heeft hij hem teruggevonden: nog 3,2 kilometer te gaan! Wat, nog 3,2..? Nee hè, mijn horloge heeft het laatste stuk van de route gevonden en nu kan ik dus geen gebruik meer maken van de aanwijzingen op mijn horloge. Omdat ik hier niet echt kan verdwalen, heb ik deze keer geen printje van de route meegenomen. Dat wordt dus improviseren.
Ik meen dat ik eerst naar een uitkijkpunt moet lopen en ik loop op goed geluk de kant op waarvan ik denk dat het daar moet zijn. Een grote bonte specht vliegt van boomstam naar boomstam. Ik vind het uitkijkpunt, al is het een andere dan ik had verwacht. Gelukkig weet ik dat er een tweede moet zijn, waar ik niet veel later arriveer. Het uitzicht is door de vochtigheid niet zo best, maar toch zie ik in de verte het topje van de Archemerberg, mijn volgende doel.

uitkijkpunt
Als ik voorbij de bosrand kom, lopen er ineens een heleboel schapen naast het pad te grazen. De herder loopt met zijn hond voor me uit en ik groet hem als ik ze inhaal.

schaapskudde
Ik klim naar het hoogste punt van de Archemerberg. Net als bij de Sukerbietenloop wil ik vanaf hier twee grote lussen maken. De motregen waait over het glooiende heidelandschap. Ik neem het eerste pad aan de rechterkant. Zanderige paden, die door het water soms wat uitgesleten zijn. Veel heide met zo hier en daar een jeneverbes.

heide
Na een stukje bos zie ik ineens allemaal caravans en tenten. Dat is me tijdens de Sukerbietenloop niet opgevallen, maar in februari kamperen er natuurlijk ook niet zoveel mensen. Ik zal ergens linksaf moeten en ik vind inderdaad het pad. Op een kruising staat een bord dat aangeeft welke kant welke wandelroutes op zijn. Ergens hier had ik volgens mij nog een extra lus bedacht en ik kies het smalste paadje het bos in, weg van de wandelroutes. Ik kan kiezen tussen een mountainbikepaadje en een ruiterpad die iets verderop het bos ingaan. Een mountainbiker zoeft me voorbij met zijn zoontje achter hem aan. Ik ren daar weer achteraan. De singetrack kronkelt verder en er staat een bordje bij dat een normale en een technische route aanwijst. Ik ga voor de technische. Na een scherpe bocht is er een afstapje van bijna een halve meter, dus ik snap wel waarom dat bordje er staat. Je moet hier kunnen vliegen met je mountainbike.

singletrack
Niet veel later kom ik bij een punt dat ik herken. Het is dezelfde kruising als net, maar ik kom nu van een andere kant aanlopen. Ik neem de enige weg die ik nog niet gehad heb.
Het regent inmiddels aardig door. Een vrouw met een hond loopt me tegemoet terwijl ik het bos uitloop, de berg weer op. “Wat goed van jou!” zegt ze. Ik mompel een bedankje, maar bedenk vervolgens dat ze het ook tegen haar hond had kunnen hebben, die netjes voor haar uit bleef lopen.
Een vader met een paar kinderen schuilen voor de regen onder een boompje. Hier op de open heide is verder weinig beschutting. Ik zie het uitkijkpunt bovenop de Archemerberg achter een groep bomen vandaan komen en ga eropaf. Ik kom niet helemaal van de goede kant aanlopen, dus ik neem de kant waar ik vandaan had moeten komen. Die leidt me tussen de bomen door langs een grote mast en weer langs het boompje, waar de schuilers nu onder vandaan zijn gekomen. De regen is alweer wat geminderd.

Archemerberg
Ik ga het bos weer in en volg een wandelroute. Ik heb op de parkeerplaats in het begin gezien dat de meeste wandelroutes hier deze lus ook volgen. Ik tref de vrouw met haar hond weer en ze vraagt nu hoeveel kilometer ik loop, tien? Ik geef aan dat ik er net 11 heb gehad en van plan ben om rond de 22 uit te komen. “Wat goed, wat goed!” zegt ze daarop. Nu weet ik in elk geval dat ze het net niet tegen de hond had.

bospad
Iets verderop zie ik een kaart en ik bekijk even waar ik zit en welke kleur wandelroute ik het beste kan volgen. De blauwe en de groene gaan een heel eind de goede kant op. Wandelaars vragen of ik nog weet waar ik ben. Niet echt, maar verdwalen is hier lastig, ik kom wel weer ergens uit waar ik het herken.
Een hardloper haalt me in en een andere loopt achter me. Het paadje gaat eerst licht omhoog, om vervolgens over te gaan in een soort trap. De hardloopster achter me geeft aan dat ze die niet rennend kan nemen, dan gaat ze geheid op haar snoet.

de trap
Opnieuw komt het uitkijkpunt op de Archemerberg in zicht. Het is nu droog en ik kan al wat verder kijken. Deze keer neem ik het laatste paadje dat ik nog niet had gehad. Het gaat al snel vrij steil naar beneden en ik krijg ook nu weer tranen in m’n ogen bij de afdaling over de boomwortels.

het laatste pad
Ik loop het pad dat ik had moeten hebben voorbij, maar dat merk ik pas als er een weggetje opduikt dat ik niet over wilde steken. Ik pak het ruiterpad dat erlangs loopt.
Een drietal paadjes loopt omhoog over een flinke helling. Door het mulle zand ploeter ik omhoog tussen de jeneverbessen door. Het zand is nat geworden en plakt zo aan mijn schoenen, dat ze er zwaar van worden. Ik moet een stukje wandelen om op adem te komen.
Vrij onverwacht duikt daar de Dikke Steen op. Dat is mooi, want die zat ook in mijn oorspronkelijke route.

Dikke Steen
Ik buig naar links af en hobbel over een pad met veel boomwortels, dat langs de bosrand loopt. Daar is de schaapskudde ook weer.

schaapskudde
Met een scherpe bocht loop ik achter de Dikke Steen langs. Zo kom ik weer op de oranje wandelroute terecht, waar het best druk is. Nu herken ik het Ravijn, dat tussen de bomen door opdoemt. De meeste mensen volgen de wandelroute, dus ze lopen er gewoon langs. Ik neem het smalle paadje dat me precies langs de rand eromheen leidt. Hier is het helemaal opletten waar je je voeten neerzet, maar het is een erg mooi stukje.

het ravijn
Na het Ravijn ben ik veel sneller dan verwacht weer op bekend terrein. Ik mis hier alleen het mooiste stukje uit de Lemelerbergloop, dat paadje heb ik waarschijnlijk over het hoofd gezien. Na nog geen 19 kilometer ben ik alweer terug bij de leeuw en ik besluit het mooie stukje nog even op te zoeken. Dat lukt.

heidepaadje
Na een smal spoor tussen de heide door begin ik aan de afdaling over de boomwortels, maar halverwege kan ik rechtsaf. Waar zou dat uitkomen? Dat blijkt bij het Ravijntje te zijn en ik loop nu aan de andere kant verder door het bos. De parkeerplaats aan de rand van het bos herken ik van de Sukerbietenloop. Ik ben toch wel een beetje afgedwaald en kijk even op het bord wat de snelste route terug is. Dat is de oranje wandelroute en ik kom nogmaals langs de Dikke Steen en het Ravijn, al loop ik daar nu ook gewoon via de kortste weg langs.

Dikke Steen
De route pakt ook nog even het eerste uitkijkpunt mee. Als ik de leeuw nader, klinkt er een gejoel alsof er een stel indianen op oorlogspad is. Er staat een grote groep jongelui bij de leeuw te wachten. Ik dender de trap af, iets rustiger dan gebruikelijk bij de Lemelerbergloop, waar dit de eindsprint was geweest. Dan sta ik weer bij de auto, met 22,2 kilometer op de teller. Een prima improvisatie lijkt me zo.

Advertenties

2 reacties op “Lusjes lopen op de Lemelerberg

  1. Karlijn schreef:

    Dat is echt een gigantisch mooi gebied! Kan niet wachten tot mijn blessure voorbij is, dan ga ik daar zeker eens hardlopen 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s