Toertje Teutoburgerwald

Op zaterdag 17 februari verzamelen zich enkele loopmaatjes van mijn club om 9 uur op een parkeerplaats, waarna we in 2 auto’s afreizen naar Duitsland. Dat gaat niet helemaal vlekkeloos (we raken de tweede auto kwijt), maar uiteindelijk komen we op het goede parkeerplaatsje in het bos aan. Er ligt ijs op en een vriendelijke Duitser waarschuwt ons dat het spekglad is.
We gaan vandaag de route van de Teutolauf lopen, die we iets hebben ingekort (van 29 naar 24 km) en opgedeeld in een lus van 8,4 km en een lus van 15,7 km. Terwijl Jacqueline met een vriend de kortste lus gaat wandelen, begin ik met 3 andere clubgenootjes aan de langste lus.
De Duitser heeft niks teveel gezegd: het is spekglad. Net naast de ijsbaan is wel te lopen, dus we bewegen ons voort door de bladeren aan de rand.

spekglad
Het zonnetje komt mooi tussen de bomen door, terwijl we geconcentreerd kijken waar we onze voeten neer kunnen zetten. Zo zien we niet zo heel veel van de omgeving, maar er is ook tijd om zo af en toe even rond te kijken.

mooie omgeving
We volgen een groot gedeelte van de Hermannsweg, een wandelpad dat over de hele bergkam van het Teutoburgerwald loopt. De route van de Teutolauf staat met verf op de bomen aangegeven. Ook hier heeft de storm van een paar weken geleden huisgehouden. Bomen met de routeaanduiding erop liggen naast het pad. Hoewel het wel duidelijk is welke kant we op moeten, is het toch wel handig dat we de route ook in onze klokjes hebben gezet, al blijkt er zo hier en daar een klein verschil te zitten in de GPS-route en de aangegeven route. We volgen de pijlen gewoon.
Zo komen we op een gegeven moment op een parkeerplaats uit, waar aan de overkant een groot gebouw op een heuvel zien: Slot Iburg.

Slot Iburg
Aan de noordzijde van de bergkam blijken de paadjes wat beter beloopbaar te zijn. We steken een weg over en willen via een park verder, maar daar staat een hek voor. We proberen een ingang te vinden, maar tevergeefs, hoewel twee loopmaatjes wel achter het hek komen.

park Iburg
Terwijl we verder lopen, zien we op het fietspad naast de weg dat de pijlen ook deze kant op wijzen. Kennelijk is het een langdurige omleiding. We verkiezen toch de weg boven het fietspad, want daar is het verraderlijk glad. Tegen de helling staan mooie vakwerkhuizen. Het vakantiegevoel is sterk, terwijl we maar op een uurtje rijden van huis zijn.

vakwerkhuizen
De pijlen wijzen ons richting de helling. Trainer Peter had al gezegd dat we nu waarschijnlijk een stevige klim missen, die ook wel de Chinese Muur genoemd wordt. Uiteindelijk moeten we toch naar dat hoogste punt toe en het is best een lange klim.
Bovenaan gaan we het bos weer in en daar vinden we mooie, smalle paadjes over boomwortels, kleine klimmetjes en leuke afdalingen.

op de top
We kunnen aan beide kanten tussen de bomen door naar beneden kijken. Af en toe komen we wat meer naar de rand en je kunt dan enorm ver kijken.

uitzicht
Zo volgen we de bergkam een tijdje. Het tapijt van dennennaalden is zacht, maar we moeten wel opletten op boomwortels. Een paar grote bomen liggen dwars over het pad.

klauteren
Via boerenweggetjes lopen we in de zon het dal in. Dit is wel genieten zo. We doen het even wat rustiger aan om iets te kunnen eten en gaan dan weer verder. Iets bredere paden voeren ons het bos weer in, waar het uit de zon gelijk weer wat koeler is.

zonlicht
Je kunt nu wel merken dat de zon goed z’n werk doet, want het dooit aardig en zo hier en daar is het wat nattig. Dat deze helling ook flink wat wind kan vangen is goed te zien aan de hoeveelheid bomen die hier is afgeknapt. Veel stammen zijn omgezaagd, die lagen misschien over het pad heen.

kaalslag
Nadat we weer een mooie klim hebben gehad krijgen we een fraai uitzicht voorgeschoteld. En er staat een houten ligbedje klaar, dus we kunnen er optimaal van genieten.

uitzicht

ligbedje
Iets verderop mogen we afdalen. De zon heeft de helling waarover we naar beneden gaan ook opgewarmd en de modder is zo mogelijk nog glibberiger dan het ijs. Gelukkig heb ik met mijn nopjes hier wel grip op en ik hobbel lekker naar beneden. Ging het op het ijs nog goed, nu hoor ik achter mij dat er wel iemand onderuit gaat. De schade is gelukkig niet meer dan een smerige broek.
We zijn er nu bijna en ik vermaak me prima op de afdalingen. Niet iedereen is nog even fris, dus zo af en toe wachten we even op elkaar. De auto staat op een parkeerplaats die wat hoger ligt, dus we mogen nog één keer omhoog. En dat is een flinke klim! Het begint wat geleidelijk, maar het laatste stuk is goed steil. Het duurt dan ook wel even voordat we alle vier boven zijn.

laatste klim
Als we na 16 kilometer bij de auto aankomen, komen de wandelaars net vanaf de andere kant aanlopen. Twee clubgenootjes besluiten het bij deze ronde te laten en gaan met de andere auto terug. Samen met het overgebleven loopmaatje ga ik de korte lus in. Het begin is ook hier wat glibberig. Het is wel gaaf dat we zo hoog lopen.

ijspaadje met uitzicht
Terwijl wij moeite doen om tussen de bomen door van het uitzicht te genieten, is daar opeens een uitkijkpunt die het ons een stuk makkelijker maakt. Je kunt vanaf hier het hele dal in kijken.

uitzichtpunt
Het gaat lekker naar beneden. Bij het punt waar de aanloop en uitloop naar de route oorspronkelijk zitten ben ik blij met de route op onze klokjes. We mogen over een bladerdekje heerlijk naar beneden struinen over een paar diep uitgesleten paden.

watervalletje
Onderaan verlaten we het bos en krijgen we een paar zandweggetjes onder de voeten. Het vochtige zand klontert samen en maakt onze schoenen zwaar. Het is best een lang stuk dat vlak is, maar we weten ook dat we zo nog omhoog moeten om weer op de parkeerplaats te komen.

vlakkere stukken
De klim begint geleidelijk, maar wordt daarna echt steil. Mijn benen doen er zeer van, maar ik probeer door te zetten. Als ik in Zwitserland wil gaan lopen, dan moet ik dit toch zeker kunnen? Het is even doorzetten, maar dan komen we bij een uitzichtpunt, wat een goed excuus is voor een korte stop. Het is een uitzicht op een steengroeve.

steengroeve
Hierna hoeven we nog maar een paar honderd meter. Het ijs van de heenweg is alweer wat verder weggesmolten en ook op de parkeerplaats lijkt het minder glad te zijn.
Na 24,4 kilometer doen we ons tegoed aan de koeken die Jacqueline meegenomen had. We trekken wat droogs aan en rijden het uurtje naar huis terug. We zijn mooi een dagje zoet geweest.

Advertenties

De Valentijnscross 2018

Op zaterdag 10 februari meld ik mij bij recreatieplas het Lageveld in Wierden. Als ik aan kom lopen zie ik de linten al hangen om de hele plas heen. Ik spot wat bekenden en met z’n drietjes starten we met inlopen. Ik maak het rondje om de plas niet af, maar keer wat eerder terug. Zo heb ik nog even tijd voor een toiletbezoekje. Aangezien het niet warm is, wacht ik even in de kleedtent tot een paar minuten voor de start.
In het startvak zie ik wat dames staan. Ik ga in de buurt staan van het felroze shirtje dat ik bij de Zuurbergcross zo mooi als richtpunt kon gebruiken. Daar kon ik haar inhalen, dus ik hoop haar vandaag ook voor te blijven.
Het startschot klinkt en de meute draaft over het korte gras naar het bos toe. Paaltjes die in de weg staan zijn voorzien van stootkussens, zodat niemand gewond zal raken bij een eventuele botsing.
Het eerste stuk is nog redelijk vlak. Twee dames zijn me bij de start voorbijgekomen, waarvan één het roze shirtje is. Die moet ik dus in het vizier houden.
De grond is hard, zo hier en daar voorzien van wat boomwortels. Dan maken we een scherpe bocht en pakken we een stukje mountainbikeparcours mee, dat over een paar heuveltjes gaat. Op de laatste en tevens hoogste top zit een EHBO’er klaar voor eventuele ongelukjes. De man voor me loopt niet zo heel hard naar beneden en de dames zijn ondertussen heel iets uitgelopen. De eerste kilometer ging in 4:53 en daar ben ik erg blij mee. Nu hopen dat ik dit kan vasthouden.
We draaien richting de grote plas. Over het gras naar een rand, waar we vanaf springen het smalle strandje op. Het strandje is niet zo hard bevroren als ik had verwacht, maar nog zeker goed te belopen. De rand aan het einde haalt je gelijk weer uit je ritme.
We steken dwars een weide over. Hoewel er dit jaar geen sneeuw valt zoals vorig jaar, ben ik toch blij met de keuze voor mijn Arctic schoenen. Hier zit wat minder profiel onder, waardoor ik de grassprietjes niet zo doorkam. Het mos tussen het gras zorgt dat de ondergrond erg zacht is om op te lopen.
Aan deze kant van de plas komen we weer een stukje mountainbikeparcours tegen. Hier zitten flink wat bochten in en ook hier staat een EHBO’er goed op te letten.
Over het gras gaan we weer naar een stuk strand. Ik zie Jacqueline al van verre staan. Vanwege een blessure kan ze de crosscompetitie niet afmaken, maar ze vindt het wel zo leuk om dan te komen kijken.


De linten leiden ons door het mulle zand rondom een speeltoestel. Dit is wel een heel verschil met het ietwat harde strandje. Daar verdwijnen we achter een klein walletje. Ook hier is het vlak.
Via de fietsenstallingen komen we weer op het gras terecht, waar we elk klein bultje meepakken. Wat dat betreft doet deze cross me heel erg aan een veldloop denken, zoals je ze ook wel op tv ziet. We moeten 4 rondes om de plas heen en elke ronde is ongeveer 2,8 kilometer. Na nog een stukje strand komt de doorkomst in zicht, maar eerst nog even door een zacht beachvolleybalveld. Dat haalt de vaart er wel even uit.
Bij doorkomst zie ik een tijd van ruim 14 minuten op de klok staan en ik duik verderop het bos weer in om over de boomwortels te draven. Het gat tussen mij en het roze shirtje is inmiddels aardig geslonken en als ik na de bultjes weer richting het water loop, zie ik dat de vrouw die ervoor loopt ook niet ver weg is. Zij gebaart iets naar iemand langs het parcours en stopt dan even, waardoor het roze shirtje haar voorbijloopt. Voordat ik erbij ben is ze weer bij het roze shirtje aangehaakt en ik hou beide dames in het oog. Ik vermoed dat de vrouw die even was gestopt ergens last van heeft gekregen, want normaal gesproken is ze wel wat sneller. Vol goede moed draaf ik achter ze aan over het grasveld met mos.


Jacqueline duikt weer op als ik achter een paar heren aan over een singletrack draaf. Ze roept dat ik die twee dames voor me wel in kan halen. Ik denk dat ze gelijk heeft.


Op weg naar het strandje en ondertussen op jacht naar die twee dames. Terwijl ik over de grasbultjes ren, haal ik ze allebei in. Het geeft me even een boost, want ik wil ze natuurlijk wel voorblijven.
Bij doorkomst word ik aangemoedigd door een ander loopmaatje en de klok staat op 28:30. Als ik dit tempo volhoud kom ik op 57 minuten uit, wat beter is dan vorig jaar. Toen zat ik net rond de 58 minuten, dus mijn doel is om dat vandaag te verbeteren. Toch verwacht ik nog wel wat in te zakken. Ik neem een bekertje water aan en ga door met de derde ronde.
Jacqueline is weer wat opgeschoven en wacht me nu op vlak voor ik de bultjes over ga. Wel leuk dat ze me zo enthousiast staat aan te moedigen elke keer.


Een zevende kilometertijd van 5:08 komt langs, de eerste die boven mijn gemiddelde van 5:05/km van vorig jaar zit. Het gaat nog prima voor mijn gevoel.


Er komt een mountainbiker langs, gevolgd door de eerste lopers. Eerst twee die elkaar op de hielen zitten en even later nog eentje. Bij het teruglopen vanaf een stukje strand kijk ik even achterom of ik het roze shirtje nog zie. Ze zit inmiddels een heel eind achter mij. De andere dame spot ik vervolgens langs de kant, zij is dus uitgestapt. “Balen!” roep ik haar toe in het voorbijgaan en ze moedigt mij nog aan. Er komt nog iemand langs die gaat finishen, terwijl ik aan mijn laatste ronde begin.
Deze keer vindt Jacqueline mij terwijl ik het laatste bultje in de rij af vlieg. Er loopt nu niemand meer voor me, dus ik kan hier lekker mijn eigen tempo aanhouden.


Het strandje is inmiddels wat modderiger geworden, maar nog steeds goed te belopen. Er lopen nog maar weinig mensen om mij heen en de druk is er nu een beetje af. Ik merk dat mijn tijden iets oplopen, maar ik bedenk dat ik toch graag sneller wil zijn dan vorig jaar. Een race tegen mezelf.
Jacqueline staat nog een keer langs de kant en ik ben benieuwd of ze het gaat redden om bij mijn finish te zijn.


Ik verdwijn achter de bosjes om even later over de grasbultjes te rennen, langs de speeltoestellen door het zand en nog een keer over het strandje.
Terwijl ik op de finish af loop, zie ik de klok al akelig hard richting de 58 minuten gaan. In het zand van het beachvolleybalveld kom ik nauwelijks vooruit, maar ik doe nog even heel hard mijn best op een eindsprint. Zo kom ik nét onder de 58 minuten over de streep, waar Jacqueline me uiteraard staat op te wachten.


Als ik achteraf mijn nettotijd vergelijk met die van vorig jaar ben ik 4 seconden sneller. Die eindsprint heeft dus nog wel nut gehad. Het heeft mij deze keer een 6e plaats opgeleverd en een 3e plek bij de competitieloopsters. Samen met een aantal loopmaatjes kijk ik onder het genot van een warm kopje thee nog even bij de prijsuitreiking en nadat ik de start van de 5 kilometer heb gezien ga ik snel naar huis.

De Kroondomein Het Loo Marathon

Zaterdagochtend draait mijn autootje een zandweg op en ik parkeer op aanwijzingen van vrijwilligers bij het Aardhuis. Ik meld mij aan (het startnummer had ik al thuisgestuurd gekregen) en krijg een kaartje met de route mee. Binnen is er koffie en thee met een plakje krentenwegge. Terwijl ik van de warme thee nip, komt er een bekend gezicht binnenlopen. Het is een klasgenoot die ik nog van de basisschool en de middelbare school ken. We hebben elkaar 18 jaar niet gezien en de verrassing is groot dat je elkaar dan treft bij een trail met slechts 150 deelnemers.
In de kleedkamer boven tref ik opnieuw bekenden: twee meiden die ik ken via sociale media, maar die ik allebei nog niet in het echt had ontmoet. Kennelijk kenden zij elkaar ook al.
Als ik natte plekken ontdek op mijn Camelbak schrik ik even, maar ik kan geen lek ontdekken in de waterzak. Op het laatste moment wissel ik mijn modderstampers met veel grip voor mijn ijsschoenen, die na zoveel kilometers iets comfortabeler zitten. Ik verwacht niet al teveel modder, dus die gok neem ik maar.
We gaan naar buiten, waar we nog wat uitleg krijgen. Eén persoon wordt apart genoemd, omdat hij na de marathon van vandaag morgen ook de Asselronde (25 km) en de Acht van Apeldoorn loopt. In totaal is dat dan 75 kilometer in 2 dagen.

Het Aardhuis
Ik had bedacht om tussen de tempogroepen van 4 uur en 4:30 in te gaan staan, maar ik kom naast de oude bekende terecht en al kletsend is het ineens tijd voor de start. Samen lopen we weg en er moet heel wat besproken worden. Mijn scheen voel ik even (ik heb eerder deze week de training afgebroken omdat ik er echt een pijnpuntje op had zitten), maar dat zet gelukkig niet door.
Al kletsend gaan de eerste kilometers vlot voorbij. Ineens merken we dat er een grote groep achter ons loopt: jawel, de tempogroep van 4 uur! Dat gaat dus veel te hard voor mij. Toch blijven we er nog even vooruit lopen. Bij 3 kilometer moesten we een stuwwal op volgens de aanwijzingen die we bij de start hebben gehad. De lopers voor ons missen die afslag en als ik de wal op loop, komt de hele groep langs me heen. Ik stap even opzij en sluit achteraan aan, maar mijn loopmaatje gaat in de groep mee.

stuwwal
We moeten over wat boomstammen heen en door zachte grond bedekt met bladeren. Al snel daarna komen we op een breed, recht pad, dat rustig door het open landschap golft. De groep loopt een stuk voor mij, maar ik zie dat ik nog steeds een tempo loop van ongeveer 5:40/km. Het gaat op zich wel goed en de ondergrond is hier stevig, dus voorlopig is dit best te doen zo.

groep 4 uur
Een mountainbiker komt langszij. Er zouden er een aantal meefietsen en dat blijkt ook zo te zijn. We moeten zelf navigeren en er hangen dus nergens lintjes. Hoewel ik dat wel vaker doe, vind ik het toch een mooie training voor het Helipad in april, waar we ook zelf zullen moeten navigeren.
De groep is inmiddels wat bij me weggelopen. Ik vraag me af of dit nou de hele route zo blijft, terwijl ik al 2 kilometer rechtdoor loop. Het is nog geen zware trail voorlopig. Wel jammer dat er geen tijdsregistratie is, want het lijkt erop dat dit mijn snelste trailmarathon gaat worden. Ik zit inmiddels op 8 kilometer en mijn benen gaan maar door in hetzelfde ritme. Toch word ik nu een paar keer ingehaald door een enkeling, die ook alleen is gaan lopen.

rechtdoor
Een klein groepje haalt me in en ik haak maar eens aan. Het zonnetje breekt door. We hebben de uitgestrekte heidevelden ingeruild voor boerenland, waarna we door het bos lopen.
Vriendelijke vrijwilligers laten auto’s voor ons stoppen. Na 11 kilometer volgt er een smal paadje door het bos. Ik heb het groepje laten gaan en de 12e kilometer is ook de eerste die boven de 6 minuten gaat.

vennetje
Het alleen lopen duurt niet lang. Terwijl ik links en rechts over paden en zandweggetjes door het bos ga, komt er een vrouw naast me lopen. We raken aan de praat. Zij blijkt geen navigatie te hebben, waardoor ze graag even bij anderen aanhaakt die dat wel hebben. Ze is aan het trainen voor de 75 km SallandTrail en ze vindt een tempo iets boven de 6 min/km wel prima. Toch voeren we ongemerkt het tempo weer op en we duiken regelmatig onder de 6 minuten.

weer rechtdoor
Zo af en toe komt er tussen het bos een golvend heidelandschap tevoorschijn. We zijn inmiddels hard op weg naar de halve marathon en dus naar de verzorgingspost die daar moet staan.
De vrouw geeft aan even een bosje op te zoeken en zegt dat ik wel door kan lopen. Als mijn horloge aangeeft naar links te moeten, twijfel ik even of ik toch moet wachten. Ik kijk achterom en zie meer lopers aankomen, dus dat komt dan wel goed met die navigatie. Een paar honderd meter verderop stuit ik op de verzorgingspost.
Er is banaan, koek, bouillon, thee, sportdrank en water. Ik had al begrepen dat de cola en chips hier zouden ontbreken, dus ik heb zelf plakjes worst als wat zouts meegenomen. De bouillon smaakt uitstekend. Terwijl ik bij het tafeltje sta, komt er ineens een wildzwijn langsgelopen! Ik kijk mijn ogen uit, hoewel één van de vrijwilligers aangeeft dat het gekker is als je ze hier niet zou zien. Het beest loopt op z’n gemak naar rechts en verdwijnt achter een schuur, om even later weer de andere kant op te dribbelen. Ik vind het bijzonder!

wildzwijn

zwijntje
De vrouw die met me meeliep is inmiddels ook gearriveerd en samen met twee heren gaan we weer op weg. Ik voel me niet zo opgeladen als anders, maar misschien komt dat nog. Bij de post heb ik mijn handschoenen maar weer aangetrokken, maar ondanks dat blijf ik nu een hele tijd koude handen houden.
We krijgen nu wat mooie bospaden onder de voeten. Zo langzamerhand begin ik het wel wat zwaarder te krijgen, wat niet zo gek is met kilometertijden die alweer onder de 6 minuten blijven steken. Ik eet wat en even wandelen we een stukje, maar dat gaat al snel weer over in een looppas. Zo krijg ik maar een paar happen binnen.
Een mountainbiker waarschuwt ons als we per ongeluk rechtdoor lopen waar we linksaf moesten. Handig, zo’n correctie. De paadjes worden nu wel interessanter. Kronkelend omhoog en omlaag door het bos. De mountainbiker fietst met ons mee. Zo kunnen we in elk geval niet weer verkeerd lopen.

kronkelpaden
Ik besluit het groepje te laten lopen en eerst even fatsoenlijk wat te eten. Ik zit nu rond de 30 kilometer en mijn kuiten beginnen nogal strak te staan. In een wat rustiger tempo loop ik verder door het bos. Er is hier ook flink wat stormschade. Een pad ligt bezaaid met dennentakken.
Buiten het bos zie ik het groepje lopers voor me nog net rechtsaf slaan. Tegen een helling staat een schuilhut voor de regen en daar lopen ze voor langs.

schuilhut
In dit deel van de route lijken sowieso wel wat meer hoogtemeters te zitten. Bij 32 kilometer zie ik rijen met bronzen stronken in het bos staan. Er staat geen uitleg bij wat het precies voor moet stellen, maar het zal wel een kunstwerk zijn. We lopen er vlak langs.

stronkenkunst
Hier pik ik mijn volgende loopmaatje op, die langs de stronken heen wandelt. Ik wandel even met een andere loper mee, die aangeeft misselijk te zijn geworden. Het lijkt hem verstandiger om uit te stappen bij het punt waar dat kan op 34 kilometer. Daar zijn we nu zo ongeveer.
De wandelaar van net komt me achterop en samen lopen we verder. Hij blijkt degene te zijn die ook de Asselronde en de Acht van Apeldoorn morgen wil gaan lopen. Al kletsend gaan er weer een aantal kilometers vlot voorbij. Bij een paar pittige klimmetjes wandelen we omhoog, maar de kuiten voelen inmiddels weer aardig goed en ik kan blijven lopen.
Buiten het bos worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht. De begeleidende mountainbikers vinden het wel mooi als ik daar een fotootje van schiet: “Goedzo! Blijven genieten!”

uitzicht
Dat genieten lukt ook nog wel aardig, al wordt de route nu wat pittiger en wandelen we nog maar een paar keer een stukje. In de laatste kilometer voel ik mijn kuiten toch ook wel weer goed. Het gaat aardig vals omhoog. Toch mag ik van mezelf (en van mijn loopmaatje) nu niet meer wandelen. Nog maar een paar honderd meter en dan zijn we er! Mijn loopmaatje zegt dat we nog wel een eindsprintje kunnen trekken, maar dat zit er bij mij echt niet meer in. Hij heeft kennelijk nog wel wat over.
Na 4 uur en 26 minuten kom ik lachend onder de finishboog door, die door vrijwilligers van afgewaaide takken is gemaakt. Het was een bijzondere marathon!
Na afloop tref ik mijn voormalige klasgenoot weer in het Aardhuis, waar ik samen met mijn medefinisher van een lekker kopje soep geniet. Daar knapt een mens van op! Op m’n gemak kleed ik me daarna om en ik masseer nog een knoop uit mijn kuit, zodat ik die weer kan gebruiken om de koppeling in te trappen. Ik heb een mooie dag gehad!

Buitenspelen bij Bakkeveen

Vorig jaar heb ik op een warme lentedag Jaap rondgeleid op de Lemelerberg. We hebben toen afgesproken dat ik ook eens naar het noorden af zou reizen voor een rondje bij Jaap in de buurt en deze zondag was het zover.
Stipt om 10 uur kom ik de straat inrijden bij Jaap, die daar niet helemaal op had gerekend. Mijn reputatie was me duidelijk vooruit gesneld. Even later staan we bij zijn loopmaatje Sjouke voor de deur, die ook meegaat. De auto wordt bij het zwembad in Bakkeveen neergezet en we gaan gedrieën op pad.
Onderweg hadden we het al even over het vlakke land hier, maar zodra we in het bos zijn, valt me die vlakheid reuze mee. In het korte lusje waar we mee beginnen komen we al gelijk wat pittige klimmetjes tegen.

wp-1517953146631..jpg
We lopen het bos uit en komen op een heidelandschap terecht. Zanderige ondergrond met kleine heuveltjes. Er was me al verteld dat het goed nat zou zijn en dat klopt wel. Het pad staat onder water, maar de jongens zijn slim en we kunnen er via wat zijpaadjes mooi langs… tot op zekere hoogte dan. Het laatste stukje moeten we alsnog door het water. Bij de ene stap zak ik tot halverwege mijn kuit weg, terwijl ik met de volgende stap ineens tot mijn knie in het water sta.

wp-1517953146701..jpg

wp-1517953146725..jpg
We zien meer van deze ondergelopen paden en er wordt me verteld dat het nu zelfs natter is dan de week ervoor. Ook in het bos komen we wat zachte plekken tegen, maar het is er niet ondergelopen. Om nog eens natte voeten te voorkomen krijgt Sjouke het briljante idee om maar een stukje af te snijden dwars door het bos. Met zijn lange benen springt hij over de slootjes, die voor mijn korte pootjes net iets te breed zijn… Toch natte voeten dus, maar we hebben er wel lol om.
Sjouke loopt ook door de modder wel lekker door. Ik hobbel erachteraan, terwijl Jaap soms nog wat verder achterblijft. Na veel beukenbos is een smal, enigszins donker paadje tussen de naaldbomen door heel verrassend.

20180206_091056-1280x869.jpg
We komen weer in een stuk waar wat meer mensen wandelen en er doemt een grote waterbak voor ons op. Het zijpad dat onze alternatieve route had kunnen zijn staat al net zo ver onder water, dus er blijft geen andere optie over dan er dwars doorheen te gaan.

wp-1517953146755..jpg
Met soppende schoenen gaan we weer door. Langs het pad staat een groepje paarden in het bos.

wp-1517953146968..jpg
Aan het gras is wel goed te zien dat ze hier grazen, want dat is gemillimeterd.
Grote plassen staan op het kale grasland. We lopen om een plas heen, die ook over het pad staat. Er wordt me verteld dat de plassen direct naast het pad steil aflopen naar een diepte van 4 tot 6 meter en daar willen we natuurlijk niet in verdwijnen.

wp-1517953146924..jpg
We maken een korte tussenstop bij een oorlogsmonument. Twee bankjes staan voor een taxushaag met een steen ervoor. Het is een mooi, rustig plekje.
Een stuk land waar eerst een pad overheen liep is afgezet en het pad ligt nu anders. Met z’n drietjes naast elkaar lopen we over het brede graspad.

wp-1517953146889..jpg
Ook het gras sopt aardig. We komen een paar wandelaars tegen die we al eerder hebben gezien. Het gebied hier is niet heel erg groot, dus we hebben inmiddels aardig wat paden gezien. Ik herken de heuveltjes met heide van de heenweg, we lopen nu langs de rand weer terug.

wp-1517953146792..jpg
Bij de heuveltjes doemt ook het zwembad weer op en de hoge toren die naast de parkeerplaats staat. Die is vandaag helaas afgesloten, anders hadden we nog wat extra hoogtemeters kunnen maken. Met precies 15 kilometer op de teller was het een mooi rondje Bakkeveen.
Ik kan bij Jaap thuis douchen en lunchen, zodat ik fris en fruitig weer terug kan rijden. Het was een geslaagd dagje, dat zeker voor herhaling vatbaar is.

Ravage op de Rijsserberg

Donderdag 18 januari. Om 8 uur heb ik afgesproken met mijn collega’s voor een duurloopje van een uur, zoals we bijna wekelijks doen. Hoewel er een flinke storm voorspeld is, waait het nog niet vreselijk hard, dus we durven het wel aan om het bos in te gaan.

sneeuw
Na 3 kwartier begint de wind wat aan te wakkeren. Boomkruinen ruisen en er valt ergens een tak naar beneden. Wegwezen hier! Gelukkig zitten we alweer aan het einde van onze ronde en terwijl we goed kijken wat er boven ons gebeurt snellen we terug naar de auto’s.

Vrijdag 26 januari. Na deze week 2 dagen ziek thuis te hebben gezeten, ga ik weer met collega Laura op pad. Zij is woensdags ook al geweest en vertelde al van de ontzettende ravage die ze aantrof. Ze heeft niks overdreven. Overal op het pad liggen takken van naaldbomen en de eerste boom zien we al direct dwars over het pad liggen.
De mountainbikeroute is afgesloten met linten. Je wilt op de fiets natuurlijk niet op een boom botsen in die lekkere afdaling.
We lopen hetzelfde stukje als aan het einde vorige week, maar dan in omgekeerde richting. Het bos ligt bezaaid met omgevallen bomen, sommige ontworteld, anderen afgeknapt als luciferhoutjes. We hebben duidelijk mazzel gehad dat we voor de storm het bos weer uit waren. Nu klimmen we over boomstammen heen om verder te kunnen.

klauteren
Bij het Rijssens leemspoor zijn er ook bomen over de rails gevallen. Het treintje zal de komende tijd dus niet rijden. Een ontwortelde boom heeft een stuk van het kleine paadje waarop we lopen meegenomen de lucht in. Als we niet verder kunnen, banen we ons een weg door lage braamstruiken om een gevallen boom heen.
ontworteld
In het “mosbos” lijkt het mee te vallen. De hoge naaldbomen die dicht op elkaar staan hebben samen kennelijk een stevige barrière gevormd tegen de wind.

naaldbomen
Ook in het “achtbaanbos” liggen naar verhouding weinig bomen omver. Niet zo vreemd misschien, waarschijnlijk hebben de bomen in de diepe kuilen in dit stuk bos minder wind gevangen.
We lopen zo veel mogelijk om de gevallen bomen heen. Laura gaat me vervolgens voor dwars over een akker, waar ook een pad lijkt te lopen. We komen in een nieuw stukje bos met kleine bultjes. Leuk, deze kunnen we weer toevoegen aan het netwerk van paadjes dat we inmiddels kennen en regelmatig belopen.
In het bos achter het heideveld is er reuzenmikado gespeeld. Sommige bomen hangen nog tegen andere aan en daar lopen we maar niet onderdoor.

heide
Ik wijs een smal spoor door het bos aan dat ik laatst heb ontdekt toen ik hier in m’n eentje liep. Laura kent het nog niet, maar het komt mij ook niet meer zo bekend voor. Vijf, zes grote bomen liggen achter elkaar over het smalle paadje. Wat een chaos hier. We klimmen eroverheen. Eén boom ligt er kennelijk al heel lang, want die blijkt erg glibberig te zijn als ik eroverheen klauter.

mikado
Het duurt even voordat we het paadje weer uit zijn. Eén kilometer in 11 minuten, dat schiet lekker op.
Een enorme zwam op een boomstam doet me denken aan shii-take, maar deze is vast niet eetbaar.

shiitake
Op de helling van de Rijsserberg is de chaos ook compleet: veel bomen zijn gesneuveld. Een ontwortelde boom laat een gat achter van minstens 3 meter doorsnee. Het zijn echt geen kleine bomen die hier zijn omgegaan.

megawortels

wortels
Een eindje verderop zijn mannen bezig met opruimwerkzaamheden en ook aan het einde van ons rondje komen we mannen tegen die bezig zijn. Twee lopen er door het bos met een bladblazer, wat ons nogal verbaast. “Baas, als u die boom nou doet, dan pak ik deze blaadjes wel!”

bezaaid met takken
Tijdens ons wekelijkse rondje Rijsserberg is het wel duidelijk geworden dat het waarschijnlijk nog wel een paar maanden kost om alle paden weer begaanbaar te krijgen. En of die kleine paadjes daar ook onder vallen is maar zeer de vraag, wellicht ontstaan er weer nieuwe paadjes om de bomen heen.

De Zuurbergcross

De derde cross van het Crosscircuit van het Oosten is deze keer de Zuurbergcross. Een gloednieuwe cross, die de Holterbergcross vervangt.
Het is een graad of twee en mooi droog. Nadat ik mijn autootje in een weiland heb achtergelaten, begeef ik me naar het gebouwtje van de motorclub. Onderweg naar mijn startnummer spot ik alweer verschillende loopmaatjes. Ik werp een snelle blik op het parcours, maar ik ken de omgeving niet, dus het zegt me niet zoveel. In elk geval twee rondes van 5 kilometer, dat is leuk.
Samen met een loopmaatje ga ik warmlopen en gelijk maar even de eerste kilometer van het parcours verkennen. We krijgen dan een paadje langs bomen, een stukje asfalt, klinkers en een zandweggetje, totdat we bij een erf uitkomen. Vlak daarna zit de eerste kilometer erop en draaien we om.
Om één uur is de start. Ik ben vanaf de voorkant het vak ingelopen en sta nog redelijk vooraan. Voor mij staat een meisje in een felroze shirtje, naast mij een andere vrouw. Ik wens een paar loopmaatjes succes en dan gaan we van start. Ik loop gewoon met de meute mee. De eerste kilometer is niet zo zwaar, want ondanks de verscheidenheid aan ondergronden is het wel zo goed als vlak. Niet zo gek dat de eerste kilometertijd 4:47 is.
Op het erf staat de (vermoedelijke) boer met zijn vrouw te kijken naar de stroom lopers die langskomt. We steken een weg over en gaan dan dwars door een weiland richting het bos. De loper voor mij is kennelijk niet gewend om op zulke zachte ondergrond te lopen, want hij lijkt ineens stil te vallen. Hop, er voorbij en op naar het bos.
Na een paar zachte bospaadjes krijgen we een stevige klim voor de kiezen. Dit zal de Zuurberg wel zijn. Ik zit klem in de sliert met lopers en ga in hetzelfde tempo mee omhoog. Het roze shirtje loopt nog steeds een stuk voor mij, maar drie andere dames zijn daar al een eind vooruit. Bij een steile afdaling ietsjes verderop blijkt de man voor me niet zo hard te durven en ik stuiter hem voorbij.


Dan weer een kort klimmetje. Dit ziet eruit als de motorcrossbaan, waarvan ik al had gehoord dat die erin zou zitten. Ik ben blij dat het geen zacht, mul zand is, zoals ik had verwacht, maar gewoon stevige grond met gras erop. Er zitten een aantal bultjes achter elkaar van enkele meters hoog. Het doet me heel erg denken aan het veldlopen zoals ik dat op tv weleens zie.
De tweede kilometer gaat in 5:44, wat niet zo vreemd is met zo’n klim erin. Een vrouw met een kort staartje haalt me in en neemt gelijk wat afstand. Er volgen wat zandpaden en bospaadjes met wortels erin en wat diepe kuilen. Ik bedenk dat je het beste het diepste punt over kunt slaan door van de ene naar de andere helling te springen, maar het lukt me niet overal.
Ik haal een vrouw in, die kennelijk toch iets te ambitieus was gestart. Dan lopen we vanuit het bos weer naar een erf en ook hier staan de bewoners buiten te kijken. Het is best een belevenis natuurlijk.
Mijn horloge piept, maar ik kijk niet. We lopen op een zandweggetje en het moet haast de vierde kilometer zijn. Terwijl ik links al lopers richting het startterrein zie lopen, worden we eerst door een paar vrijwilligers nog eens rechts het bos in gestuurd. Hier blijkt nog een gemene klim verstopt te zitten, bijna net zo lang als de eerste. Aan de achterkant van het bosje kunnen we heel even wat op adem komen en daar staat loopmaatje Hans klaar met zijn camera en een bemoedigend woord.

Foto van Hans
De afdaling is wel mooi en doet me een beetje denken aan de Trail des Fantômes, waarbij je ook zo schuin over de hellingen naar beneden kan denderen. De loper voor me zorgt dat ik me toch een beetje inhoud.
Bij het uitkomen van de lus is Jacqueline in opperste concentratie net aangekomen bij het begin en ik moedig haar even aan. Nu worden we over een stoppelveld gestuurd. Je kunt veel zeggen van deze cross, maar afwisselend is het zeker! Het zachte zand is best goed te belopen, we hebben waarschijnlijk mazzel dat er geen bende water gevallen is de laatste dagen. Wel zien we sporen van de storm. Er moest nog wel het een en ander opgeruimd worden voordat de cross gehouden kon worden.
Bij de doorkomst zie ik een tijd rond de 26:30 op de klok staan. Het scheelt dat ik hier totaal geen referentie heb van een eerdere tijd, dus we zien wel wat het wordt.
Het lopen gaat goed, ik zit nog steeds een stukje achter het roze shirtje en heb de hoop dat ik haar nog in kan halen, maar daar moet ik niet te lang mee gaan wachten. De boer staat nog steeds te kijken. Bij het weiland word ik ingehaald door iemand die plaatselijk goed bekend is, want hij krijgt zo links en rechts wat aanmoedigingen. Een opruimploeg is bezig omgewaaide bomen weg te halen en takken te verzamelen.
Het gras in het weiland is nu al wat meer aangestampt. Bij de Zuurberg gebaart de loper voor me dat ik hem maar voorbij moet gaan. Ik kan omhoog zonder zware benen, dus dat gaat wel lekker. Ik kom zo vlak achter het roze shirtje terecht en in de steile afdaling knal ik haar voorbij. Nu door blijven lopen! Er volgt direct een pittig klimmetje en daarna de rest van de motorcrossbaan.

klimmetje
Het lijkt wel of ik door de inhaalactie wat nieuwe energie heb gekregen. Ik denk er niet over na, want ik heb mijn aandacht nodig bij de zachte en oneffen ondergrond. De boer van het tweede erf is inmiddels verdwenen. Bij het ingaan van de lus naar de tweede lange klim kan ik even een blik achterom werpen en ik zie dat ik een aardige voorsprong heb genomen op het felroze shirtje. Dat is lekker. Ook hier kan ik omhoog zonder problemen. Het loopmaatje is verdwenen, maar ik kan nu iets meer mijn eigen ding doen in de afdaling, die lekker gaat. Nu is het niet ver meer. Ik draaf het stoppelveld over en op het laatste stukje weg voor de finish zet ik nog even aan. Met een zeer tevreden gevoel kom ik de matten over. Mijn tijd is 53:29.

Terwijl ik het idee had dat ik vierde bij de dames lag, blijk ik de eerste 3 dames volledig te hebben gemist. Die zijn waarschijnlijk nog na mij aan de voorkant het startvak ingelopen en ze waren ook een stuk sneller. Ik ben dus als zevende geëindigd. Voor de competitie maakt het niet uit, daar ben ik na twee keer een 5e plek nu als vierde geëindigd en ik behoud vooralsnog mijn vierde plekje, al zie ik nu wel dat er zeer waarschijnlijk nog iemand tussenkomt, die nog maar 2 keer heeft gelopen.
Mijn chipje wordt losgeknipt en ik neem een bekertje warme thee. Jacqueline komt binnen in 59 minuten. Zij vond deze cross zwaarder dan de Nijverdalsebergcross, ik zet deze op de tweede plek wat zwaarte betreft.
Tegen inlevering van het startnummer ontvangen we een rookworst, terwijl de lopers van de 5 kilometer binnendruppelen. Ik klets nog wat na en ga dan tevreden naar huis om onder de warme douche te stappen.

 

Foto’s 1 en 3 van Math Willems Fotografie, foto 2 van loopmaatje Hans P.

Drie maal het bos in

Als ik aan kom rijden bij het verzamelpunt in Nijverdal staat er al een grote groep lopers te wachten. Ik ben een beetje laat, dus voordat ik goed en wel de auto uit ben, zie ik de sliert lopers al tegen de helling op gaan. Ik zwaai naar een achtergebleven loopmaatje op de parkeerplaats en terwijl ik mijn Camelbak omknoop, sluit ik achteraan aan.
Vandaag is het de bedoeling dat het een rustige verkenningsloop wordt. Al snel stopt Bertus even om wat uit te leggen over de route van de SallandTrail en daarna gaat het inderdaad op een normaal tempo verder.

boswerkzaamheden
We slingeren met de groep het bos door. Het is een flinke groep van ruim 30 lopers en er zit best wat verschil in snelheid. Ik blijf bij de achterste loopster achter, die best wat moeite heeft om de groep bij te benen. Gelukkig stoppen we zo af en toe even, zodat het gat niet al te groot wordt.

groen veld
Er vliegen wat mountainbikers langs. Op de smalle singletracks stappen we er even voor aan de kant, op de bredere paden kunnen we ze er wel langs.
De route van de 25 km van de Sallandtrail is wat ingekort en we slaan de zigzag over de bult deze keer over. Daarvoor in de plaats komt een mooi, smal paadje door het bos.

vliegtuig
Tegen de boomrand zien we ineens een man met een jachtgeweer staan. En iets verderop nog één… en nog één… Er staan wel 6 of 7 jagers te wachten in het bos, terwijl we in de verte hondengeblaf horen. Ik ben benieuwd of ze op zoek zijn naar de wolf, die rond de kerstdagen hier vlakbij een aantal schapen heeft doodgebeten. We vragen wat of wie ze zoeken en krijgen als antwoord: “Meneer Vos”. Ik vind het vreemd, vossenjacht op zaterdagmorgen in een bos waar iedereen vrij in rondloopt.

in het bos
Achter elkaar draven we verder over de paadjes. Singletracks over bultjes in het bos zorgen voor een mooie achtbaan en een smal spoor in het mos is prachtig om te zien. 

groepsfoto
Op weg naar de grote zandkuil geef ik mijn bezemwagenpositie even op, zodat ik op tijd onderin kan staan om de lopers op de foto te zetten. Het kost me aardig wat moeite, want de groep is wat uit elkaar aan het vallen en de lopers voorop lijken de koffie al te ruiken.

kuil in

kuil uit
De kuil weer uit is altijd een opgave, maar ik word er zo langzamerhand wel steeds beter in volgens mij.

de kuil uit
De laatste kilometers naar de parkeerplaats klets ik lekker weg. Gezellig met zo’n groep.
Als we weer terug bij het beginpunt zijn, bedenk ik dat ik nog wat plakjes droge worst heb meegenomen om dat eens uit te testen. Ik had al een halve banaan op en nu gaat er eerst een boterham met pindakaas achteraan. Ik wil voor de echt lange afstanden wat vaster voedsel proberen te vinden dat ik goed kan verdragen en waar ik ook wat aan heb tijdens het lopen. De worst smaakt me in elk geval prima. Zout en vet, eens kijken of ik daar wat mee kan.
Samen met twee loopmaatjes ga ik de helling weer op voor de tweede ronde. Nu steken we over naar de andere kant, het Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug in.
Via smalle paadjes komen we op een open vlakte. Vervolgens weer wat tussen de bomen door, voordat we aan een pittig klimmetje beginnen. Mijn loopmaatjes zijn wat sneller dan ik, dus ik moet m’n best doen om ze bij te benen op de weg omhoog. Gelukkig is er ook tijd om even van het uitzicht te genieten. Het is licht mistig en dat zorgt voor een mooie sfeer.

uitzicht
We komen nauwelijks mensen tegen. Een enkele wandelaar, met of zonder hond en dat is het. Op meer zonnige dagen stikt het hier soms van de hardlopers en andere recreanten, maar daar is vandaag geen sprake van.

loopmaatjes
Door het bos huppelen we lekker naar beneden. We komen langs het speelbos met allerlei bijzondere toestellen en gaan vervolgens de weg weer over naar ons startpunt. Na een stevige klim langs het ravijn omhoog kunnen we weer naar beneden duiken, de parkeerplaats op.
We hebben nu 27 kilometer gehad. Ik neem een gelletje en zwaai eens naar mijn loopmaatjes, waarna ik voor de derde keer de helling beklim. Ik ben van plan om er minimaal 30 kilometer van te maken, want dit wordt dan mijn langste duurloop in aanloop naar de Kroondomein Het Loo marathon over 3 weken.
Ik kies zoveel mogelijk de paadjes waar ik eerder nog niet overheen heb gelopen. Ik ken de weg hier niet erg goed, maar ik kan op mijn horloge goed zien waar ik al ben geweest.

mooie_paadjes
Via allerlei leuke bospaadjes loop ik terug naar de zandkuil. Als ik daar aankom vraag ik me wel af waarom ik nou zo nodig na 30 kilometer nog eens door die kuil wil, maar ik ben er nou toch. Ik kies wel een andere in- en uitgang deze keer.

nog eens de kuil
Na de kuil probeer ik weer wat mooie paadjes te vinden om over terug te lopen. Zo langzamerhand is het beste er wel af. Ik haal mijn plakjes worst nog maar eens tevoorschijn en terwijl ik er op een smal, verlaten paadje op loop te kauwen zie ik een grote pootafdruk en ik denk gelijk weer aan de wolf die hier in de buurt is geweest. Handig toch, om dan met worst in het bos te gaan lopen?

pootafdruk
Ik moet een beetje lachen om mezelf. Die wolf laat zich heus niet zien. Ik kom al snel weer op wat rechtere zandpaden uit en uiteindelijk ook weer op de plek waar ik nu al een paar keer vandaan ben gekomen. Deze keer ga ik voor het laatst de helling af naar de auto. Ik heb er een goede 34 kilometer van gemaakt.

O, en wat betreft de wolf: die is hier wel zeker geweest. Ze heet Naya, komt uit Duitsland en heeft een aardige reis door Nederland gemaakt, voordat ze naar België verdween. Dit verhaal werd een paar dagen later bekend.

 

Foto’s 3, 4 en 8 van loopmaatje Anne.