Bonaire – Santa Barbara verkennen

Drie dagen na mijn eerste testje op Bonaire ga ik voor een iets serieuzer rondje de deur uit. Een goede 9 kilometer staat er op mijn schermpje en ik mag gelijk omhoog klimmen. Het is wel handig dat ik bij mijn eerste test al gecheckt heb of er een makkelijke verbinding was naar de top, want die gebruik ik nu in omgekeerde richting. Ik moet wel opletten, want ik loop toch bijna het straatje voorbij waar ik in moet.
Honden blaffen achter hoge muren en ik zie ze er onderdoor gluren. Ik ga het hek door bij het huis, waar een bord bij staat dat dit doodlopend is. Gelukkig weet ik beter.


Bij de satellieten houd ik nu links aan. Ik volg een onverhard weggetje, wat er vrij goed onderhouden uitziet. De steentjes (eigenlijk is alles hier zowat oud koraal) zijn nog fris wit. Vanaf hier heb ik mooi zicht op de Seru Largu.


Iets voorbij een boerderijtje duik ik de bush-bush in. Dit is meer een wandelpad met grove stenen erop. Rechts van me duikt een grijze rotswand op en er staan mooie, geaderde bomen en groene struiken langs het pad. Het lijkt wel een boomgaard.


Een verroest deksel van een vat hangt in een boom en er staat op geschreven dat er geen mens of hond mag komen, omdat het een schietterrein is. Er ritselt van alles en hagedisjes schieten weg onder de struiken.


Het pad wordt smaller en kronkelt mooi verder door de beschutting. Bij een zijpaadje hangt een bordje: ‘Wayaká Tr. 4,8 km’. Hee… dat is interessant. Later eens op de kaart opzoeken waar dat paadje heengaat. Nu volg ik netjes mijn route.


Er ritselt wat groters in de bosjes en een kudde geiten maakt zich uit de voeten. Het pad gaat aardig omlaag, waardoor ik mijn afdalingsskills eens goed kan oefenen. Er staat een huis iets bij het pad vandaan en dan ben ik ineens de bosjes uit en kom ik op een asfaltweggetje uit.
Dit asfaltweggetje leidt mij verder door de wijk ‘Santa Barbara Crowns’: duidelijk één van de betere wijken van Bonaire. Terwijl ik afdaal, kan ik nog mooi even van het fantastische uitzicht genieten op de bergen van Nationaal Park Washington Slagbaai in de verte.


Ik loop het wijkje uit en het volgende wijkje in. Huizen aan zee, hekken om de tuinen heen, die uiteraard zijn voorzien van blaffende honden. Bij één huis staan twee levensgrote koeien in de tuin, een zilverkleurige en een lichtblauwe. Net echt.


Aan de overkant van dit wijkje is het even zoeken naar het pad. Ik twijfel even of ik niet voor de gemakkelijke weg zal kiezen: gewoon over de weg ongeveer dezelfde kant op. Mijn avontuurlijke kant wint het uiteraard weer en ik zoek naar een ingang in de bush bush.


Die is er en al na enkele tientallen meters langs stekelstruiken en over scherpe rotsen (die rotsen waren héél vroeger ooit koraal) zie ik ineens een flink gat net naast het pad. Wat is dat? Een sinkhole? Ik gluur naar beneden en er blijkt een ladder in vastgezet te zijn. Het is minstens 5 meter diep.


Voor de volgende dag hebben we een rondleiding gepland staan door een natte en een droge grot en ik blijk hier de ingang van die droge grot alvast te hebben gevonden.


Ik draaf verder over het paadje voor zover dat lukt. Ik moet in elk geval geconcentreerd blijven lopen vanwege alle losse stenen, scherpe stekels en rotsen en ik schrik me dan ook rot als er ineens vanuit het niets een ezel van links naar rechts over het pad stormt. Die ezel is waarschijnlijk net zo hard van mij geschrokken als ik van hem, want hij blijft op enige afstand naar mij staan briesen.


De route is zo hier en daar gemarkeerd met blauwe stenen. We zijn inmiddels al zo ingeburgerd dat ik weet dat roze stenen een wandelroute aanduiden en blauwe stenen een fietsroute. Maar of ik hier nou met de fiets langs zou gaan..? Lekke banden gegarandeerd volgens mij.


Naast het pad ligt een oude, verroeste auto half op de kop en iets verder een gasfornuis. De auto moet er sowieso al tientallen jaren liggen, want het type lijkt mij nogal achterhaald.


Ik kom van het smalle spoor tussen de bosjes op een iets breder pad. Hier staat ook een ontzettend oud apparaat in de berm. Het lijkt wel een stoommachine met een slinger eraan. De tekst op bepaalde onderdelen geeft aan dat dit ding oorspronkelijk uit Engeland komt. Jammer genoeg zie ik geen jaartal staan.


Bergen met puin en zand langs beter begaanbare wegen doen vermoeden dat op het stuk waar ik nu loop wat meer gebeurt. In een bocht staat een verlaten huisje en ik werp even een blik naar binnen. Een luie stoel staat verlaten in een verder lege woonkamer.
Hoe verder ik richting de bewoonde wereld loop, hoe meer ik tegenkom. Autowrakken netjes naast elkaar, stapels afgeschreven strandbedjes, delen van een hijskraan, je kunt het zo gek niet bedenken of het ligt hier langs de weg.


Uiteindelijk kom ik op een soort bedrijfsterreintje uit, waar vrachtwagens staan die zo te zien nog wél in gebruik zijn. Ik zie verder niemand en ik glip weg door het grote hek, dat open staat. Ik krijg al bijna weer een déjà vu naar de vorige keer op Bonaire, toen ik vanaf de achterkant het terrein van een radiozender op was gelopen. Deze keer geen politie.
Ik zet koers naar de lange weg omhoog, de Kaya Diamanta. Honden blaffen achter een hek en aan de andere kant kwetteren wat groene vogels in een boom. Het zijn Lori’s, oftewel geelvleugelamazones. Ze lijken heel erg op de West-Indische parkiet, die hier ook voorkomt, maar je kunt ze herkennen aan de gele “schouders”. Ik zie er een stuk of vier en daarvan zit een stelletje heel klef te doen in de boom.


Ik kom uit bij de lange Kaya Diamanta, een mooie klim omhoog. Deze kant blijkt nu afgesloten te zijn voor verkeer door middel van een slagboom, die er inmiddels ook alweer enigszins verroest uitziet.


Als ik bijna bij het goede zijstraatje ben, fladdert er een Monarchvlinder om mij heen. Die had ik deze week nog niet gezien. Hij is te snel weer verdwenen om er een foto van te kunnen maken.
Na 9,6 kilometer zonder Bij het huisje word ik opgewacht door manlief, waarna we samen ontbijten en de (rest van de) dag kan beginnen.

Advertenties

Bonaire – Zonsopkomst op de Seru Largu

Na het Helipad leek het met mijn knie snel beter te gaan. Ik gaf de maandag erna als invaller training aan de groep zonder een probleem, maar toen ik op donderdag een duurloopje wilde doen, begon mijn knie na 6 kilometer op te spelen. Het werd steeds erger, waardoor ik het laatste stuk van deze 10 kilometer gedeeltelijk wandelend af moest leggen. Met de Scenic Trail in het vooruitzicht (9 juni, 6 weken na het Helipad) kon ik geen blessure gebruiken. Ik zocht contact met mijn fysio en ik deed in de week tot mijn vakantie verder helemaal niets.

Vakantie ja. Twee weken lang met Bonaire als bestemming. Samen met manlief, schoonzus en zwager in een heerlijk huis tegen een berghelling. En aangezien we toch last hebben van een jetlag, waardoor we lekker vroeg wakker zijn, lijkt het ons een prima plan om nog vóór zonsopkomst de berg (Seru Largu) verder te beklimmen om bovenop de zon op te zien komen.
Met een lichtje achterop de rugtas gaan we op weg. Gewoon wandelen, want niet iedereen is zo gek als ik.
Nadat we iets naar beneden ons wijkje uit zijn gelopen, wandelen we over een smal asfaltweggetje met aan beide zijden hoge cactussen en woest struikgewas omhoog.


Het is een pittige klim. Het lampje kan na een kilometer wel uit en na 3 kilometer komen we aan op de top, waar we de zon tussen de wolken door zien piepen. Dit was inderdaad een erg goed idee van ons!


Een groot kruisbeeld staat op de top van de Seru Largu. Die hadden we van beneden al gezien. Het uitzicht op Kralendijk is prachtig en we blijven dan ook een tijdje staan kijken. Een kudde geiten loopt er rustig rond.


Als we uitgekeken zijn, ga ik hardlopend verder, terwijl man en schoonzus terug wandelen. Ik maak eerst het rondje over de top helemaal af, waarbij ik de man tegenkom die ik even daarvoor achteruit zag hardlopen. Hij loopt nu weer vooruit.
Vanaf dit rondje heb je een mooi zicht op de andere kant van de berg. Ik loop terug naar het weggetje waar we vandaan kwamen, om aan de andere kant ervan weer omhoog te klimmen, naar een stel antennes die op de tweede, iets lagere top staan. Als ik boven ben, zie ik nog net mijn twee metgezellen het pad naar deze top inslaan. Ik heb aangegeven dat ik vermoed dat je hierlangs naar ons wijkje beneden kunt, maar zeker weten doe ik het niet.
Het zandpad lijkt dood te lopen bij een afrastering om een stel gigantische schotels, maar… als ik langs het hek loop, hangt er een bordje met een pijl op en je kunt er gewoon langs lopen. Het hek heeft zijn beste tijd wel gehad (lees: het is voor het grootste deel verdwenen en je kunt zo naar die schotels toe).


Als ik het spoor door de bosjes volg, kom ik bij een steil afdalinkje uit met zand en losse stenen. Ook vanaf hier heb je een mooi zicht over ons wijkje, Kralendijk en Klein Bonaire, het eilandje dat voor de kust ligt.


Ik volg het spoor en een blauw bordje met een pijl wijst me verder naar rechts. Ik kom bij een huis uit en na nog zo’n afdalinkje sta ik op de geasfalteerde oprit ervan, die al net zo steil naar beneden loopt. Ik probeer zonder al teveel af te remmen me naar beneden te laten vallen. Al snel kom ik bij een weg uit die eindeloos door lijkt te gaan naar beneden.


Ons huisje zit aan een zijweg hiervan, maar ik ben niet van plan om daar direct heen te lopen. Ik had niet echt een route uitgestippeld hiervoor, maar deze weg ken ik nog wel van anderhalf jaar geleden. Toen wilde ik een zijpaadje nemen, maar dat was afgesloten met een hek. Ik besluit om even daar naartoe door te lopen om te kijken of dat nog steeds zo is. Wel zo handig om te weten voor de routes die ik hier al heb uitgestippeld.


Het gebied blijkt nog net zo privé te zijn als destijds, dus ik zal iets anders moeten verzinnen voor de langere routes. Ik draai om en ga een klein stukje omhoog, om vervolgens een parallel lopend straatje te pakken. Ook hier heb ik eerder gelopen en dit is allemaal nog net zo in aanbouw als toen. Het is nog niet veel meer dan een spoor tussen woekerende struiken. De grotere wegen zijn nu alleen met rotsblokken afgezet om te voorkomen dat er sluipverkeer overheen gaat.


Eén straatje verderop staan de stoppenkasten al wel klaar bij de te verkopen percelen en hoe verder ik kom, hoe meer er bebouwd is. Zo kom ik ook ons straatje weer in, waar mijn twee wandelmaatjes net vanaf de andere kant aan komen lopen. Dat is timing!
Mijn knie heeft zich aardig goed gehouden (ik voel hem, maar daar is ook alles mee gezegd) en zo is de eerste test van 4,8 kilometer geslaagd. Op naar het ontbijt!

Het (halve) Helipad

Het eerste grote avontuur van 2018 gaat beginnen! Op Koningsdag haal ik Salif op om samen naar Limburg af te reizen. Babs heeft helaas vanwege omstandigheden af moeten zeggen.
Als we aankomen bij de Scouting zitten er mensen buiten vla(ai) te eten, want er is iemand jarig. Dat blijkt degene te zijn die heerlijk voor ons aan het koken is. Pasta met zelfgemaakte saus, een zalmmoot met dillesaus en allerlei verse groente waar je je eigen salade van kunt bouwen. Ik eet er net iets teveel van.
Er druppelen wat traillopers binnen, terwijl de scouts bezig gaan om energierepen voor ons te maken, die de volgende dag op de posten zullen liggen. Wat een service!
Ook de organisator Willem komt langs. Het is allemaal prima geregeld en nadat we nog een tijdje gezellig buiten hebben gebivakkeerd met wat andere lopers zoeken we onze luchtbedjes op. Helaas slaap ik nauwelijks, al snap ik niet zo goed waarom. Ik lig prima, heb alles voorbereid, maar ik kan de slaap gewoon niet vatten.

Op zaterdagochtend pak ik op mijn gemak mijn spullen bij elkaar. Ook het ontbijt is prima voor elkaar en ik weet 4 boterhammen weg te werken. Er zijn geen startnummers, want het is niet echt een wedstrijd, maar we krijgen allemaal wel een tracker op ons rugzakje bevestigd. Willem legt aan de hand van een presentatie nog wat uit over de route, wijst ons op de routeboekjes die klaar liggen om meegenomen te worden en dan gaan we naar buiten. Hoewel het inmiddels al 9 uur is geweest (de officiële starttijd), heeft niemand haast. We gaan eerst nog in een kring staan en dan gaat er een camera rond waarbij je je naam moet zeggen, zodat de organisatie bij iedere naam een gezicht heeft. Veel persoonlijker dan dit kan bijna niet!


Uiteindelijk gaan we op straat staan en Willem telt af. Om 9:22 vertrekken we uiteindelijk en zien ook de thuisblijvers via de website onze vlaggetjes gaan bewegen.
We volgen gewoon de groep het eerste stuk, dat door een woonwijkje naar het groen erachter gaat. Als de voorste lopers verkeerd lopen, gaan wij er dus dom achteraan. Gelukkig gaat het maar enkele tientallen meters, maar we moeten dus wel zelf op de route blijven letten.


Al heel snel gaat het lintje lopers voor ons linksaf langs een helder beekje. De lastige oevers zorgen zelfs voor wat kleine opstoppinkjes, iets wat nog nooit eerder is voorgekomen bij het Helipad, omdat het aantal deelnemers vorig jaar slechts 20 was. Vandaag zijn we met ruim 50 lopers van start gegaan, waarvan het merendeel voor de volledige afstand van 148 km gaat.


We lopen nu in Duitsland. Zodra de eerste heuvels zich aandienen gaan er ook wat mensen wandelen om alvast krachten te sparen. Waarom er volle bak tegenop gaan als je weet dat je nog zo’n eind moet? Toch gaan Salif en ik redelijk lang door met hardlopen, want zo heel steil zijn de heuvels nu ook niet. De groep is inmiddels wel uit elkaar gevallen in kleinere groepjes en losse lopers. Bovenop komt de wind ons frisjes tegemoet en ik ben blij dat ik toch voor lange mouwen gekozen heb. De lucht is grijs.
Een smal asfaltweggetje gaat over in een dubbel spoor in het gras. Het uitzicht als we weer naar beneden gaan is prachtig en we zijn niet de enigen die ervan genieten, want ook de twee heren met wie we nu samen op lopen hebben een camera tevoorschijn gehaald.


Het afdalen gaat lekker. De twee heren blijven bij ons in de buurt. Soms lopen zij voorop en soms wij, afhankelijk van eventuele fotostops, een klimmetje of een afdaling. We zien ze even voorbij een beekje rechtsaf gaan, terwijl Salif het idee heeft dat we al eerder rechtsaf moeten. Dat blijkt inderdaad te kloppen en wij gaan de heren nu weer voor door het gras. Dit is een mooi stukje langs bloeiende bomen.


Iets verderop ben  ik zo met Salif aan het kletsen, dat we niet doorhebben dat we net het verkeerde pad hebben gekozen. We hadden het kunnen weten, want we lopen langs een grote weg op een fietspad en de meeste paadjes zijn veel leuker dan dit. Als we achterom kijken, zien we een trailloper naar ons zwaaien. Dat zijn weer wat extra meters dus.
In een dorpje staat een oud gebouw met een binnenplaats. We zijn alweer even in Nederland, maar het doet best Duits aan. Een Duitser met stokken die met ons meeloopt wijst op een bordje van de Amstel Gold Race en wil zo die route volgen. Gelukkig zijn wij in de buurt om hem op het rechte pad te houden. We raken aan de praat terwijl we langzaam maar zeer zeker een heuvel beklimmen. De man vertelt dat hij vorige week nog Olnne-Spa-Olne heeft gefietst en dat hij nog wat marathonplannen heeft voor de komende 4 weken. Ondertussen zien we de traillopers als stipjes over de heuvelrug gaan en niet veel later lopen wij er zelf door het verse hooi te struinen. Wat ruikt dat lekker!


Het uitzicht is super en bovenop gaan wij het bos in, waar smalle paadjes op ons wachten. Het doet me sterk denken aan de Ardennen, maar het verschil is dat de ondergrond hier wat minder technisch is. Nauwelijks boomwortels en geen uitstekende stenen. Wel een diepe kuil waar we even doorheen mogen. We genieten!


De Duitser gaat ineens linksaf en als ik vraag wat hij daar gaat doen, zegt hij iets over een Aussicht. Van het uitzicht genieten? Wij gaan in elk geval rechtdoor, zoals de route aangeeft. We komen het bos uit en het zonnetje schijnt op de heuvels, waar koeien in de wei staan.


Hoge naaldbomen langs het pad wakkeren opnieuw het gevoel van de Trail des Fantômes aan. Zouden we inmiddels al in België zitten? Ik weet het eigenlijk niet eens.


Via een soort es lopen we in de richting van de eerste verzorgingspost. Dikke, zwarte insecten hangen in de lucht en het kost moeite om ze te ontwijken. Aan het einde van deze es zien we lopers naar links lopen, terwijl wij rechtsaf gaan, een stukje heen en terug naar de eerste post. De lopers die ervandaan komen begroeten ons joviaal, alsof iedereen elkaar kent. Dat scheelt trouwens ook niet veel, een groot aantal medelopers ken ik inmiddels wel bij naam. Mijn klokje piept net de 24e kilometer weg als we bij de post aankomen, waardoor ik weet dat we inmiddels bijna één kilometer extra hebben gelopen. De post is ruim voorzien van alles wat je als loper maar nodig zou kunnen hebben: fruit, cake, worst, winegums, kaasstengels, zoutjes, chips, de zelfgemaakte energierepen in 3 smaken en natuurlijk cola.


Ik spiek even op mijn telefoon en zie dat mijn volgers inmiddels ook doorhebben dat ik op de eerste post sta. Dat tracken is toch wel heel leuk. Na een kwartier hebben we weer voldoende bijgetankt en -gekletst dat we weer kunnen gaan.
Achter een groepje lopers gaan we het bos in, waar een stevige klim op ons wacht. Iedereen schakelt over op wandelen. Na de klim komt er ook weer een afdaling. Tussen twee schuine hellingen door hobbelen we in een treintje naar beneden. Het gaat over losse stenen en de voorste loper gaat niet al te hard, dus ik loop enigszins met de rem erop.


De route leidt ons verder over mooie paadjes en langs vakwerkhuisjes. We wandelen nu wel wat meer, want mijn knie begint echt zeer te doen.


Bij een hele lange klim krijgen we gezelschap van een man in een gele jas. De brem bloeit vrolijk langs het pad terwijl wij omhoog zwoegen.
De heren die in het begin met ons meeliepen komen we nu ook weer tegen. Ze hebben de stokken uit de tas gehaald om makkelijker te kunnen klimmen.


De man in de gele jas kijkt constant op zijn GPS, die hij in de hand houdt. Ik vraag hem of het lukt, maar kennelijk is zijn GPS vastgelopen.


We komen na een klim door een boomgaard, waar de appelbomen in bloei staan en de paardenbloemen de rechte rijen nog eens extra opfleuren.


Koeien staan op een steile helling. Hier kun je wel goed zien dat het landschap niet het makkelijkst is om in te lopen, maar het is wel ontzettend mooi.


Terwijl wij lekker naar beneden rollen, komen er vanaf de andere kant ineens hardlopers aan met startnummers op. Een wedstrijdje, en een pittige ook. We moedigen de lopers in het voorbijgaan aan en dat wordt gewaardeerd.


Onderaan steken we een beek over. Ik roep de man in de gele jas even terug, want hij lijkt de verkeerde kant op te gaan. Val de Dieu staat er bij een kasteel met een grote kerk ernaast. Ernaast staat ineens een verzorgingspost, waar ze de bekertjes drinken al klaar hebben staan, net als bananen en sinaasappels. Ik vraag me af of dit bij dat wedstrijdje van net hoort of dat er nog een trail aan de gang is.
Terwijl we de schaduw van de bomen inlopen, zien we gelijk een beek onder ons doorstromen met een watervalletje. Prachtig.


Op het smalle paadje dat we kiezen krijgen we een foutmelding van de route: er is een heel klein hekje waar we doorkunnen en dat paadje is niet meer dan een spoor in het gras. En uiteraard gaat het stevig omhoog. We zien al snel dat de kerk van Val de Dieu beneden een stuk kleiner is geworden.


Over boerenweggetjes komen we langs oude gebouwen met geurige seringen. Koeien kijken ons na als we op een pittoresk dorpje af lopen met een mooie kerk. We hebben inmiddels de marathonafstand gelopen in 5 uur en 21 minuten. Het valt mij eigenlijk reuze mee, want ik weet dat ik in het Nationaal Park de Hoge Veluwe maar 5 minuten sneller was op deze afstand. Toch heb ik het gevoel dat we hier veel meer hebben gewandeld.


Langs het betonpad dat ons rechtstreeks naar een boerderij leidt, staat een bord dat we niet verder mogen. Toch lijkt de route ons hier wel heen te sturen, maar als we beter kijken vinden we een hekje waardoor we de wei in kunnen. Het gras dat een beetje platligt verraadt dat hier wel meer mensen langs zijn geweest. Na een volgend hekje, dat schreeuwt van ellende, gaan we een schijnbaar doodlopende hoek in, maar ook hier kunnen we ontsnappen via een piepend draaihekje.


We krijgen gezelschap van een loper die vraagt hoe het met ons gaat en onze reactie dat we onze benen best voelen (en ik een zere knie heb) aangeeft dat wij helemaal niet hebben uitgerust onderweg. We krijgen de tip om eens helemaal plat te gaan liggen voor een aantal minuten. Daarmee verdeel je je bloed weer netjes door je lichaam en dan doen je benen minder zeer. Ik heb dit al eens eerder gehoord en besluit het bij post 2 eens uit te gaan proberen.
Ergens vinden we nog weer wat energie, want na heel wat kilometers met flinke wandelstukken erin, lopen we nu gezellig kletsend een aantal kilometer met deze man mee naar de volgende post in de muziekkoepel in Aubel op 46 km. (Achteraf gezien lopen we hier zelfs onze snelste kilometer!)


Bij de post vul ik mijn rugzakje bij nadat ik even lekker languit heb gelegen. We blijven een half uur op de post hangen, voordat we ons genoeg aangesterkt voelen om verder te gaan. Onze medelopers zijn dan al een tijdje weer weg.
Vol goede moed beginnen we aan de laatste etappe. Als we het dorpje uit zijn, moet Salif even een pitstop maken en ik loop rustig verder. Hier komen we een stuk met modder tegen, wat we tot nu toe eigenlijk nog niet hebben gehad. Bovenop de heuvel ga ik maar eens in het gras zitten, want het duurt wel heel lang voordat Salif zich laat zien. Twee andere trailrunners komen langs en ze melden dat Salif een bloedneus had, maar er nu aankomt. En inderdaad, daar is hij weer.


Hoewel we bij de post goed hebben bijgetankt, kost het klimmen toch flink wat energie en we schakelen al snel weer over op wandelen. Mijn knie doet ook erg zeer inmiddels. Bovenop een heuvel ligt er een Amerikaanse begraafplaats langs de weg: Henri Chapelle. Rechts een veld vol witte kruizen met een grote entree ervoor, links schijnen de zonnestralen neer op een paal met een goudkleurige vogel erop.


We wandelen door het kortgemaaide gras. De trailrunners van net, een man en een vrouw, halen ons nu weer in, waar wij ze een tijdje terug nog voorbij waren gegaan.


Over asfaltweggetjes mogen we vervolgens weer een stuk vlakker lopen en dat gaat wel goed. Ook het geleidelijk afdalen over onverharde paadjes gaat prima en al doorhobbelend halen we onze voorgangers weer in. Net als we denken dat het wel heel lekker gaat dwingt de volgende klim ons weer tot wandelen.
In een dorpje is het even goed kijken naar het paadje dat we moeten hebben: een smal spoor vol stenen, dat tussen het groen steil omhoog loopt. We wandelen vrolijk omhoog en groeten onderweg een oude man die naar beneden komt.
Bovenaan krijgen we uitzicht op de achterkant van de begraafplaats. Je kunt de grote entree goed zien, met daarvoor een wit veld.
Op ons gemak lopen we vervolgens door een dorpje met een kerk die wat hoger is gebouwd. Schaapjes kijken ons aan.


We hebben inmiddels weer van plek gewisseld met de man en vrouw, die nu vlak voor een boerderijtje afslaan langs een groene heg. Handig dat ze voorop lopen, want anders waren we het paadje vast zo voorbij gelopen.


Door een draaihekje met een balk erboven wurmen we ons de graslanden in. Ik krijg al bijna medelijden met de grote man die achter ons aankomt. Die zal zich ook door deze hekjes moeten vouwen.


Er is lichtjes een spoor zichtbaar van platgelopen gras. De hobbelige ondergrond in combinatie met een afdaling zorgt ervoor dat mijn knie keihard protesteert. Terwijl Salif vooruit hobbelt, moet ik het noodgedwongen rustiger aan doen.


Het spoor loopt langs een afrastering van prikkeldraad en stopt dan in de hoek. Onze klokjes weten ook geen raad, moeten we over het prikkeldraad heen? De grote man achter ons doet dat gewoon, maar ik heb twijfels: dit zal toch niet kloppen met de route? Na even heen en weer gelopen te hebben zie ik geen andere mogelijkheid en ook wij stappen voorzichtig over het prikkeldraad heen.


Ezeltjes staan in een weitje naar ons te kijken. Het lopen gaat weer aardig over de enigszins vlakke asfaltweggetjes die nu volgen. Het lijkt wat frisser te worden als we een brug over een grote weg nemen. Donkere wolken beginnen zich aan de horizon op te stapelen.


Rond een kerk in een klein dorpje staan bomen vol in bloei. Landweggetjes omzoomd met heggetjes lijken eindeloos aaneengeregen te worden. Ik moet een paar keer plassen, terwijl ik tot nu toe helemaal niet hoefde. We wisselen een paar keer van positie met de grote man die ons bij het prikkeldraad inhaalde.
Als we met nog een kleine 2 kilometer te gaan beneden een dorpje zien liggen, weten we dat dit Limbourg moet zijn: ons eindpunt. Op de helling aan de andere kant zie ik een torenspitsje en ik wijs Salif aan dat dat weleens onze finish zou kunnen zijn. Dat betekent dat we nog wel een klimmetje krijgen in het laatste stuk.


We hobbelen rustig naar beneden en door het centrum, waar we een beek oversteken. We gaan inderdaad richting de kerktoren op de helling en al snel staan we onderaan. Nog een kleine kilometer te gaan, maar dat gaat wel steil omhoog. Halverwege rust ik nog even uit op het bankje dat daar voor een kruisbeeld staat.


We hebben nog steeds lol, zelfs al vallen er nu ineens wat druppels uit die donkere wolken die nu boven ons zijn samengepakt. Bij het kerkje zien we een kroon op een sokkel: het herkenningspunt van het Helipad. We zetten het netjes op de foto.


Als we een vrijwilligster zien lopen, gaan we achter haar aan, want zij weet vast waar we precies moeten zijn. Bijna lopen we er voorbij, maar het is wel duidelijk: achter een poort zitten en liggen enkele trailrunners in een tuin. We worden er met applaus ontvangen: we hebben het gehaald! De Duitse ambassadeurs van het Hertog Limburgpad heten ons van harte welkom en ze vinden het een hele prestatie. Onze rugzakjes worden voor ons uit een bus gehaald, zodat we ons direct kunnen omkleden. Organisator Willem is hier aanwezig en we krijgen heerlijke soep van de scouting. Daar hadden we echt naar uitgekeken.
Bij het vuur warmen we lekker op met een Erdinger alkoholfrei Als er cola nodig is op de volgende post nemen we ons biertje mee in de auto, want zo worden wij teruggebracht naar Kerkrade. Daar wordt zelfs nog patat voor ons gehaald. We douchen lekker en terwijl Salif ineens verdwenen is, wacht ik met de Duitser met de stokken, die na ons binnenkwam en maar uitgestapt is, op de eerste van de hele afstand. We kunnen haar op een groot scherm volgen en zij komt om kwart over 1 binnen.
Het luchtbedje slaapt vervolgens een stuk beter dan de nacht ervoor. In de nacht druppelen de lopers binnen en ook de volgende ochtend  komen er lopers binnen. Als wij rond 10 uur vertrekken, is nog niet iedereen gefinisht. Heel gaaf om het hele evenement met de trackers te volgen, zeker als je de gezichten bij de namen inmiddels kent.

Het terugrijden gaat prima, mijn benen voelen soepeler dan ik had verwacht en mijn knie is gelukkig niet dik of stijf geworden. We hebben ontzettend genoten van de sfeer, de vrijwilligers en de prachtige route. Ik durf wel te zeggen dat dit waarschijnlijk niet de laatste keer is dat ik hier ben geweest. Willem en team, ontzettend bedankt voor deze fantastische ervaring!

Foto’s 6, 10, 16, 27, 30 en 35 van loopmaatje Salif

GPX-testrun NP Hoge Veluwe

Voor het Helipad op 28 april moeten er nog flink wat kilometers gemaakt worden. Na enig navragen bij deze en gene hoe zij trainen voor een loop van 75 kilometer, komen we erop uit dat we in aanloop daarnaartoe toch wel 2 afstanden van 50 tot 60 kilometer willen gaan lopen. In eerste instantie ga ik uit van een 50 kilometer in februari en een 60 kilometer in maart, zodat ik voldoende kan herstellen tussendoor.
Maar… dan valt ons oog op een Facebookberichtje, waarin testlopers gevraagd worden voor een route van 60 kilometer door Nationaal Park Hoge Veluwe. Er is één route van 60 kilometer, maar je kunt ook meerdere lussen van 15 kilometer lopen, die op de dag van het evenement als estafette gelopen zullen gaan worden.
Na enig overleg met Salif besluiten we het te doen en we geven ons op. Na enig wikken en wegen gaan we toch voor de volledige route van 60 kilometer.
We krijgen een GPX-bestand opgestuurd en een lijst met testlopers en welke dag zij zullen gaan lopen. Wij staan op 24 februari samen met nog 6 lopers, waarvan er 4 ook de hele route zullen gaan doen.

Op de genoemde dag melden wij ons ’s ochtend bij ingang Otterlo. We zijn iets later dan de geplande 9 uur. Onze namen staan op de lijst en we mogen zonder te betalen het park in. Ik ben er volgens mij nog nooit geweest, in elk geval niet in de afgelopen 25 jaar.
We rijden een aardig stuk door tot we op de parkeerplaats bij een restaurant komen, waar de start vlakbij moet zijn. Er staan nog 2 auto’s, vermoedelijk van andere traillopers. We maken eerst snel een sanitaire stop, voordat we beginnen. Het is ijskoud, dus we moeten maar snel op pad gaan. Het naastgelegen picknickveldje is de startlocatie, dus daar lopen we heen. Routes op het schermpje en… ja, dan zie je een lijntje, maar in welke richting moeten we deze nou volgen? In eerste instantie lopen we de verkeerde kant op, maar dat hebben we redelijk snel door. Het duurt wel even voordat we allebei het goede paadje hebben gevonden, maar dan kunnen we ook lekker gaan lopen. Totdat… Salif nog een sanitaire stop moet maken. Het zonnetje is er al wel doorgekomen, dat belooft gelukkig wat warmte.
We lopen al gelijk over golvende bospaadjes met dennenappeltjes op de grond. Na een paar kilometer heb ik het al warm. Toch een te dik jasje aangetrokken op het laatst?

Salif in mul zand
We komen het bos uit op een zandvlakte, waar middenop een groot standbeeld staat. Natuurlijk moeten we daar even een foto van maken, maar dan blijkt dat mijn camera, die ik zorgvuldig van tevoren had opgeladen, vindt dat de accu leeg is. Balen, dan maar met mijn telefoon foto’s maken.

standbeeld
In het mulle zand zien we voetstappen staan. Dat moeten de andere traillopers geweest zijn, want ik herken één profiel als dat van de Saucony Peregrine, die ik ook heb. Ik ben benieuwd of we ze nog tegen gaan komen vandaag.
Het tempo is aardig vlot voor een loop van 60 kilometer. We zitten dicht op de 6 minuten/kilometer en duiken er twee keer onder. Ik moet er nog even inkomen en vraag me wel af hoe lang ik dit vol ga houden.
We zijn inmiddels het bos weer ingelopen en bij 9 kilometer moeten we heel even goed kijken waar we langs moeten: door het hekje of niet? Ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn eerste eetmomentje in te lassen, zoals ik van tevoren had bedacht: elke 7 kilometer wat eten is mijn bedoeling, al heeft dit eerste eetmoment al enige vertraging opgelopen.
Een eekhoorntje steekt het pad voor ons snel over. Ik ben benieuwd wat we nog meer aan wild tegen zullen komen. De verwachtingen zijn hoog gespannen en ik kijk wat meer om me heen, want stel je voor dat ik dieren mis, die gewoon in het bos naar ons staan te kijken.
We komen bij een grasveld uit en aan de andere kant van een grote vijver staat een bijzonder pand met een toren. Dit is het jachthuis.

 

jachthuis
Het zonnetje wordt weerkaatst op het ijs, dat op de smallere stukken erg stevig lijkt, maar waar grote stukken ontbreken. De wind stuwt het water in kleine golfjes op.

zonnig
We duiken de bossen weer in. De route is goed te volgen, al moeten we soms even goed kijken welk paadje we precies moeten hebben. Dit geldt met name als er twee paden min of meer in dezelfde richting gaan. Gelukkig doen onze klokjes waar ze voor gemaakt zijn en de navigatie gaat prima.

ijsplas
Rond de 18 kilometer lassen we even een wandelpauze in om rustig wat te kunnen eten. Niet veel later komen we over een verlaten kampeerterrein. De toiletten zijn helaas afgesloten, net als de buitenkranen. Ik begrijp best dat je met deze buitentemperaturen wilt voorkomen dat de leidingen kapot vriezen. Bij de uiteindelijke trail, die op 3 juni gehouden zou moeten worden, is dit vast een handig watertappunt. Verder is de tocht net als nu geheel zelfvoorzienend.

Salif
Vanuit het bos komen we op een enorme heidevlakte uit. We draven er midden overheen met de wind in de rug en het zonnetje op onze bol. We halen een paar wandelaars in. Op het pad liggen dikke keutels en ik vermoed dat die van edelherten zijn. Ik zag in het bos vermoedelijk ook al een drolletje van een vos. Met zoveel sporen verwacht ik op deze uitgestrekte heide wel wat te zien en ik tuur in de verte. Geen geweien, helaas.

vlakte
De ondergrond is soms hard bevroren en het is hier duidelijk nat geweest. We lopen langs ijslaagjes die door het herhaaldelijk smelten mooie kringen aan de onderkant hebben gekregen en we zien hoe de wind een soort ijsnaalden heeft gevormd op andere voormalige plassen.

ijslaagjes
Een lange, rechte loop-/fietsbrug zit in het pad links van ons, wij lopen er gewoon langs over het zand.

loopbrug
Terwijl Salif zijn zoveelste pitstop maakt (hij had een iets ander ontbijt dan anders uitgeprobeerd), wacht ik in het zonnetje op hem. De flesjes die ik gevuld heb met cola lijken na elke keer drinken niet meer goed af te sluiten en ik loop er aardig mee te knoeien. Toch werkt de cola zelf prima en ook de flesjes kan ik mooi aan de band van mijn Camelbak hangen zonder er last van te hebben.

zonnetje

doorkijkje
We krijgen een lijntje van de terugweg in beeld terwijl we rond de 31 kilometer zitten en Salif meldt ineens dat hij vandaag geen 60 kilometer vol gaat maken. Zijn benen werken niet mee en doen nu al zeer. We overleggen even wat we dan gaan doen en besluiten later een lus van zo’n 9 kilometer eraf te halen. Zo blijven we de route nu dus nog volgen. We lopen op een open vlakte en we weten dat we hier een lusje van 4 kilometer maken. Erg bijzonder is dit stuk niet, al kan dat ook komen omdat Salif het wel zwaar krijgt nu en we wat meer wandelen. Een vrouw zit met een camera gehurkt op de heide om mooie natuurfoto’s te schieten.
Na het lusje gaan we hele stukken rechtdoor over kale vlaktes. De paden zijn niet meer zo hard, maar bestaan voor grote delen uit mul zand en we lopen er gemakshalve maar een beetje naast.

kale vlakte
Als er een scherpe bocht naar rechts komt, overleggen we even wat te doen. Hier kan ook een stuk afgesneden worden en Salif wil graag de kortste route naar de auto lopen, maar vindt dat ik nog wel verder kan gaan. Zodoende splitsen we ons na 38 kilometer op. Salif krijgt mijn autosleutel mee en kan na het omkleden in het restaurant opwarmen. Het is best raar om ineens alleen verder te gaan. Ik maak gelijk maar van de gelegenheid gebruik om even de bosjes in te duiken. Die bosjes miste ik de laatste paar kilometers een beetje.

bosjes
Vanuit het bos loop ik de glooiende heide op. Her en der lopen wandelaars twee aan twee. Ook hier is nog wat mul zand te vinden en ik wacht even als twee ruiters langs me heen draven. Prachtig!

paard
Een dode boom ligt als een kunstwerk in het veld. Hier en daar zijn wat naaldbomen te vinden. Ik vind ze er wat bonsai-achtig uitzien.

kunstwerk
Hoewel ik er van tevoren een klein beetje tegenop had gezien, gaat het lopen bij mij best goed. Inmiddels heb ik er een marathon opzitten. Een tijd van 5 uur en 16 minuten is niet om over naar huis te schrijven, maar daar gaat het ook niet om.

mooi landschap
Een stukje bos is sprookjesachtig mooi. De bomen staan op een sterk golvende ondergrond, die bekleed is met gras en mos. Vrolijk dender ik naar beneden op de korte afdalinkjes.

Opnieuw draai ik de heide op met grote stukken droog gras. Ik had in de verte al een zandvlakte gezien en verwachtte eigenlijk dat ik daar nog wel doorheen zou moeten, maar dat blijkt niet zo te zijn. Bij een scherpe bocht naar links denk ik dat ik al op het afsnijdpunt ben gekomen, maar als ik dat even check, heb ik dat fout. Ik blijf de route dus nog gewoon volgen.

boom
Een groot veld ligt bezaaid met dode bomen en boomstronken. Het is wel een apart gezicht en het levert een bijzonder sfeertje op. Een groepje wandelaars komt me tegemoet, zo te zien onder begeleiding van een gids. Ik heb het idee dat het park al bijna dichtgaat, maar zo laat is het nog helemaal niet.

bomenkerkhof
Aan het einde van dit bomenkerkhof zeg ik de route wel gedag. Het is even na half 4  en ik heb er ruim 47 km op zitten als ik in plaats van linksaf rechtsaf ga voor de ingekorte variant. Als het goed is kan ik de route dan op een later punt zo weer oppakken.
De schaduwen worden al wat langer. Na het zandweggetje een tijdje gevolgd te hebben, komt inderdaad het lijntje van de route weer in beeld. Er staat een grote, zwarte muur in de vorm van een halve cirkel op een open veld en als ik er eens goed naar kijk, zie ik iets verderop een standbeeld staan. Wat de muur het precies geweest is heb ik nog niet helemaal door.

muur
De oostenwind komt me koud tegemoet en ik beuk ertegenin op dit open stukje. Via een soort poort (twee enorme, zwarte staanders langs het pad) ga ik iets meer de beschutting in.

poort
De route stuurt mij ergens linksaf, maar ik let niet heel erg goed op, want hier kan weer heel iets afgesneden worden en ik wil Salif toch ook niet te lang laten wachten. Achteraf wel jammer, want dit was juist een heel mooi stukje.
Ik loop dus rechtdoor in plaats van links een pad te zoeken. Zo kom ik op smalle paadjes uit waar trappetjes in verwerkt zitten.

trapje
Het begint met een trappetje van een paar treetjes, maar het worden er steeds meer en ze worden steeds langer. Het is best pittig om dit nog aan het einde van zo’n route voor de kiezen te krijgen, maar het ziet er wel sprookjesachtig uit.

trap
Op het hoogste punt staat een hele stellage, wat een enorme rechte trap moet voorstellen. Wat hier precies de bedoeling van is snap ik niet, want je kunt niet zomaar op deze trap.

stellage trap
Na de trappetjes wordt het wat vlakker en het wandelpaadje stuurt mij langs een kleine zandvlakte. Erlangs? Ik besluit dat ik er net zo goed dwars overheen kan lopen.

zand
Zo kom ik weer bij het punt uit waar we helemaal in het begin de verkeerde kant op liepen, al heb ik dat niet direct door en weet ik op het laatste moment zelfs nog even verkeerd te lopen door het pad iets  te lang te volgen. Gelukkig kom ik daar snel achter en ik draai het picknickveldje op. Daar staat een mij bekende trailloper mij op te wachten met de duim omhoog. Ik geef snel aan dat ik niet de volledige 60 kilometer heb volgemaakt, maar dat het 51 kilometer is geworden. Hij ook niet, hij wacht samen met een maatje op de andere twee, die nog onderweg zijn.
Salif is nog bezig met zich omkleden, zo lang was hij nog niet terug. Hij heeft toch nog bijna 46 kilometer gelopen. Als we omgekleed zijn, warmen we even op met een heerlijke kop soep bij het restaurant. Als we terug naar de auto gaan, zijn de andere twee traillopers inmiddels ook gearriveerd en we maken nog even een praatje. Dan gaan we met de auto aan de andere kant het park weer uit. Het valt me reuze mee dat ik direct kan autorijden. Ik heb niet eens last van mijn kuiten.
Hoewel het niet de geplande 60 kilometer is geworden, ben ik dik tevreden met hoe het ging. Mentaal en fysiek liep het bij mij als een zonnetje. Ik heb het eten en drinken goed uit kunnen testen en krijg wat meer vertrouwen in de 75 kilometer van het Helipad.

Toertje Teutoburgerwald

Op zaterdag 17 februari verzamelen zich enkele loopmaatjes van mijn club om 9 uur op een parkeerplaats, waarna we in 2 auto’s afreizen naar Duitsland. Dat gaat niet helemaal vlekkeloos (we raken de tweede auto kwijt), maar uiteindelijk komen we op het goede parkeerplaatsje in het bos aan. Er ligt ijs op en een vriendelijke Duitser waarschuwt ons dat het spekglad is.
We gaan vandaag de route van de Teutolauf lopen, die we iets hebben ingekort (van 29 naar 24 km) en opgedeeld in een lus van 8,4 km en een lus van 15,7 km. Terwijl Jacqueline met een vriend de kortste lus gaat wandelen, begin ik met 3 andere clubgenootjes aan de langste lus.
De Duitser heeft niks teveel gezegd: het is spekglad. Net naast de ijsbaan is wel te lopen, dus we bewegen ons voort door de bladeren aan de rand.

spekglad
Het zonnetje komt mooi tussen de bomen door, terwijl we geconcentreerd kijken waar we onze voeten neer kunnen zetten. Zo zien we niet zo heel veel van de omgeving, maar er is ook tijd om zo af en toe even rond te kijken.

mooie omgeving
We volgen een groot gedeelte van de Hermannsweg, een wandelpad dat over de hele bergkam van het Teutoburgerwald loopt. De route van de Teutolauf staat met verf op de bomen aangegeven. Ook hier heeft de storm van een paar weken geleden huisgehouden. Bomen met de routeaanduiding erop liggen naast het pad. Hoewel het wel duidelijk is welke kant we op moeten, is het toch wel handig dat we de route ook in onze klokjes hebben gezet, al blijkt er zo hier en daar een klein verschil te zitten in de GPS-route en de aangegeven route. We volgen de pijlen gewoon.
Zo komen we op een gegeven moment op een parkeerplaats uit, waar aan de overkant een groot gebouw op een heuvel zien: Slot Iburg.

Slot Iburg
Aan de noordzijde van de bergkam blijken de paadjes wat beter beloopbaar te zijn. We steken een weg over en willen via een park verder, maar daar staat een hek voor. We proberen een ingang te vinden, maar tevergeefs, hoewel twee loopmaatjes wel achter het hek komen.

park Iburg
Terwijl we verder lopen, zien we op het fietspad naast de weg dat de pijlen ook deze kant op wijzen. Kennelijk is het een langdurige omleiding. We verkiezen toch de weg boven het fietspad, want daar is het verraderlijk glad. Tegen de helling staan mooie vakwerkhuizen. Het vakantiegevoel is sterk, terwijl we maar op een uurtje rijden van huis zijn.

vakwerkhuizen
De pijlen wijzen ons richting de helling. Trainer Peter had al gezegd dat we nu waarschijnlijk een stevige klim missen, die ook wel de Chinese Muur genoemd wordt. Uiteindelijk moeten we toch naar dat hoogste punt toe en het is best een lange klim.
Bovenaan gaan we het bos weer in en daar vinden we mooie, smalle paadjes over boomwortels, kleine klimmetjes en leuke afdalingen.

op de top
We kunnen aan beide kanten tussen de bomen door naar beneden kijken. Af en toe komen we wat meer naar de rand en je kunt dan enorm ver kijken.

uitzicht
Zo volgen we de bergkam een tijdje. Het tapijt van dennennaalden is zacht, maar we moeten wel opletten op boomwortels. Een paar grote bomen liggen dwars over het pad.

klauteren
Via boerenweggetjes lopen we in de zon het dal in. Dit is wel genieten zo. We doen het even wat rustiger aan om iets te kunnen eten en gaan dan weer verder. Iets bredere paden voeren ons het bos weer in, waar het uit de zon gelijk weer wat koeler is.

zonlicht
Je kunt nu wel merken dat de zon goed z’n werk doet, want het dooit aardig en zo hier en daar is het wat nattig. Dat deze helling ook flink wat wind kan vangen is goed te zien aan de hoeveelheid bomen die hier is afgeknapt. Veel stammen zijn omgezaagd, die lagen misschien over het pad heen.

kaalslag
Nadat we weer een mooie klim hebben gehad krijgen we een fraai uitzicht voorgeschoteld. En er staat een houten ligbedje klaar, dus we kunnen er optimaal van genieten.

uitzicht

ligbedje
Iets verderop mogen we afdalen. De zon heeft de helling waarover we naar beneden gaan ook opgewarmd en de modder is zo mogelijk nog glibberiger dan het ijs. Gelukkig heb ik met mijn nopjes hier wel grip op en ik hobbel lekker naar beneden. Ging het op het ijs nog goed, nu hoor ik achter mij dat er wel iemand onderuit gaat. De schade is gelukkig niet meer dan een smerige broek.
We zijn er nu bijna en ik vermaak me prima op de afdalingen. Niet iedereen is nog even fris, dus zo af en toe wachten we even op elkaar. De auto staat op een parkeerplaats die wat hoger ligt, dus we mogen nog één keer omhoog. En dat is een flinke klim! Het begint wat geleidelijk, maar het laatste stuk is goed steil. Het duurt dan ook wel even voordat we alle vier boven zijn.

laatste klim
Als we na 16 kilometer bij de auto aankomen, komen de wandelaars net vanaf de andere kant aanlopen. Twee clubgenootjes besluiten het bij deze ronde te laten en gaan met de andere auto terug. Samen met het overgebleven loopmaatje ga ik de korte lus in. Het begin is ook hier wat glibberig. Het is wel gaaf dat we zo hoog lopen.

ijspaadje met uitzicht
Terwijl wij moeite doen om tussen de bomen door van het uitzicht te genieten, is daar opeens een uitkijkpunt die het ons een stuk makkelijker maakt. Je kunt vanaf hier het hele dal in kijken.

uitzichtpunt
Het gaat lekker naar beneden. Bij het punt waar de aanloop en uitloop naar de route oorspronkelijk zitten ben ik blij met de route op onze klokjes. We mogen over een bladerdekje heerlijk naar beneden struinen over een paar diep uitgesleten paden.

watervalletje
Onderaan verlaten we het bos en krijgen we een paar zandweggetjes onder de voeten. Het vochtige zand klontert samen en maakt onze schoenen zwaar. Het is best een lang stuk dat vlak is, maar we weten ook dat we zo nog omhoog moeten om weer op de parkeerplaats te komen.

vlakkere stukken
De klim begint geleidelijk, maar wordt daarna echt steil. Mijn benen doen er zeer van, maar ik probeer door te zetten. Als ik in Zwitserland wil gaan lopen, dan moet ik dit toch zeker kunnen? Het is even doorzetten, maar dan komen we bij een uitzichtpunt, wat een goed excuus is voor een korte stop. Het is een uitzicht op een steengroeve.

steengroeve
Hierna hoeven we nog maar een paar honderd meter. Het ijs van de heenweg is alweer wat verder weggesmolten en ook op de parkeerplaats lijkt het minder glad te zijn.
Na 24,4 kilometer doen we ons tegoed aan de koeken die Jacqueline meegenomen had. We trekken wat droogs aan en rijden het uurtje naar huis terug. We zijn mooi een dagje zoet geweest.

De Valentijnscross 2018

Op zaterdag 10 februari meld ik mij bij recreatieplas het Lageveld in Wierden. Als ik aan kom lopen zie ik de linten al hangen om de hele plas heen. Ik spot wat bekenden en met z’n drietjes starten we met inlopen. Ik maak het rondje om de plas niet af, maar keer wat eerder terug. Zo heb ik nog even tijd voor een toiletbezoekje. Aangezien het niet warm is, wacht ik even in de kleedtent tot een paar minuten voor de start.
In het startvak zie ik wat dames staan. Ik ga in de buurt staan van het felroze shirtje dat ik bij de Zuurbergcross zo mooi als richtpunt kon gebruiken. Daar kon ik haar inhalen, dus ik hoop haar vandaag ook voor te blijven.
Het startschot klinkt en de meute draaft over het korte gras naar het bos toe. Paaltjes die in de weg staan zijn voorzien van stootkussens, zodat niemand gewond zal raken bij een eventuele botsing.
Het eerste stuk is nog redelijk vlak. Twee dames zijn me bij de start voorbijgekomen, waarvan één het roze shirtje is. Die moet ik dus in het vizier houden.
De grond is hard, zo hier en daar voorzien van wat boomwortels. Dan maken we een scherpe bocht en pakken we een stukje mountainbikeparcours mee, dat over een paar heuveltjes gaat. Op de laatste en tevens hoogste top zit een EHBO’er klaar voor eventuele ongelukjes. De man voor me loopt niet zo heel hard naar beneden en de dames zijn ondertussen heel iets uitgelopen. De eerste kilometer ging in 4:53 en daar ben ik erg blij mee. Nu hopen dat ik dit kan vasthouden.
We draaien richting de grote plas. Over het gras naar een rand, waar we vanaf springen het smalle strandje op. Het strandje is niet zo hard bevroren als ik had verwacht, maar nog zeker goed te belopen. De rand aan het einde haalt je gelijk weer uit je ritme.
We steken dwars een weide over. Hoewel er dit jaar geen sneeuw valt zoals vorig jaar, ben ik toch blij met de keuze voor mijn Arctic schoenen. Hier zit wat minder profiel onder, waardoor ik de grassprietjes niet zo doorkam. Het mos tussen het gras zorgt dat de ondergrond erg zacht is om op te lopen.
Aan deze kant van de plas komen we weer een stukje mountainbikeparcours tegen. Hier zitten flink wat bochten in en ook hier staat een EHBO’er goed op te letten.
Over het gras gaan we weer naar een stuk strand. Ik zie Jacqueline al van verre staan. Vanwege een blessure kan ze de crosscompetitie niet afmaken, maar ze vindt het wel zo leuk om dan te komen kijken.


De linten leiden ons door het mulle zand rondom een speeltoestel. Dit is wel een heel verschil met het ietwat harde strandje. Daar verdwijnen we achter een klein walletje. Ook hier is het vlak.
Via de fietsenstallingen komen we weer op het gras terecht, waar we elk klein bultje meepakken. Wat dat betreft doet deze cross me heel erg aan een veldloop denken, zoals je ze ook wel op tv ziet. We moeten 4 rondes om de plas heen en elke ronde is ongeveer 2,8 kilometer. Na nog een stukje strand komt de doorkomst in zicht, maar eerst nog even door een zacht beachvolleybalveld. Dat haalt de vaart er wel even uit.
Bij doorkomst zie ik een tijd van ruim 14 minuten op de klok staan en ik duik verderop het bos weer in om over de boomwortels te draven. Het gat tussen mij en het roze shirtje is inmiddels aardig geslonken en als ik na de bultjes weer richting het water loop, zie ik dat de vrouw die ervoor loopt ook niet ver weg is. Zij gebaart iets naar iemand langs het parcours en stopt dan even, waardoor het roze shirtje haar voorbijloopt. Voordat ik erbij ben is ze weer bij het roze shirtje aangehaakt en ik hou beide dames in het oog. Ik vermoed dat de vrouw die even was gestopt ergens last van heeft gekregen, want normaal gesproken is ze wel wat sneller. Vol goede moed draaf ik achter ze aan over het grasveld met mos.


Jacqueline duikt weer op als ik achter een paar heren aan over een singletrack draaf. Ze roept dat ik die twee dames voor me wel in kan halen. Ik denk dat ze gelijk heeft.


Op weg naar het strandje en ondertussen op jacht naar die twee dames. Terwijl ik over de grasbultjes ren, haal ik ze allebei in. Het geeft me even een boost, want ik wil ze natuurlijk wel voorblijven.
Bij doorkomst word ik aangemoedigd door een ander loopmaatje en de klok staat op 28:30. Als ik dit tempo volhoud kom ik op 57 minuten uit, wat beter is dan vorig jaar. Toen zat ik net rond de 58 minuten, dus mijn doel is om dat vandaag te verbeteren. Toch verwacht ik nog wel wat in te zakken. Ik neem een bekertje water aan en ga door met de derde ronde.
Jacqueline is weer wat opgeschoven en wacht me nu op vlak voor ik de bultjes over ga. Wel leuk dat ze me zo enthousiast staat aan te moedigen elke keer.


Een zevende kilometertijd van 5:08 komt langs, de eerste die boven mijn gemiddelde van 5:05/km van vorig jaar zit. Het gaat nog prima voor mijn gevoel.


Er komt een mountainbiker langs, gevolgd door de eerste lopers. Eerst twee die elkaar op de hielen zitten en even later nog eentje. Bij het teruglopen vanaf een stukje strand kijk ik even achterom of ik het roze shirtje nog zie. Ze zit inmiddels een heel eind achter mij. De andere dame spot ik vervolgens langs de kant, zij is dus uitgestapt. “Balen!” roep ik haar toe in het voorbijgaan en ze moedigt mij nog aan. Er komt nog iemand langs die gaat finishen, terwijl ik aan mijn laatste ronde begin.
Deze keer vindt Jacqueline mij terwijl ik het laatste bultje in de rij af vlieg. Er loopt nu niemand meer voor me, dus ik kan hier lekker mijn eigen tempo aanhouden.


Het strandje is inmiddels wat modderiger geworden, maar nog steeds goed te belopen. Er lopen nog maar weinig mensen om mij heen en de druk is er nu een beetje af. Ik merk dat mijn tijden iets oplopen, maar ik bedenk dat ik toch graag sneller wil zijn dan vorig jaar. Een race tegen mezelf.
Jacqueline staat nog een keer langs de kant en ik ben benieuwd of ze het gaat redden om bij mijn finish te zijn.


Ik verdwijn achter de bosjes om even later over de grasbultjes te rennen, langs de speeltoestellen door het zand en nog een keer over het strandje.
Terwijl ik op de finish af loop, zie ik de klok al akelig hard richting de 58 minuten gaan. In het zand van het beachvolleybalveld kom ik nauwelijks vooruit, maar ik doe nog even heel hard mijn best op een eindsprint. Zo kom ik nét onder de 58 minuten over de streep, waar Jacqueline me uiteraard staat op te wachten.


Als ik achteraf mijn nettotijd vergelijk met die van vorig jaar ben ik 4 seconden sneller. Die eindsprint heeft dus nog wel nut gehad. Het heeft mij deze keer een 6e plaats opgeleverd en een 3e plek bij de competitieloopsters. Samen met een aantal loopmaatjes kijk ik onder het genot van een warm kopje thee nog even bij de prijsuitreiking en nadat ik de start van de 5 kilometer heb gezien ga ik snel naar huis.

De Kroondomein Het Loo Marathon

Zaterdagochtend draait mijn autootje een zandweg op en ik parkeer op aanwijzingen van vrijwilligers bij het Aardhuis. Ik meld mij aan (het startnummer had ik al thuisgestuurd gekregen) en krijg een kaartje met de route mee. Binnen is er koffie en thee met een plakje krentenwegge. Terwijl ik van de warme thee nip, komt er een bekend gezicht binnenlopen. Het is een klasgenoot die ik nog van de basisschool en de middelbare school ken. We hebben elkaar 18 jaar niet gezien en de verrassing is groot dat je elkaar dan treft bij een trail met slechts 150 deelnemers.
In de kleedkamer boven tref ik opnieuw bekenden: twee meiden die ik ken via sociale media, maar die ik allebei nog niet in het echt had ontmoet. Kennelijk kenden zij elkaar ook al.
Als ik natte plekken ontdek op mijn Camelbak schrik ik even, maar ik kan geen lek ontdekken in de waterzak. Op het laatste moment wissel ik mijn modderstampers met veel grip voor mijn ijsschoenen, die na zoveel kilometers iets comfortabeler zitten. Ik verwacht niet al teveel modder, dus die gok neem ik maar.
We gaan naar buiten, waar we nog wat uitleg krijgen. Eén persoon wordt apart genoemd, omdat hij na de marathon van vandaag morgen ook de Asselronde (25 km) en de Acht van Apeldoorn loopt. In totaal is dat dan 75 kilometer in 2 dagen.

Het Aardhuis
Ik had bedacht om tussen de tempogroepen van 4 uur en 4:30 in te gaan staan, maar ik kom naast de oude bekende terecht en al kletsend is het ineens tijd voor de start. Samen lopen we weg en er moet heel wat besproken worden. Mijn scheen voel ik even (ik heb eerder deze week de training afgebroken omdat ik er echt een pijnpuntje op had zitten), maar dat zet gelukkig niet door.
Al kletsend gaan de eerste kilometers vlot voorbij. Ineens merken we dat er een grote groep achter ons loopt: jawel, de tempogroep van 4 uur! Dat gaat dus veel te hard voor mij. Toch blijven we er nog even vooruit lopen. Bij 3 kilometer moesten we een stuwwal op volgens de aanwijzingen die we bij de start hebben gehad. De lopers voor ons missen die afslag en als ik de wal op loop, komt de hele groep langs me heen. Ik stap even opzij en sluit achteraan aan, maar mijn loopmaatje gaat in de groep mee.

stuwwal
We moeten over wat boomstammen heen en door zachte grond bedekt met bladeren. Al snel daarna komen we op een breed, recht pad, dat rustig door het open landschap golft. De groep loopt een stuk voor mij, maar ik zie dat ik nog steeds een tempo loop van ongeveer 5:40/km. Het gaat op zich wel goed en de ondergrond is hier stevig, dus voorlopig is dit best te doen zo.

groep 4 uur
Een mountainbiker komt langszij. Er zouden er een aantal meefietsen en dat blijkt ook zo te zijn. We moeten zelf navigeren en er hangen dus nergens lintjes. Hoewel ik dat wel vaker doe, vind ik het toch een mooie training voor het Helipad in april, waar we ook zelf zullen moeten navigeren.
De groep is inmiddels wat bij me weggelopen. Ik vraag me af of dit nou de hele route zo blijft, terwijl ik al 2 kilometer rechtdoor loop. Het is nog geen zware trail voorlopig. Wel jammer dat er geen tijdsregistratie is, want het lijkt erop dat dit mijn snelste trailmarathon gaat worden. Ik zit inmiddels op 8 kilometer en mijn benen gaan maar door in hetzelfde ritme. Toch word ik nu een paar keer ingehaald door een enkeling, die ook alleen is gaan lopen.

rechtdoor
Een klein groepje haalt me in en ik haak maar eens aan. Het zonnetje breekt door. We hebben de uitgestrekte heidevelden ingeruild voor boerenland, waarna we door het bos lopen.
Vriendelijke vrijwilligers laten auto’s voor ons stoppen. Na 11 kilometer volgt er een smal paadje door het bos. Ik heb het groepje laten gaan en de 12e kilometer is ook de eerste die boven de 6 minuten gaat.

vennetje
Het alleen lopen duurt niet lang. Terwijl ik links en rechts over paden en zandweggetjes door het bos ga, komt er een vrouw naast me lopen. We raken aan de praat. Zij blijkt geen navigatie te hebben, waardoor ze graag even bij anderen aanhaakt die dat wel hebben. Ze is aan het trainen voor de 75 km SallandTrail en ze vindt een tempo iets boven de 6 min/km wel prima. Toch voeren we ongemerkt het tempo weer op en we duiken regelmatig onder de 6 minuten.

weer rechtdoor
Zo af en toe komt er tussen het bos een golvend heidelandschap tevoorschijn. We zijn inmiddels hard op weg naar de halve marathon en dus naar de verzorgingspost die daar moet staan.
De vrouw geeft aan even een bosje op te zoeken en zegt dat ik wel door kan lopen. Als mijn horloge aangeeft naar links te moeten, twijfel ik even of ik toch moet wachten. Ik kijk achterom en zie meer lopers aankomen, dus dat komt dan wel goed met die navigatie. Een paar honderd meter verderop stuit ik op de verzorgingspost.
Er is banaan, koek, bouillon, thee, sportdrank en water. Ik had al begrepen dat de cola en chips hier zouden ontbreken, dus ik heb zelf plakjes worst als wat zouts meegenomen. De bouillon smaakt uitstekend. Terwijl ik bij het tafeltje sta, komt er ineens een wildzwijn langsgelopen! Ik kijk mijn ogen uit, hoewel één van de vrijwilligers aangeeft dat het gekker is als je ze hier niet zou zien. Het beest loopt op z’n gemak naar rechts en verdwijnt achter een schuur, om even later weer de andere kant op te dribbelen. Ik vind het bijzonder!

wildzwijn

zwijntje
De vrouw die met me meeliep is inmiddels ook gearriveerd en samen met twee heren gaan we weer op weg. Ik voel me niet zo opgeladen als anders, maar misschien komt dat nog. Bij de post heb ik mijn handschoenen maar weer aangetrokken, maar ondanks dat blijf ik nu een hele tijd koude handen houden.
We krijgen nu wat mooie bospaden onder de voeten. Zo langzamerhand begin ik het wel wat zwaarder te krijgen, wat niet zo gek is met kilometertijden die alweer onder de 6 minuten blijven steken. Ik eet wat en even wandelen we een stukje, maar dat gaat al snel weer over in een looppas. Zo krijg ik maar een paar happen binnen.
Een mountainbiker waarschuwt ons als we per ongeluk rechtdoor lopen waar we linksaf moesten. Handig, zo’n correctie. De paadjes worden nu wel interessanter. Kronkelend omhoog en omlaag door het bos. De mountainbiker fietst met ons mee. Zo kunnen we in elk geval niet weer verkeerd lopen.

kronkelpaden
Ik besluit het groepje te laten lopen en eerst even fatsoenlijk wat te eten. Ik zit nu rond de 30 kilometer en mijn kuiten beginnen nogal strak te staan. In een wat rustiger tempo loop ik verder door het bos. Er is hier ook flink wat stormschade. Een pad ligt bezaaid met dennentakken.
Buiten het bos zie ik het groepje lopers voor me nog net rechtsaf slaan. Tegen een helling staat een schuilhut voor de regen en daar lopen ze voor langs.

schuilhut
In dit deel van de route lijken sowieso wel wat meer hoogtemeters te zitten. Bij 32 kilometer zie ik rijen met bronzen stronken in het bos staan. Er staat geen uitleg bij wat het precies voor moet stellen, maar het zal wel een kunstwerk zijn. We lopen er vlak langs.

stronkenkunst
Hier pik ik mijn volgende loopmaatje op, die langs de stronken heen wandelt. Ik wandel even met een andere loper mee, die aangeeft misselijk te zijn geworden. Het lijkt hem verstandiger om uit te stappen bij het punt waar dat kan op 34 kilometer. Daar zijn we nu zo ongeveer.
De wandelaar van net komt me achterop en samen lopen we verder. Hij blijkt degene te zijn die ook de Asselronde en de Acht van Apeldoorn morgen wil gaan lopen. Al kletsend gaan er weer een aantal kilometers vlot voorbij. Bij een paar pittige klimmetjes wandelen we omhoog, maar de kuiten voelen inmiddels weer aardig goed en ik kan blijven lopen.
Buiten het bos worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht. De begeleidende mountainbikers vinden het wel mooi als ik daar een fotootje van schiet: “Goedzo! Blijven genieten!”

uitzicht
Dat genieten lukt ook nog wel aardig, al wordt de route nu wat pittiger en wandelen we nog maar een paar keer een stukje. In de laatste kilometer voel ik mijn kuiten toch ook wel weer goed. Het gaat aardig vals omhoog. Toch mag ik van mezelf (en van mijn loopmaatje) nu niet meer wandelen. Nog maar een paar honderd meter en dan zijn we er! Mijn loopmaatje zegt dat we nog wel een eindsprintje kunnen trekken, maar dat zit er bij mij echt niet meer in. Hij heeft kennelijk nog wel wat over.
Na 4 uur en 26 minuten kom ik lachend onder de finishboog door, die door vrijwilligers van afgewaaide takken is gemaakt. Het was een bijzondere marathon!
Na afloop tref ik mijn voormalige klasgenoot weer in het Aardhuis, waar ik samen met mijn medefinisher van een lekker kopje soep geniet. Daar knapt een mens van op! Op m’n gemak kleed ik me daarna om en ik masseer nog een knoop uit mijn kuit, zodat ik die weer kan gebruiken om de koppeling in te trappen. Ik heb een mooie dag gehad!