De Veluwezoomtrail

Iets later dan gepland vertrek ik deze zondagochtend van huis. Een uur later kom ik op de aanbevolen parkeerplaats aan, waar ik na een korte wachttijd in de bus stap, die mij en de andere lopers naar de startlocatie van de Veluwezoomtrail brengt. Het startnummer is snel opgehaald en in het zonnetje wacht ik tot we van start mogen. Zoals ik mezelf had voorgenomen, neem ik enigszins achterin het startvak plaats. Dan weet ik in elk geval vrij zeker dat ik niet te hard van start ga.

de start
Er wordt afgeteld en dan gaan we van start. Het publiek zwaait ons uit, terwijl we in een lange rij door de poort naar buiten rennen.
We komen langs een huis, waar een heleboel witte pauwen in een volière zitten. De groep voor ons gaat links, terwijl er ook een deel rechtdoor loopt. Er is ons in het startvak nog op het hart gedrukt om vooral níet de witte bordjes met zwarte pijlen te volgen, maar de groene pijlen en witte linten. Een zwarte pijl wijst naar links, dus ik kies voor rechtdoor. Al snel lopen we door het bos, op smalle paadjes langs bramen en brandnetels. Omdat we nog allemaal op een kluitje lopen, staan we in de file voor de hekjes waar we doorheen moeten.

door het bos
Na een kilometer of twee komen we het bos uit en mogen we tussen de heuvels door, waar paarden staan te grazen. Dan de eerste heuvel op en zo volgen er nog een aantal. Het tempo ligt niet hoog en inhalen zit er niet in. Ik kan zo wel mooi rustig aan doen en ondertussen even op adem komen, want de heuvels zijn pittig. Ergens bovenop liggen matten en er staan camera’s opgesteld. Dat wordt een filmpje.
Na de heuvelachtige heide gaan we het bos in. De paden worden breder en er is ineens genoeg ruimte om te lopen. Achter een dame met een klotsend rugzakje aan trippel ik vakkundig omhoog. Als we naar beneden gaan, ga ik haar voorbij. Ik heb m’n aandacht wel nodig bij de boomwortels, die zo hier en daar bijna een trap vormen.

naar beneden
De vrouw voor me heeft ongeveer hetzelfde tempo als ik. We lopen langs een uitspanning, waarvan het terras aardig gevuld is. Dat lijkt haar ook wel wat, even pauze op een terrasje. Toch lopen we door.
Enkele ruiters komen ons tegemoet en bij het terras zagen we ook al mensen met paarden lopen. Ook daar is het natuurlijk mooi weer voor.
Over het pad kruipen ronde, zwarte kevertjes. Ik probeer ze te ontwijken, maar er zijn ook al kevertjes platgetrapt door de vele voeten die over het pad zijn gekomen. De vogeltjes fluiten en het lopen gaat nu echt lekker. Ik zie dat ik er al 9 km op heb zitten,  dat is dus één derde van de afstand.
Iets verderop zien we ineens een Schotse hooglander in het bos staan. En hij staat niet zomaar in het bos, nee, het is een stier met een best stel horens, die midden op het pad staat en grommend een boompje te grazen neemt. Als het boompje op half zeven hangt, loopt het dier voor ons uit over het pad.

daar loopt hij dan
We zijn met vier lopers maar even gestopt om te kijken wat de stier gaat doen en nu glippen we achter elkaar door het bos langs het imposante beest, dat nog steeds loopt te brommen. Ik maak een grapje over het rode rugzakje van de vrouw voor me, maar gelukkig heeft de stier daar geen erg in.
De dame waar ik al een tijdje achteraan hobbel, ligt ineens languit op het pad. Ze had al een paar keer een bijna-struikel-ervaring, dus zo heel gek vindt ze het zelf niet. Ik wacht even totdat ze weer staat en het duidelijk is dat ze niks heeft, voordat ik verder loop, nu met haar in mijn kielzog. Toch loopt ze nu waarschijnlijk wat minder hard, want de afstand tussen ons wordt steeds ietsje groter.
Als ik wat druppels denk te voelen, zet ik mijn petje af, dat ik tegen de zon op heb. Het is toch best warm op mijn hoofd en het voegt op dit moment niks toe. Ik hang hem aan m’n rugzakje, zodat ik hem zo weer kan pakken als ik weer in de zon loop.
Vanuit het niets duikt voor me ineens de verzorgingspost op. Precies op de helft. Een aangename verrassing, want ik dacht dat die pas bij 15 km zou staan. Ik neem water en banaan, watermeloen en sinaasappel, voordat ik verder ga. Er is ook een EHBO-post, maar die heb ik deze keer niet nodig. Mijn voeten voelen nog best goed.
Paarsbloeiend vingerhoedskruid staat in een grote groep bij elkaar, gevolgd door een evengrote verzameling waar wit domineert. Mooi om te zien.
Het lopen gaat ineens wat zwaar. Zou het komen doordat ik net wat bij de verzorgingspost heb gehad? Maar ik begrijp wat er aan de hand is als de weg even een klein stukje vlak loopt. Het loopt hier licht op, maar dat zie je niet zo goed, omdat we nog in het bos lopen. Een dame komt me voorbij en vertelt me bemoedigend dat het straks ook weer naar beneden gaat. Gelukkig maar. Toch duurt het nog wel even, maar als we dan het bos uitkomen, krijgen we gezelschap van het zonnetje en een mooi uitzicht over het glooiende heidelandschap.

zonnetje erbij
Het is een lang stuk rechtdoor, maar toch verveelt het geen moment. De weg golft omhoog en omlaag en het uitzicht is schitterend. Nu heb ik alweer 18 km gehad, twee derde van de afstand. Ik voel inmiddels wel een geïrriteerd plekje onder mijn beide voeten, maar het lijken me nog geen blaren. Mocht het erger worden, dan kan ik het voor de zekerheid nog afplakken.
M’n petje gaat voor de tweede keer af als we opnieuw het bos ingaan, waar we opnieuw een stuk mogen klimmen. De halve marathonafstand glipt voorbij in 2:13. Geen tijd om over naar huis te schrijven, maar dat geeft helemaal niks. Als we een stukje over een verhard fietspad lopen, worden we ingehaald door twee niet-sportieve types op de fiets. Elektrisch aangedreven, vandaar dat ze zo makkelijk omhoog fietsen.
Smalle paadjes leiden ons door het struikgewas en er volgt een enorm steile afdaling dwars door het bos, richting een camping. Ergens beneden zie ik nog wat gekleurde shirts van de lopers voor me.

steile afdaling
Ik loop nu gewoon verder achter mijn voorganger aan, die het pad volgt. Ineens komt hij iets terug en schiet het bos in. “Goed gezien!” roep ik naar hem, want ik zou zo rechtdoor gelopen zijn, terwijl er in het bos witte linten aan de bomen zijn geknoopt.
We komen op een weg uit, waar vrijwilligers ons naar rechts sturen. “Andere rechts!” roepen ze, als de man voor mij naar links afbuigt. Hij geeft aan dat hij na zo’n afstand hardlopen niet meer zo helder is. Het komt me wel bekend voor moet ik zeggen.
Met een mooi halfrond bruggetje steken we een beekje over, waarvan het kabbelende water heel helder is. Een erg steil klimmetje volgt. Ik gebruik mijn handen zelfs om niet weg te glijden. Hardlopen zit er hier even niet in en ik begin mijn kuiten nu ook te voelen. Steeds meer lopers staan hun kuiten te rekken langs de kant.

bomengalerij
Voor mij zijn mensen gaan wandelen bij weer een nieuwe klim. Zolang ik maar rustig over de boomwortels hup, lukt het me eigenlijk prima om te blijven lopen. Ik haal een jongen in, met een leeg flesje in zijn hand. Hij vraagt in het Engels, met een zwaar Frans accent, hoeveel kilometer we al gehad hebben. Dat is 24,75 vertel ik hem, dus nog zo’n 2,5 kilometer te gaan. De jongen zucht en zet zijn looppas weer in.
Nu komen we langs een hek, waarachter een speeltuintje te zien is. Het blijkt een kinderbegraafplaats te zijn, waarna ook een stuk voor volwassenen volgt. Opnieuw een klimmetje en weer hup ik naar boven, meerdere wandelende lopers inhalend deze keer. Ik kijk op mijn klokje en zie 25,8 km staan. Mijn langste afstand tot nu toe wordt op dit moment verbroken. De klim gaat nog verder en ik wandel nu ook omhoog, zij het met een stevige pas.
Er staan steeds meer wandelaars langs de kant te kijken en stuk voor stuk worden we aangemoedigd. “We zijn d’r bijna!” zing ik vrolijk als ik een andere dame inhaal die omhoog zwoegt.
Ik kom in een klein groepje terecht en als we weer langs de witte pauwen komen, weet ik dat het niet ver meer is. De man achter mij roept naar de vrouw voor me dat ze nog ingehaald gaat worden door een vrouw, waarna zij omkijkt en een versnelling inzet. “Of loop je de 53 kilometer?” vraagt ze. Nee hoor, gewoon de 27. Ik laat me meesleuren in de eindsprint, want ergens heb ik nog energie over en het gaat nu alleen nog naar beneden.

eindsprint
De vrouw loopt veel harder dan ik, maar ik hoef haar ook niet zo nodig in te halen. Ik kom de poort weer door, waar publiek staat te wachten en te klappen. Een man snelt me nog voorbij, maar dit is mijn finish, ik heb het gehaald! En het fijnste is nog wel dat ik me er prima bij voel. Geen blaren, geen energietekort. Alleen mijn kuiten voelen erg stijf aan. De man biedt zijn excuses aan voor zijn inhaalactie, maar dat vind ik niet nodig.
Ik neem mijn welverdiende biertje in ontvangst en ga bij de massage in de rij staan. Daar spreek ik nog een bloglezer, die uiteindelijk op de tafel naast me belandt. De kuiten zijn na afloop weer goed los, zodat ik zonder problemen het gaspedaal in kan trappen, op weg naar huis.

Foto’s 2 en 8 van Simon Blaauw.

Advertenties

9 reacties op “De Veluwezoomtrail

  1. tanjaslagter schreef:

    Poeh, respect hoor, zo’n afstand! Leuk geschreven weer, ik zie alles zo voor me.

  2. Caroline schreef:

    Lijkt me zalig, die trails. Als ik er zo ver niet voor moest rijden ik zou het ook wel weten, maar dan wel kortere stukjes 🙂

    • Elsa schreef:

      Er zijn ook steeds meer kortere trails, dus dat gaat vast wel een keer lukken. En ik meen dat er in Limburg nog wel eens eentje is, dat is vanaf jou nog wel te doen toch?

  3. Tiny Raijmakers schreef:

    Genoten zo te lezen. Is ook een prachtig mooi stukje Nederland.

  4. Jaap schreef:

    Het lag heerlijk.. maar pijn deed het wel hahaha

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.