De laatste Zomeravondcup 2017

Omdat ik op zondag al een mooie tocht van 28 km heb gelopen, skip ik voor één keer de maandagavondtraining, want op dinsdag is het tijd voor de laatste Zomeravondcup. Ook deze keer ga ik op de fiets. Terwijl ik er naartoe fiets merk ik dat ik er wat minder zin in heb dan de eerste twee keer. Waarom weet ik niet, ik ben ook gewoon van plan om heel hard mijn best te gaan doen.
Loopmaatjes Dominique en Jacqueline zijn al aanwezig en een clubgenootje is er voor de support. Het is mooi weer, ietsje minder warm dan de laatste keer. Wat dat betreft zou dit weleens mijn beste tijd kunnen worden.
Terwijl we naar de start op het zandweggetje lopen, valt het ons op dat de mais zo hard is gegroeid sinds twee weken geleden. We kunnen er nu niet meer overheen kijken.
Bij de start wachten we even op een vrouw die nog aan komt rennen, waarna het startschot klinkt en we los mogen. Dominique had aangegeven dat ze wel achter mij aan zou gaan, maar binnen no time loopt ze voor me. Het gaat best hard voor mijn gevoel en een hele groep gaat ervandoor, inclusief 3 vrouwen. Dominique kan nog net aanhaken, maar ik moet een gat laten vallen.
Terwijl ik mijn best doe om flink op tempo te lopen, komt ineens Jacqueline me voorbij! Zij is van plan om vandaag onder de 50 minuten te duiken. Ik kijk even op mijn klokje om mijn tempo te checken. Ga ik nou echt zo langzaam dat iedereen me zo voorbij loopt? Ik haak aan bij Jacqueline en na een paar honderd meter haal ik haar weer in, terwijl ze lachend zegt dat ze het toch even moest proberen.
De eerste kilometer ging in 4:26. Nog harder dus dan de eerste twee keer. Dominique ligt inmiddels al een eindje voor. Zij heeft voor de start aangegeven dat ze wilde proberen onder de 46 minuten uit te komen. Dat gaat mij op dit parcours zeker niet lukken, dus die moet ik gewoon loslaten.
We lopen langs het kanaal en ik zie dat Dominique een dame met een felgroen hemdje inhaalt. Ik weet niet zeker welke afstand zij loopt, dus het wordt mijn doel om haar in te halen. Het zou kunnen dat zij de nummer drie uit de competitie is, die vorige keer vlak achter mij zat.  De twee andere dames in de kopgroep lopen volgens mij allebei de 5 kilometer.
Aan de overkant krijgen we een lang stuk zandweg. Langzaam maar zeker loop ik in op het groene hemdje voor mij.

inhaalslag
Het kost me bijna de gehele lengte van dit stuk om bij haar te komen. De kilometertijden (4:43 en 4:44) zijn op zich prima, al hadden ze van mij nog ietsje lager mogen zijn. Als ik de dame inhaal, geeft me dat gelijk weer even een boost. Hop, er voorbij en even aanzetten. Ik vlieg de bocht om naar de andere kant van het kanaal. Aan de overkant zie ik Jacqueline lopen en er gaat even een duim omhoog. Zij is goed bezig.
De vierde kilometer piept in 4:47. Het valt me nu pas op dat er hectometerbordjes staan langs de zandweg aan deze kant. Ik kan hier in elk geval over het verharde fietspad lopen. De berenklauw is ook aardig uitgegroeid. Mijn clubgenootje staat langs de kant om ons aan te moedigen.

op 4 km
Terwijl ik weer over de zandweg loop, hoor ik hoe de eerste twee dames op de 5 kilometer binnengehaald worden. Als ik rechtsaf ga en dan stop, ben ik gewoon nummer drie… Toch loop ik door en ik pak ondertussen een bekertje water mee.
De vijfde kilometer gaat ook in 4:47. In een bocht werp ik een blik achterom: het groene hemdje loopt niet meer achter mij, die ging dus toch voor de 5 kilometer. Een eind voor mij loopt een man in een wit Novi-shirt. Die heb ik vorige keer in kunnen halen.
Op de automatische piloot ren ik naar het kanaal en naar de andere kant. Terwijl ik achter het hoge riet verstopt zit (dat is ook flink gegroeid de laatste weken), hoor ik aan de overkant al iemand mijn naam roepen. Jacqueline! Ik steek mijn hand boven het riet uit, zodat ze weet waar ik loop en roep haar wat toe als we dichter bij elkaar zijn.
Ik kom maar niet dichterbij de Novi-man. De kilometertijden gaan nu over de 4:50 heen. De vrijwilligster die me de afslag naar het extra ommetje wijst kent inmiddels mijn naam en zegt dat het er goed uitziet. Het zand is droog en zacht en er is zo hier en daar wat nieuw, mul zand aan het weggetje toegevoegd. Ik ploeter er doorheen.
In mijn hoofd heb ik de strijd eigenlijk al opgegeven. Ik ben toch al tweede, er loopt geen dame meer achter mij en een toptijd zit er sowieso niet in. Toch hoop ik nog een beetje dat ik vandaag tussen mijn eerste twee tijden in kan eindigen.
Het kanaal komt weer in zicht. Gelijk door naar de andere kant en over het fietspad verder. Het lijkt wel eindeloos te duren voordat ik ook mag afslaan naar het zandweggetje, dat me naar de finish zal leiden.
Ik word aangekondigd als de tweede vrouw en zie de tijd richting de 48 minuten kruipen. Een eindsprint voorkomt dat hij daaroverheen gaat: 47:56 is het resultaat.
Dominique staat me al op te wachten, zij liep vandaag haar PR van twee weken geleden aan flarden met een tijd van 45:15! Ik heb nog maar net een bekertje verse fruitlimonade gepakt als Jacqueline de bocht al om komt. Het lukt haar om onder die 50 minuten te duiken met een fraaie tijd van 49:49!
Ik ben blij voor mijn loopmaatjes, ze hebben het super gedaan. We trekken wat droogs aan en gaan dan naar het terras, waar we wachten op de prijsuitreiking. Eerst is Jacqueline aan de beurt, die met haar toptijd van vandaag de nummer twee in haar categorie achter zich heeft gelaten.
De nummer 3 in mijn categorie was er vandaag niet, waardoor ik dus alleen samen met Dominique op het podium mag plaatsnemen. We krijgen net als Jacqueline allebei een envelop van de plaatselijke hardloopspeciaalzaak.

prijsuitreiking
Na afloop is er nog een verloting op startnummer. Er zijn zoveel prijsjes, dat er meer winnaars zijn dan mensen zonder iets. Ook wij drietjes gaan met nog een extra prijsje naar huis.
Het was een mooie afsluiting van de Zomeravondcup en tevreden fiets ik met de invallende schemering naar huis. Ik heb een prima avond gehad.

Struinen langs Regge en Vecht

Met een stel trailmaatjes heb ik afgesproken voor een duurloop, wat een soort verkenningstocht moet worden van een nieuw gebied. Niemand heeft deze route nog gelopen, dus we zijn benieuwd.
Het startpunt heb ik nog niet eerder met de auto bezocht, dus ik rij er in eerste instantie ook prompt voorbij. Ik herken het wel van eerdere duurlopen, zo komt de Ultra SallandTrail hier bijvoorbeeld ook langs.
We starten met lopen langs de Regge. De grijze lucht wordt weerspiegeld in het water. Omdat er wat druppels vallen, heb ik een vestje aangetrokken, maar binnen no time trek ik het weer uit. Veel te warm met dit weer.
Een stel koeien staat met de pootjes in het water en ze laten ons zien hoe ze makkelijk weer op de kant kunnen klimmen. Op een oud, wit ophaalbruggetje stoppen we even om te kunnen kijken.

badderende koeien
We lopen langs de bosrand met uitzicht over de weilanden aan de linkerkant. Mijn horloge moppert dat we van de route af zijn, maar ik denk dat Bertus gewoon alvast een stukje afsnijdt. De route die hij bedacht heeft is namelijk bijna 31 kilometer, maar het is niet de bedoeling om die helemaal te gaan lopen. Er zal dus zo hier en daar wat afgesneden gaan worden.
Toch blijken we nu net de Wolfskuil gemist te hebben en we gaan een klein stukje het bos in om die alsnog te kunnen bekijken. Aan de rand van de kuil staat een zomerhuisje, waar ze gisteravond kennelijk een flink feestje hebben gehad. De flesjes bier staan nog buiten.

Wolfskuil
Babs en Anne maken van de gelegenheid gebruik om even het bos in te duiken. Ze komen via een parallel lopend paadje weer op het weggetje waarop wij ondertussen verder zijn gegaan. We halen twee dames in met poncho’s aan. We hadden ze ook al ingehaald voordat we bij de kuil gingen kijken.
We waren even van het water afgeweken, maar komen er nu bij terug. Door lang gras komen we bij een paar stapstenen uit, die ons over een zijtak van de Regge leiden. Iemand roept dat de stenen bewegen, maar dat is niet zo.

stapstenen
Als we bij een brug uitkomen, merk ik dat ik helemaal onder het graszaad zit. Dat krijg je dus als je met je armen door het één meter hoge gras loopt te zwaaien. We lopen een stukje over een fietspad langs een grote weg. Dit stuk snijden we nu af, maar eigenlijk loopt de route langs het bos iets verderop.
We komen langs een bungalowpark waar Bertus iets over vertelt en als we na een stuk bos opnieuw de weg oversteken, zien we in de verte de kerktoren van het dorpje Vilsteren. Een haas rent in het weiland van ons
Ik had verwacht dat deze route vlak zou zijn, maar er zit toch een enkel klimmetje in het bos in. Het levert wel een mooi uitzicht op, vanuit de bosrand over de Vecht. De caravans aan de overkant heb ik vakkundig van de foto geweerd.

uitzicht Vecht
Niet veel verderop komen we iets bijzonders tegen midden in het bos: een halfopen huisje van hout en wilgentakken met daarvoor een trap naar beneden, naar een veld vol rhododendrons. Er hangt een hart met een Latijnse tekst op het huisje, maar ik heb geen idee wat het precies is.

huisje
Het lachende geluid van een groene specht klinkt door het bos, maar we zien hem niet. In een weiland zitten een stuk of vijf, zes hazen.
Het paadje wordt smaller en achter elkaar rennen we eroverheen. Bertus kan zich niet inhouden en hij gaat steeds harder over de kronkelende singletrack, onder de bomen door en langs zachte kussentjes van mos.

singletrack
Aan het einde staat een halfronde, witte schuilhut op een heuveltje. Als wij daar aankomen, zit Bertus al op een bankje te wachten met een boek in zijn handen. Het blijkt een gastenboek te zijn en we zetten onze namen er ook even bij.

koeien en Vilsteren
We krijgen asfalt onder onze voetjes op een fietspad en het tempo zit er wel lekker in. Grijze wolken stapelen zich op en zorgen voor mooie luchten, die weerspiegeld worden in het water van een oude bocht van de Vecht. Ganzen vliegen op en maken het plaatje compleet.
We naderen een stuw met een dubbele brug over de Vecht. De brugwachter (of is het dan stuwwachter?) zou zo met ons mee willen zegt hij, maar hij moet helaas werken. We kijken even rond en laten ons door een voorbijganger op de foto zetten.

groepsfoto
Aan de overkant lopen we een camping op. Twee hertjes staan ons vanachter een hek nieuwsgierig aan te kijken. Het weggetje dat we moeten hebben is voorzien van een bord dat het doodlopend is, dus we lopen er maar omheen.
Een lichtelijk kronkelend landweggetje leidt ons verder, parallel aan de Vecht. Het zou handig zijn als we hier ergens een stuk af kunnen snijden, maar we moeten straks wel het water over en daar zijn niet zoveel mogelijkheden voor.
We zien in de verte iemand langs de oever van de Vecht lopen en als er een pad naar links een weiland in gaat, hoeven we niet lang na te denken. Gewoon uitproberen. De koeien in de naastgelegen wei lopen gezellig met ons mee.

weiland in
Aan het einde kunnen we het weiland van de koeien in, maar er lijkt niet echt een officieel wandelpad te zijn deze kant op. We gokken het erop.

bij de koeien
De koeien rennen nu voor ons uit, maar eentje blijft er wat achter en die houdt ons nauwlettend in de gaten: de stier!
De koeien hollen een stuk ondiep water door en wij maken gebruik van een smalle strook gras tussen de Vecht en dat binnenwatertje. De stier komt rustig achter ons aan de landtong op lopen.

landtong

stier
Aan de andere kant missen we een stuk land, maar er ligt wel een pallet, die we gebruiken om het laatste stukje te overbruggen.
We kruipen onder het prikkeldraad door om in de volgende wei te komen. En nog een keer… Obstacle running is er niks bij.

obstacle running
Dan staan we in een wei met een kudde nieuwsgierige pinken. Die hobbelen graag een eindje met ons mee. Ik ben de laatste van de groep en heb de hele kudde achter me aan. Het voelt alsof ik in een film zit waarin ik achtervolgd word. We hebben de grootste lol.

pinken
Ook hier maakt een hekje een einde aan de achtervolging. De afrasteringen worden steeds spannender, met schrikdraad en een dubbel hek met planken. Een ooievaar komt aangevlogen en landt verderop in het weiland. Ook weer een mooi cadeautje!

ooievaar
We zitten inmiddels bijna weer op de originele route en hebben waarschijnlijk nauwelijks iets afgesneden met deze actie. We zien een bankje staan, maar geen bruggetje, waarmee we de Vecht over kunnen.
Dat blijkt ook niet nodig, want er ligt een pontje. Dat wil zeggen: het ligt aan de overkant. Gelukkig komt het met één druk op de knop onze kant op en met nog twee drukken op een andere knop wordt de loopplank opgeklapt en varen we naar de overkant. Wat een geweldig ding!

pontje
Aan de overkant zijn we weer lekker uitgerust en we volgen een fietspad langs de weilanden. Bijna dan, want zo hier en daar kun je best een stukje afsnijden door het gras.
Bij een T-splitsing van de weg wordt de kaart even geraadpleegd. Mijn horloge zegt rechts, maar kunnen we niet een stuk afsnijden als we links gaan? Het blijkt niet handig te zijn en we volgen gewoon de route. Langs een zandweg in het bos liggen keurig gezaagde boomstammen hoog opgestapeld. Het valt me op dat alle stammen de buitenste ringen lichter gekleurd hebben dan het middelste deel. Alsof hun leefomgeving een tiental jaar geleden ineens drastisch is veranderd of iets dergelijks.
Vlak na een spoorwegovergang gaan we linksaf een zandweg in. Een zwart konijntje zit in het gras naast de rails. Het lijkt geen schuw konijntje te zijn.
In het bos vraagt Bertus aan een man of we goed op weg zijn naar de Vilsterse heide. Dat klopt inderdaad, maar de man vertelt dat we ook door kunnen lopen naar een kaasboerderij verderop. Ergens aan de linkerkant gaan we een paadje in. Mag dit nou wel? Het pad wordt in elk geval niet regelmatig belopen. Bij een stel bomen horen we opnieuw het geluid van een groene specht.
We hobbelen de heide op, waar een vennetje stil ligt te glanzen. Het pad wordt steeds onherkenbaarder, maar volgens mijn klokje zitten we nog goed. Dan staat er een afrastering dwars over ons pad en er loopt een kudde schapen achter. We stappen eroverheen en gaan langs de rand verder. De schapen hebben lange staarten. Ik denk dat het een speciaal soort heideschaap is.

Vilsterse heide
We komen op een wandelpad uit, vlakbij een bultje waarop twee heren zitten met grote fotocamera’s. We beklimmen het bultje en knopen een praatje met de mannen aan.

Anne
Vanaf de heide gaan we het bos weer in. Een lange, brede baan is vrijgemaakt van bomen en er groeit nu gras. Bertus weet te vertellen dat het bedrijf links van ons de Gasunie is en dat hier gasleidingen ondergronds liggen.
Aan de andere kant van een provinciale weg duiken we het bos weer in. Bertus weet niet meer precies waar het pad te vinden was, maar mijn horloge doet z’n werk goed. Ik vind een singletrack en achter elkaar draven we over het supersmalle paadje, dat wel eindeloos lijkt. Spinnenwebben aaien langs m’n wangen en armen.

singletrack
Onze grootste loper krijgt het nu wel zwaar. Hij heeft de laatste tijd weinig kunnen lopen en was eigenlijk nog niet zover dat hij alweer boven de 20 kilometer zou moeten gaan lopen, laat staan 30. Maar hij bikkelt gestaag achter ons aan.
We snijden nog een lusje af. Als mijn horloge ons linksaf wil sturen, steekt Bertus daar een stokje voor. We blijven op het asfaltweggetje, dat loopt makkelijker. We jutten ons arme loopmaatje flink op en hij wordt zelfs een stuk begeleid door een stel zingende dames.
Naast de weg spot ik een paar bijzondere varkens, waarvan ik in eerste instantie dacht dat het schapen waren. Met hun rode krullen zijn ze een opvallende verschijning.

bijzondere varkens
Bertus spreekt met ons vermoeide maatje af dat we tot de volgende bocht blijven dribbelen en dat hij dan weer even mag wandelen. Vanaf daar is het nog maar 500 meter naar de auto’s en dat is te doen. Daar aangekomen hebben we dik 28 kilometer op de teller.
We trekken wat droogs aan. Even twijfel ik nog of ik wel kan blijven hangen, want ik heb nog een afspraak later vandaag, maar het beloofde appelgebak trekt me over de streep. Oja, en de gezelligheid natuurlijk. We genieten nog even na in het zonnetje en laten ons de koffie/thee met appeltaart goed smaken. Bertus, bedankt!

Foto 17 van loopmaatje Anne.

Veters los

Het is alweer een tijdje geleden dat ik met Laura én Remko het bos in ben geweest. Op deze donderdagochtend hebben we weer afgesproken. Maandagavond heb ik rustig meegedaan met de training van mijn loopgroep en dat voelde prima na de VechtdalTrail van zaterdag. Ik heb eigenlijk alleen wat spierpijn in mijn schouders gehad.
We gaan op een rustig drafje het bos in en ik mag weer bepalen waar we heengaan. Bij het Rijssens leemspoor zoeken we het smalle paadje weer op, dat we laatst hebben ontdekt. Remko heeft hier laatst een achtste triathlon gedaan en vertelt hoe het parcours in elkaar steekt. We wachten even als hij zijn veters opnieuw moet strikken.
Iets verderop lopen we door het gras langs de waterplas, die we ook laatst hebben ontdekt en die we nu even aan Remko moeten laten zien.
Natte bladeren zwieren langs onze kleren en blote kuiten en zo af en toe haakt er een tak van een braamstruik in m’n shirt of broek. Op de grond is goed te zien dat het hier flink heeft geregend: het water heeft dennennaalden en andere drijvende stukjes meegenomen en in sporen afgezet.

bospaadjes
We stuiten op een afgesloten paadje, waardoor ik even in de war ben. Gelukkig hoeven we niet om te lopen en herkennen we al snel weer waar we uitkomen.
Als Remko weer zijn veters los heeft, adviseren we hem er een dubbele knoop in te leggen, want dan gaan ze niet meer los. Slechts een paar meter verder zijn de veters van mijn schoen los, terwijl ik er wel een dubbele knoop in had gelegd. Die was kennelijk niet goed genoeg en met alle nattigheid onderweg gaan veters zo te merken wat sneller los dan anders.

breder pad
We houden het wat hoogtemeters betreft vandaag wat vlakker. Tegen het einde probeer ik nog eens wat paadjes uit, die daar kriskras door elkaar lopen. Soms wordt de keuze van het pad al gemaakt door iemand anders die er al loopt. In dit geval iemand met een hond, waardoor we gelukkig een hele schoolklas kinderen mislopen, die een pad verderop loopt.
Na een goede 9,5 km zit het er weer op voor vandaag. Volgens mij ben ik prima hersteld van de VechtdalTrail en kan ik weer lekker verder trainen.

De allereerste VechtdalTrail

Zaterdag is het dan zover: na een aantal verkenningstochten is het nu tijd voor de allereerste echte VechtdalTrail! Ik heb iets minder tijd over dan ik dacht, dus ik zwaai snel even naar wat bekenden, waarna ik mijn startnummer ophaal. Meer hoef ik ook niet te doen, dus ik heb nog genoeg tijd om de organisatoren Bertus en zijn neef Igor te begroeten en met mijn clubgenoten en trailmaatjes gezellig wat te kletsen.

Kopslopers
Om half 10 is de start en dat gaat net zoals bij alle trails heel gemoedelijk. We worden uitgezwaaid door onder andere een aantal clubgenootjes die een kwartier later zullen starten op de 28 kilometer.

start 44 km
Salif start ook op de 44 kilometer en hoewel we geen afspraken hebben gemaakt vind ik het wel een goed plan om bij hem in de buurt te blijven. We lopen tenslotte ongeveer hetzelfde tempo en dat is dan wel zo gezellig.
Via wat bospaadjes komen we op een zandweg terecht en vanaf daar mogen we een klein stukje langs de golfbaan, iets wat we bij de verkenningen niet konden doen. We lopen nog in een aardige groep en met 5:44/km hebben we er best een aardig tempo in zitten. Ik hoop maar dat dit ons later niet gaat opbreken.
Na zo’n 4 kilometer krijgen we het eerste stukje mul zand al onder de voeten. Het is niet veel, maar na de droogte van afgelopen week is het wel goed zacht.
We komen het bos uit bij een beek en terwijl we over een graspad naar een bruggetje lopen, zien we de lopers aan de andere kant alweer teruglopen. Er staat een fotograaf aan de overkant, die ons even moet corrigeren, want door de varens zien we de ingang van het paadje over het hoofd.

beekje
Aan de andere kant van de beek zie ik loopmaatje Jacqueline lopen, die helemaal in haar eigen tempo aan deze 44 kilometer is begonnen. Wij hebben ondertussen gezelschap gekregen van een loper die ook bij de verkenningstochten was.
De bospaadjes die volgen zijn mooie en afwisselend. Een heuveltje en een stukje langs de rand van het bos met uitzicht op de weilanden, vervolgens over zachte dennennaalden tussen hoge naaldbomen door. Ons tempo is iets gezakt naar net boven de 6 min/km en de sliert lopers is aardig uitgedund.
Als we bijna bij de 10 kilometer zijn, is daar de eerste verzorgingspost. Er is aan alles gedacht: fruit, koek, suikerbrood, chips en cola. Met banaan, chips en cola moet ik volgens mij een heel eind komen en nadat ik voldoende heb gegeten gaan we verder.

eerste post
Salif duikt even de bosjes in. Dat lijkt mij eigenlijk ook wel een goed idee, maar ik zie niet direct geschikte bosjes. Ach, ik ben voor de start nog geweest, het zal wel niet echt nodig zijn.
Ik dribbel rustig door, tot Salif me weer heeft ingehaald en samen gaan we door. Dat we opnieuw vol energie zitten is gelijk te merken, want het tempo wordt weer opgeschroefd naar 5:43/km. Ik geef aan dat het van mij wel iets rustiger mag. Salif laat me voorop lopen, maar dat heeft weinig effect op het tempo.
Het is inmiddels gaan regenen. Eerst wat miezer, maar zo af en toe ook wel wat meer dan dat. Een paadje langs een sloot herken ik, we zijn bijna bij de stuw van Junne. Als ik achterom kijk zie ik wat trailrunners aankomen tegen een vervagende achtergrond van de motregen.
Bij de stuw staan wat mensen langs het parcours, die ons enthousiast aanmoedigen. Er is best wat reclame gemaakt voor deze trail en volgens mij weten de mensen daardoor ook wat we aan het doen zijn.

Junner stuw
Direct na de stuw gaan we een smal, hobbelig grasspoor in. Het leidt ons naar het topje van de Waterschapsheuvel, vanaf waar we een mooi uitzicht hebben op het Junner Koeland aan de overkant van de Vecht. Daar zullen we later nog doorheen komen.

Waterschapsheuvel
De eerste lopers van de 28 kilometer zijn ons inmiddels voorbij gekomen. Ineens worden we teruggeroepen door een medeloper: we zaten niet op te letten en hebben een afslag naar links gemist. Het is een lastig te belopen paadje met dikke sporen van landbouwvoertuigen. Aan het einde van dat paadje zien we geen lintjes meer hangen. Een blik op mijn horloge vertelt me dat we een klein stukje terug moeten, we hebben nu door het kijken waar je je voeten neer moet zetten een afslag naar rechts gemist. Gelukkig zitten we er zo weer op, met een sliert lopers achter ons aan. Een snelle loper van de 28 tikt me even aan en vraagt of ik nou iedereen de verkeerde kant op aan het sturen ben. Het is één van de Novi-mannen van dinsdag. Niet veel later splitsen de routes zich.
Het natte gras heeft ervoor gezorgd dat ik  loop te soppen in mijn schoenen. Ook de rest van mijn kleding is drijfnat. Gelukkig is de temperatuur wel goed.
Ik had me voorgenomen om halverwege de eerste en tweede post wat te eten en daar houd ik me ook aan. De volgende post zal rond de 23,5 km moeten staan. Onze medeloper komt ons weer achterop en samen crossen we door de bossen.

bospad
Dan komen we bij de grootste zandverstuiving in dit gebied uit. De toplaag is nat geworden, waardoor die aan je zolen blijft plakken. Mijn schoenen lijken wel twee keer zo zwaar geworden en daarmee stamp ik over de zachte onderlaag.

Sahara
Als we aan de andere kant zijn, proberen we ons eerst te ontdoen van de extra ballast onder onze voeten, voordat we onze weg vervolgen door het bos.
Het gaat lekker en als we zo ongeveer op de helft zijn worden we een klein bultje opgestuurd, waar een bordje bovenop staat: Mooi punt, em geniet’n. Vanaf hier heb je een mooi doorkijkje over de weilanden.

mooi punt
Niet zo heel veel later komt de tweede post in zicht. De cola is vaste prik, maar de chips ontbreekt hier. Dan maar gewoon genoeg van het andere lekkers. We kletsen wat met andere lopers, maar ik wil hier niet al te lang stil blijven staan, want het begint toch wat fris te worden.
Bij vertrek krijgen we een groepje lopers achter ons aan. Vanuit het bos lopen we een stukje langs de spoorlijn, voordat we die over kunnen steken. Mijn handen beginnen spierwit te worden. Toch iets teveel afgekoeld bij de post dus.
Het tempo zit er lekker in nu we er weer energie erbij hebben. Een rietgedekt schuurtje herken ik van een verkenningstocht van vorig jaar. Het lijkt op een schaapskooi en staat vlakbij een groot huis, dat wat meer verstopt zit achter de bomen.
Achter elkaar draven we over de smalle paadjes. We hebben een groepje dames achter ons aan. Dan komen we bij de zandverstuiving bij Beerze. Hier kunnen we mooi langs de rand lopen, waar een smal spoor soms achter de struiken langs gaat en soms door het zand, dat hier al net zo hard blijft plakken. Salif vormt met drie dames een mooi treintje.

treintje Salif
Na het zand duiken we het bos in over smalle paadjes met soms flink wat boomwortels. Dit is misschien wel het mooiste stukje van deze trail: de kronkelende paadjes met soms een klein, maar pittig klimmetje.
We lopen weer wat in op de dames voor ons, die we uit het oog verloren waren toen we wat hebben gegeten.

pittig klimmetje
Een man op de fiets staat bij de ingang van een paadje te wachten. We zijn hem al een paar keer eerder tegengekomen, maar nu zie ik dat hij wacht op een man met een groen shortje, die ik dan weer herken van Trailrun Wezep van vorige maand.
Terwijl we langs het water van een oude bocht van de Vecht lopen, geeft Salif aan dat zijn kuiten een beetje vervelend beginnen te doen en we schakelen een tandje terug. Hier is het in elk geval wat vlakker.

Langs de oude Vecht
Bij de oversteek over een smalle, betonnen stuw zie ik dat het water er eigenlijk best diep onder zit.
We lopen langs een groot veld en als Salif weer even gaat wandelen, zegt hij dat ik maar gewoon door moet lopen. Als het goed is zijn we bijna bij de volgende post, dus ik zeg dat ik hem daar wel weer zie.
Het gras van het veld waarin we de laatste groepsfoto hebben gemaakt is gemaaid. Dat scheelt weer, want ik had na de laatste verkenningstocht 3 teekjes over mijn benen lopen. Het valt me ook nu pas op dat hier een waterplas is.
Ik haal een paar lopers voor me in als we langs een vervallen boerderij lopen. Verderop zie ik de post al en de dames vragen me waar Salif gebleven is. Niet veel later komt hij er wel aan. Een clubgenoot die ik op de eerdere posten ook al heb gezien kom ik ook hier weer tegen.
Ik overleg even wat we gaan doen, maar ik moet maar gewoon mijn eigen ding doen van Salif. Zo nemen we afscheid met nog 9 kilometer te gaan.

mais en graan
Maïs staat links en graan rechts op de velden waar we tussendoor lopen. Het is best gek om nu ineens alleen verder te lopen. Een eindje voor mij loopt een man en als we iets verderop weer door een stuk bos zijn gelopen heb ik de dames ook weer in beeld. We steken een grasveld over en komen voor de tweede keer bij de stuw van Junne uit. Een vrijwilliger wijst ons de ingang naar het Junner Koeland. Zo vlot als het gaat hobbel ik over het ongelijke grasland langs de Vecht om aansluiting te vinden bij het damestreintje, maar dat gaat ook niet langzaam.

Junner Koeland
Vlak achter mij zie ik de man op de fiets aankomen, maar ik weet dat de loper in het groene shortje voor me loopt. Ik probeer de aandacht van de fietser te trekken, maar hij hoort me niet. Zo langzamerhand moet ik wel nodig eigenlijk en ik begin uit te kijken naar bosjes waar ik achter weg kan duiken.
Op een klein heideveldje staat de dopheide al in bloei en de dame achter mij maakt ook een foto. Een paar wandelaars wijzen me een smal bospaadje in. Even denk ik dat de lopers een eind voor me verkeerd zijn gelopen, maar dat snap ik dat je verderop gewoon weer op het wat bredere pad uitkomt. Er staat een serie dikke, ronde palen naast elkaar in een halve cirkel.
Eenmaal weer op het bredere pad zie ik bij een afslag een mooie, brede jeneverbes. Daar ga ik toch maar even achter zitten, al hoef ik nog maar 6 kilometer. Het lucht op, al is het wel lastig om mijn broek weer fatsoenlijk aan te krijgen, omdat die nog steeds drijfnat is.

em genietn
Het lopen lijkt ook weer wat makkelijk te gaan nu en ik ben benieuwd of ik de dames na deze stop nog in kan halen. Ik kom langs nog een halve cirkel van palen en loop dan richting de weg, waar ik de supporter weer tref, die net zijn fiets wegzet. Ik meld hem dat zijn loper al voor mij loopt en de man gaat snel op weg naar zijn volgende supportpunt.
Ik draaf een tunneltje door en aan de andere kant doemt het bos weer op. Bij een bruggetje staat een fotograaf, die me vertelt dat het nu niet ver meer is.

Spieker
Nog maar een kleine 4 kilometer te gaan. Ik begin vleugels te krijgen. Langs een pad ligt de grote berg houtsnippers nog die er bij de eerste verkenningstocht ook lag. Toen klauterde ik er nog overheen, dat ga ik vandaag maar niet doen. Sowieso is de berg nu gehalveerd. Erboven zweeft een grote roofvogel rond.
Ik kom langs de andere kant van de golfbaan, waarna ik nog een stukje door het bos geleid word. Met nog 600 meter te gaan haal ik een dame in, die vraagt of ik een eindsprintje aan het trekken ben. Zoiets ja, gewoon omdat het wel lekker voelt.
Vanuit het bos loop ik gelijk het terrein van het sportcomplex op. Een bultje over en dan de atletiekbaan over naar de finish. Bertus komt me tegemoet en vraagt hoe het ging. Super! Met een lach de finish over, dat gaat helemaal vanzelf.

finish!
Na de finish word ik onthaald door wat bekenden en de dames, die een paar minuutjes voor mij zijn gefinisht. Mijn streven was om binnen 5 uur te finishen en met 4:50 op de klok is dat ruimschoots gelukt. Mijn benen voelen wonderwel erg goed.
Ik haal snel mijn spullen uit de auto en kan Salif dan binnen zien komen. De clubgenoot die ik bij de posten steeds zag is ook na mij binnengekomen, hij had het laatste stuk per ongeluk de lintjes van de heenweg gevolgd.
De douches zijn goed geregeld en ook de massage is erg fijn, al voelden mijn benen nog best soepel. Ik heb dan ook nauwelijks knopen in mijn spieren zitten. Bertus en Igor zijn al aan het opruimen als ik ze bedank voor deze mooie trail. Ik heb er ontzettend van genoten!

 

Foto’s 1 en 2 van clubgenoot Jan Jaap, foto’s 5 en 8 van Sylvain Poel, foto 16 van Hans Spieker en foto 17 van organisator Igor.

De tweede Zomeravondcup 2017

Terwijl ik naar Albergen fiets, kom ik twee heren achterop met witte shirts aan met Novi erop. Ze fietsen nogal langzaam, maar het duurt even voordat ik ze in kan halen. Ze zijn vast hun krachten aan het sparen voor de wedstrijd straks. Dat had ik misschien ook beter kunnen doen.
Bij de startlocatie tref ik weer een aantal loopmaatjes. Dominique is er ook weer. Aangezien het nogal warm is, verwacht ik geen verbetering van mijn tijd ten opzichte van vorige keer, maar het gat met Dominique (ca. 1:20) kleiner maken is wel een mooi doel.
Omdat er een waterpost staat bij de doorkomst neem ik geen extra water mee. Ik zal het er mee moeten doen.

zandweggetje
We lopen met z’n allen het zandweggetje op, dat nu stoffig is. Er is een streep getrokken waar de start is. We gaan weer redelijk vooraan staan en Dominique geeft aan dat ze wel achter mij aan wil gaan. Daar is na het startschot weinig van te merken, want de rollen zijn ineens omgedraaid en ik loop achter haar aan.

ik en Dominique
Een tweede clubgenoot had aangegeven wel met ons mee te willen gaan en hij komt naast me lopen. De eerste kilometer gaat behoorlijk snel in 4.29.

na 1 km
Er is inmiddels een klein gat gevallen tussen Dominique en mij, maar bij het overgaan van het eerste bruggetje loop ik dichterbij jaar dan de vorige keer.
Ook hier is de zandweg wat stoffig en ik probeer op de stevige stukken te lopen. Het stuk asfalt tussendoor is wel prettig en ik probeer wat aan te zetten om het gat kleiner te maken. Met tijden van 4:42 en 4:47 ben ik in elk geval tevreden. Eén van de Novi-mannen loopt al een tijd vlakbij Dominique. Die loopt in elk geval beter dan dat hij fietst. Als ik weer naar de andere kant van het kanaal mag loop ik zelfs wat in op Dominique. Dat gaat goed!
In een jong eikenboompje aan de rand van het kanaal zit een nest vol eikenprocessierupsen. Iets verderop zijn de enorme bladeren van de berenklauw te bewonderen. De zon straalt ons tegemoet.

berenklauw
Ik neem de afslag naar het stoffige zandweggetje, waarop we ook gestart zijn. De eerste dame op de 5 kilometer wordt binnengehaald. Ik had al wel gezien dat het nu een andere was dan vorige keer, maar volgens mij is zij net zo snel. Dat kan volgende keer nog een mooie strijd worden, want voor de competitie moeten er 2 van de 3 wedstrijden gelopen worden.
Zoals ik me had voorgenomen neem ik een bekertje water aan. De helft drink ik op, de rest gaat over mijn hoofd heen. Even afkoelen. De vijfde kilometer gaat in 4:41.
Het gat met Dominique lijkt hierna weer iets groter te worden en opgefrist zet ik de achtervolging wat meer in. Op het fietspad naar het kanaal toe komt de wind ons tegemoet. Een paar stappen door mul zand lijken me al af te remmen.
Het gaat nog lekker. Bij de oversteek kijk ik achterom waar mijn andere clubgenootje loopt. Terwijl Dominique ongeveer 100 meter voor me loopt, is hij zo’n 200 meter achter me te vinden. Hee, was dat een vrouw? Ik kijk alweer voor me als het tot me doordringt dat er zo’n 100 meter achter mij nog een vrouw loopt. Verslappen is dus geen optie, ik moet volle bak door.
Het gaat in mijn hoofd zitten. Doorlopen nu. Ik haal de Novi-man in en de kilometertijden zien er goed uit. Na 7 km (4:43) ben ik volgens mij nog niet boven de 4:50 geweest. Kan ik dat volhouden? Dat zou mooi zijn: een keer geen dip.
Het duurt lang voor de afslag in zicht komt en het zachte zand is niet makkelijk om te belopen. Aan het einde van het weggetje snoepen we er deze keer een heel klein puntje af. Als ik nu nog niet sneller ben dan vorige keer… Ik ga het gras in om het zand te vermijden, precies zoals Dominique ook doet. De achtste kilometer komt voorbij in 4:49 en nu wil ik die 9e kilometer natuurlijk ook onder de 4:50 houden.
Op het fietspad terug zie ik Dominique lopen en ik probeer opnieuw dichterbij te komen. Met 4:45 op deze kilometer heb ik nog maar één kilometer te gaan. Dat kan ik! Doorgaan! Het voelt nog steeds goed. Dominique wordt weer als eerste vrouw binnengehaald en ik volg een halve minuut later in 47:25. Dat is een mooie verbetering en dat had ik met deze warmte niet verwacht.
We halen de andere loopmaatjes binnen en deze keer stap ik weer netjes op de fiets naar huis. Het was een geslaagde wedstrijd.

 

Foto 2 van hardloopschool De Mooie Vrouw, foto 3 van Robin Hilberink (Tubantia).

Met de klimgeiten door de Oranjekuil

Op zaterdag word ik opgehaald door Jacqueline, één van mijn trailmaatjes. We gaan naar Holten, waar we Fons en Anne treffen, twee andere trailmaatjes. Fons heeft een route bedacht en ik heb hem héél iets aangepast en in mijn horloge gezet.
Vlakbij het dagrecreatieterrein waar we hebben afgesproken is een mooi paadje tussen de naaldbomen door. Aangezien we toch die kant op moeten, heb ik dat stukje in de route erbij gezet. Kennelijk kende niemand het paadje nog, dat vrij donker en smal is. Het is opletten met uitstekende takken en op de boomwortels op de grond.


Een iets breder bospad bedekt met dennennaalden leidt ons verder het bos in, tot we op de route uitkomen die Fons had uitgedokterd. Rechts van ons zien we de Canadese begraafplaats, waar militairen uit de Tweede Wereldoorlog begraven liggen. Hier ben ik nog niet eerder geweest.

Canadese begraafplaats
Een eindje achter de begraafplaats stuiten we op de Oranjekuil, een flinke kuil in het bos met heel wat paadjes erdoorheen. Ik ken hem van de Holterbergcross, waar dit het pittigste stukje is. Natuurlijk gaan we er dwars doorheen.


Maar niet één keer, nee, dit is te leuk om maar één keer te doen. We gaan een keer of vier heen en weer.

Nog een keer!
Als we bovenaan weer even op adem zijn gekomen, vervolgen we de route. Door het bos komen we op de weg terecht, op een stuk waar veel mensen zijn. Fietsers zitten op een terrasje uit te rusten. We nemen een klein doorsteekje, waarmee we zo weer verder kunnen door het bos.
Een smal pad kronkelt tussen twee hellingen door. Wat is het hier mooi! En dit stuk is mij totaal onbekend. Een lange helling doemt aan de rechterkant op. Daar moeten we eens even een paar keer stevig tegenop. Toch wel leuk als je met een stel klimgeiten op stap gaat.

klimgeiten

naar beneden!
Bovenaan gaan we verder, maar al snel blijkt dat we eigenlijk beneden hadden moeten lopen. Dan maar dwars door het bos naar beneden. (Is dat een paadje? Nou, eh… nu wel!)

afdalen
We komen op een mountainbikeroute terecht. Gelukkig horen we op tijd dat er een paar fietsers achter ons aankomen en we staan netjes op tijd aan de kant. Het is even improviseren, want we zijn een stukje van de route af, maar het duurt niet lang voordat we hem hebben teruggevonden weer teruggevonden, terwijl we tegen een bergje op zwoegen. Bovenop kunnen we mooi over de heide heen kijken. Zwolle zou je vanaf hier moeten kunnen zien, maar nu de IJsselcentrale geen schoorstenen meer heeft is Zwolle vast niet meer zo herkenbaar.

uitzicht
We volgen wat rechte paden, dan links en dan rechts. Hoewel Fons de route heeft gemaakt, weet hij het soms ook niet meer precies. We kijken elkaar aan terwijl hij naar links afbuigt en ik naar rechts… het levert wel een grappige situatie op.
Langs een recht pad staat een bordje dat er een onderduikershut zit. We hadden het er al even over gehad, maar het bordje heb ik dan weer over het hoofd gezien. De ingang is bijna zo groot als een deur en geeft toegang tot een simpele ruimte, die groter is dan ik had verwacht. Er staat een bord bij met informatie wat voor mensen hier ondergedoken hebben gezeten en dat ze het allemaal hebben overleefd.

onderduikershut
Aan het einde van het pad is een monumentje opgericht. Hier ben ik tijdens de Haarlerbergtrail ook langsgekomen. Het herinnert aan drie mannen, waarvan er één in de oorlog op deze plek is doodgeschoten.

monumentje
Een lijster zit dicht tegen een stam geplakt en is lastig te spotten, maar Fons merkt hem op. Vanuit het bos draaien we de heide weer op, langs de bosrand. Een klimmetje dat ik pas sinds twee weken ken, krijg ik nu voor de tweede keer voor de kiezen.

klimmetje
Langs de voet van de Holterberg lopen we door, want iets verderop zit een ander klimmetje, wat erg leuk is om te doen. Het gaat best steil omhoog over paadjes vol boomwortels. We draven er achter elkaar tegenop en proberen het tempo er goed in te houden.

boomwortelklim
Het is dan ook niet zo gek dat we boven even uit moeten blazen. Een goede reden om even van het uitzicht te genieten. Twee wandelaars komen langs en eentje heeft net zijn petje verloren, waar Fons hem even op wijst.

doorkijkje
Aan een boom groeit een vrij witte zwam, die daardoor nogal opvalt. Fons gaat er even voor zitten om hem op de foto te zetten en daarna gaan we door voor het laatste stukje van onze tocht. We zakken de berg af, waarna we weer op ons beginpunt aankomen. Hier nemen we afscheid van Anne en Fons, waarna ik met Jacqueline nog even terugga naar de Oranjekuil.

Oranjekuil
We crossen de hele kuil nog een keer of tien door, zodat we alle kanten wel een keer op hebben geklommen. De ondergrond van de klimmetjes verschilt nogal. Bij de ene hebben we goed grip op een iets verharde ondergrond, maar die is dan ook vrij steil. Een andere kant is bedekt met los zand, waardoor je wat meer moeite moet doen om vooruit te komen.

Jacq
Moe en voldaan gaan we op een rustig drafje over de paadjes met dennennaalden terug. Een grote dennenappel valt op tussen de kleintjes en die mag mee naar huis. Ik maak nog even gebruik van het toilethuisje dat hier staat, voordat ik bij Jacqueline in de auto stap. We hebben er ruim 21 km van gemaakt. Dit was onze laatste lange duurloop voor de VechtdalTrail volgende week.

Nuttige rustpauzes

Sinds een aantal weken heeft mijn collega Laura last van haar knie, waardoor we een tijdje niet samen hebben gelopen. Inmiddels mag ze weer rustig aan beginnen om te kijken hoe het gaat, dus hebben we weer afgesproken in Rijssen bij het bos.
Op een rustig drafje gaan we het bos in. Het is mooi weer en de zon speelt door de bladeren. We kiezen bewust voor de wandelpaden en niet voor de iets ruigere mountainbikeroute. Bij het depot van het smalspoor heb ik laatst een nieuw paadje ontdekt. De ingang hiervan is nauwelijks te vinden tussen de struiken, maar daarna is het een mooi bospaadje over een zacht bedje van dennennaalden.

zonlicht in het bos
Ik stuur een beetje naar het trimparcours dat hier te vinden is, zodat we even rust in kunnen bouwen. De eerste oefening is klimmen over balken en dan eraf springen. Die laat Laura nog even aan zich voorbijgaan, net als de hekjes waar je overheen moet springen. Bij de daaropvolgende balken kunnen we mooi wat buikspieroefeningen doen. En als we daar toch bezig zijn, kunnen we ons ook nog wel een paar keer opdrukken.

opdrukken
Een paar meter verder vinden we ronde “bokken” waarover je kunt bokspringen. De schaapjes in het naastgelegen weitje kijken nauwelijks op als we daarna over de evenwichtsbalken lopen. Zo hebben we onze rust nuttig besteed en we lopen weer door.
Een grijs muisje rent voor ons langs over het pad. Waarschijnlijk een spitsmuisje. We zien hem nog even tussen de bladeren scharrelen, voordat hij eronder verdwijnt.
We lopen een veld op, ook iets nieuws, wat ik graag aan Laura wil laten zien. Ook zij is verrast als er ineens een watertje opduikt. We zien nu wel dat het geen natuurlijke waterplas is, want er is aan de zijkant wat plastic te zien.

aangelegde waterpartij
Een groene specht vliegt met een boog bij ons vandaan. We gaan tussen de struiken door, tot we op een singletrack terecht komen. Het valt op dat hier vooral dode bomen langs het smalle spoor staan. We wandelen weer een stukje en genieten van het zonlicht in het bos.

zonlicht
De paadjes leiden ons tegen de bult op en langs een aantal verdroogde jeneverbessen weer naar beneden. We kunnen waarschijnlijk nog wel een stukje extra lopen, maar eerst bouwen we opnieuw een pauze in. Daarbij kunnen we wel wat uitvalspassen (lunges) maken.

uitvalspassen
Enigszins kriskras gaan we door het laatste stuk heen. Ik moet het hier nu zo langzamerhand wel kennen denk ik. Hee, die kleigaten..? Kennelijk lopen we ineens weer verder bij de auto’s vandaan, dus we nemen snel een andere afslag. Zo komen we over nóg een nieuw paadje, dat ik vorige week heb ontdekt, toen ik hier in mijn eentje liep. Het gaat langs een diep gat zonder water en de mountainbikeroute kronkelt er aan de andere kant langs.
Bij een groot gat mét water doen we nu eens iets wat ons al een hele tijd lokt: Er ligt een stapel takken in het water, waar je overheen kunt. Voorzichtig proberen we het uit, maar het gaat prima. Dat kunnen we dus ook weer afstrepen. Of nog eens doen natuurlijk, want het is best grappig.

over de dam
Na een laatste ommetje door een frisgroen stuk bos komen we na precies 7 kilometer weer bij de auto’s uit. Missie geslaagd!